Media:Tijd in kaart

6 / 10

Tijd voor luisteren

Auteurs: Annemarie Wennekers, Jos de Haan en Frank Huysmans

Is ‘streaming’ de toekomst van het luisteren? De media-aandacht voor muziekstreamingdiensten laat er geen twijfel over bestaan. Toch is enig voorbehoud op z'n plaats. Vorig decennium werd net zoveel verwacht van ‘podcasting’ (Jham et al. 2008). Hammersley (2004) sprak in The Guardian over een ‘audible revolution’. Iedereen zou radio kunnen maken en luisteraars zouden dit online – waar en wanneer ze wilden – kunnen beluisteren.  Ondanks de hoge verwachtingen lijkt de podcast het traditionele radiolandschap niet volledig op de kop te hebben gezet. Podcasts gaven radioamateurs inderdaad een nieuw platform met een groter bereik, maar de professionele radiomakers – met de publieke omroep voorop – benutten ze ook om hun bereik te vergroten. 

Heeft het luisteren naar podcasts en streamingdiensten in 2015 al een aandeel verworven in de luistertijd van Nederlanders? En bij welke bevolkingsgroepen zijn de grootste verschuivingen waar te nemen?

Radio voorlopig nog veruit de populairste luistervorm

Uit de Media:Tijd-gegevens blijkt dat veel meer gebruikers naar de radio luisteren op het moment van uitzending (52% van de bevolking in 2015) dan op een ander moment (1% luisteraars). Ook is live radio luisteren met 2 uur en 8 minuten op een dag nog goed voor 79% van de totale luistertijd.  Het luisteren naar eigen muziek of audio (15% luisteraars en 12% van de totale luistertijd) krijgt inmiddels wel forse concurrentie van het luisteren naar muziek of audio via internet (6% luisteraars en 6% van de totale luistertijd). Toch is het bereik van eigen muziek of audio nog ruim het dubbele van het bereik van luisteren via internet. Tussen 2013 en 2015 nam het luisteren van muziek of audio via internet wel sterk toe: de gemiddelde tijd voor deze activiteit verdubbelde bijna tot 9 minuten per dag in 2015. 

Tijd aan diverse luisteractiviteiten

2013 2015
aandeel deelnemers tijd bevolking tijd deelnemers aandeel deelnemers tijd bevolking tijd deelnemers
luisteren 65%* 02:48 04:19 62%* 02:42 04:20
radio op moment van uitzending 55%* 02:16 04:06 52%* 02:08 04:08
radio op ander moment 1% 00:02 03:11 1% 00:01 02:50
eigen muziek/audio 16% 00:21 02:17 15% 00:19 02:14
muziek/audio via internet 4% 00:05* 02:24 6%* 00:09* 02:40
overig luisteren 1% 00:02 03:18 1% 00:02 03:19
Tijd aan diverse luisteractiviteiten

↑ / ↓= stijging/daling ten opzichte van 2013 significant (p < .05).

Bron:NLO/NOM/SCP/SKO (Media:Tijd TBO ’13) en NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Luistercijfers Nederland en Duitsland

Een onderzoek uit 2015 onder de bevolking van 13 jaar en ouder van het Nationaal Luisteronderzoek (NLO) komt tot vergelijkbare bevindingen: van de totale luistertijd komt 82% voor rekening van radio op het moment van uitzending, 10% voor eigen muziek en 7% voor streaming muziekdiensten (NLO/GfK 2015: 19). Vergelijkbare bevindingen werden ook in 2015 in Duitsland gedaan. Ook bij onze oosterburen valt streaming nog in het niet bij radio luisteren. Van de netto 199 minuten luisteren per dag gingen er maar 5 naar audio via internet (Engel 2015: 568).

Veel Nederlanders luisteren dus naar de radio op het moment van uitzending. En als zij dit doen, besteden ze er ook erg veel tijd aan. De gemiddelde luistertijd van luisteraars van de radio ligt net boven de 4 uur per dag. Gezien het hoge aandeel multitasking bij luisteren (zie 'Multitasking met media') is het gepast om op te merken dat radio veel geluisterd wordt als achtergrond bij een andere activiteit. Dat verklaart waarom er relatief veel tijd aan wordt besteed.

Minderheid jongeren luistert radio

Bij de 3 grootste luisteractiviteiten is een uitsplitsing naar achtergrondkenmerken mogelijk. Deze laat grote verschillen zien. Relatief weinig tieners luisteren naar de radio op het moment van uitzending (26%). Wanneer ze wel luisteren besteden ze hier met 2 uur en 15 minuten ook beduidend minder tijd aan dan de overige leeftijdsgroepen. Relatief veel tieners luisteren naar eigen muziek of audio en muziek of audio via internet.  Meer hoog- dan laagopgeleiden luisteren naar eigen muziek of audio of luisteren via internet.

Deelnemers aan diverse luisteractiviteiten

radio op moment van uitzending eigen muziek/audio muziek/audio via internet
aandeel deelnemers tijd deelnemers aandeel deelnemers tijd deelnemers aandeel deelnemers tijd deelnemers
totaal 52%* 04:08 15% 02:14 6%* 02:40
geslacht
man 51%* 04:26 17% 02:28 7%* 02:39
vrouw 52% 03:51 13%* 01:57 5%* 02:41
leeftijd
13-19 jaar 26%* 02:15* 26% 02:11 14%* 02:32
20-34 jaar 48% 04:17 17%* 02:19 10%* 02:41
35-49 jaar 55% 04:11 15% 02:26 5%* 02:58
50-64 jaar 56%* 04:16 12% 02:13 3% 02:52
≥ 65 jaar 59% 04:12 9% 01:46 2%
opleiding
laag 54% 04:52 10% 02:05 4%
midden 51%* 04:15 15% 02:11 5%* 02:42
hoog 51% 03:29 17%* 02:07 9%* 02:38
Deelnemers aan diverse luisteractiviteiten

↑ / ↓= stijging/daling ten opzichte van 2013 significant (p < .05).

*= verschil naar achtergrondkenmerk in 2015 significant (p < .05).

-= te weinig observaties (<20) om betrouwbare informatie te presenteren.

Bron:NLO/NOM/SCP/SKO (Media:Tijd TBO ’13) en NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Radio luisteren op het moment van uitzending domineert het luisteren in 2015 nog. Het aandeel van de bevolking dat op een dag live radio luistert is echter wel gedaald ten opzichte van 2013. Deze daling is het sterkst onder tieners. Deze groep laat daarnaast ook de grootste stijging zien in luisteraars naar muziek of audio via internet, gevolgd door 20-34-jarigen en 35-49-jarigen. De groepen van 50 jaar en ouder hebben deze manier van luisteren ook in 2015 nog niet echt ontdekt.

Duits onderzoek: generatieverschillen in luisteren

Met slechts 2 metingen is het nog niet mogelijk om met de Media:Tijd-data de veranderingen in het luistergedrag naar leeftijd te duiden (zie kader Verschil in levensfase of generatieverschil?). De Duitse Langzeitstudie Massenkommunikation, die al 50 jaar beslaat, laat zien dat zich in de afgelopen 10 jaar generatie-specifieke veranderingen hebben voorgedaan in het radio luisteren. De oudste generaties, die veel meer radioluisteren dan de jongere, laten een daling zien. Bij de jongere generaties is er in Duitsland juist een stijging waarneembaar, waardoor de generaties in radioluistertijd meer op elkaar gaan lijken (Best en Engel 2016: 6-7).

Verschillende apparaten domineren bij verschillende luisteractiviteiten

Waar iemand naar luistert hangt voor een deel ook samen met de apparaten die die persoon gebruikt. Radio luisteren gebeurt overwegend via een vast radiotoestel en muziek luisteren via internet juist relatief vaak via pc of laptop. Het uitzenden van radioprogramma’s via online platforms – met als doel nieuw publiek te vinden – stuit dan ook op de beperking van heersende gewoontes in het mediagebruik. De gebruikers van nieuwe media lijken inmiddels andere content gevonden te hebben om naar te luisteren.

Tijd aan diverse luisteractiviteiten via verschillende apparaten

radio op moment van uitzending eigen muziek/audio muziek/audio via internet
vaste radio, autoradio 01:35 00:09 00:01
draagbare muziekspeler, mobiele telefoon/smartphone, tablet 00:15 00:06 00:03
pc, laptop 00:07 00:02 00:04
overige apparaten 00:10 00:01 00:00
totaal 02:08 00:19 00:09
Tijd aan diverse luisteractiviteiten via verschillende apparaten

Bron:NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Naar welke zenders luisteren Nederlanders in 2015?

Op een gemiddelde dag luistert 20% van de bevolking naar zenders van de landelijke publieke omroep en 30% van de Nederlanders luistert naar commerciële zenders. Regionale zenders worden gemiddeld op een dag door 6% van de bevolking beluisterd.

Luisteraars van verschillende soorten zenders

publieke omroep commerciële zenders regionale zenders overige zenders
totaal 20% 30% 6% 5%
geslacht
man 21% 30% 6% 5%
vrouw 18% 30% 6% 5%
leeftijd
13-19 jaar 7% 18% 2% 1%
20-34 jaar 13% 36% 2% 4%
35-49 jaar 17% 38% 3% 5%
50-64 jaar 25% 28% 8% 6%
≥ 65 jaar 30% 19% 14% 7%
opleiding
laag 17% 30% 9% 7%
midden 18% 31% 6% 5%
hoog 25% 27% 4% 4%
Luisteraars van verschillende soorten zenders

*= verschil naar achtergrondkenmerk in 2015 significant (p < .05).

Bron:NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Bij de jongste helft van de bevolking zijn commerciële radiostations veel meer in trek dan publieke zenders. Het dagbereik van de commerciële stations ligt in de groepen 13 tot 19 jaar (18%), 20 tot 34 jaar (36%) en 35 tot 49 jaar (38%) aanmerkelijk hoger dan dat van de publieke omroep (respectievelijk 7%, 13% en 17%). Onder Nederlanders van 50 tot 64 jaar ligt het bereik van beide zendergroepen nagenoeg gelijk (28% luistert op een dag naar commerciële zenders en 25% naar zenders van de publieke omroep). De groep van 65 jaar en ouder – de grootste groep radioluisteraars – heeft een duidelijke voorkeur voor de publieke zenders. Van de 65-plussers luistert 30% op een dag naar zenders van de publieke omroep, tegenover 19% luisteraars van commerciële zenders.

Onder hoogopgeleiden bereiken de publieke (25%) en commerciële zenders (27%) ongeveer even grote groepen. Laag- en middelbaar opgeleiden verkiezen vaker de commerciële zenders boven de publieke omroep. Iets meer mannen dan vrouwen luisteren publieke omroep, maar bij beiden zijn commerciële zenders favoriet. 

Literatuur

Best, S. en B. Engel (2016). Generationenprofile in der konvergenten Medienwelt. Kohortenanalysen auf Basis der ARD/ZDF-Langzeitstudie Massenkommunikation. In: Media Perspektiven, jg. 1, p. 2-26.

Engel, B. (2015). Stream, Audio, Text - Nutzungsoptionen in einer konvergierenden Medienwelt. ARD/ZDF-Langzeitstudie Massenkommunikation. In: Media Perspektiven, jg. 12, p. 564-572.

Jham, B.C., G.V. Duraes, H.E. Strassler en L.G. Sensi (2008). Joining the podcast revolution. In: Journal of Dental Eduction, jg. 73, nr. 3, p. 278-281.

Hammersley, B. (2004). Audible revolution. In: The Guardian van 12 februari 2004. Geraadpleegd op 26 oktober 2016 via https://www.theguardian.com/media/2004/feb/12/broadcasting.digitalmedia.

NLO/GfK (2015). Audio distributie onderzoek 37339/2015. Geraadpleegd op 26 oktober 2016 via http://www.nationaalluisteronderzoek.nl/audio_distributie.html.

NVPI (2016). Groei muziekstreaming zet door. Geraadpleegd op 26 oktober 2016 via http://www.nvpi.nl/nieuws/groei-muziekstreaming-zet-door.

Deze kaart citeren

Wennekers, A.M., J. de Haan en F. Huysmans (2016). Tijd voor luisteren. In: Media:Tijd in kaart. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/mediatijd/tijd_voor_luisteren.

Informatie noten

De iPod was halverwege het vorige decennium zeer populair. Samen met goedkope software om audiobestanden te produceren werd een hausse in de uitzendingen van radioamateurs gesignaleerd. De term podcast is dan ook een samentrekking van iPod en ‘broadcast’, Engels voor 'uitzenden'.

In Nederland staat de podcast dan ook vooral bekend als middel om een uitgezonden radio-uitzending terug te luisteren. Dit in tegenstelling tot de Verenigde Staten, waar podcasts gemaakt door mensen die niet aan radiozenders verbonden zijn erg populair zijn. Inmiddels bieden ook in Nederland al aardig wat 'prod-users' (of 'prosumers') naast streams ook podcasts aan van interviews of hun eigen dj-set.

Zie de kaart 'Over Media:Tijd' voor een volledige omschrijving van alle luisteractiviteiten.

Branchevereniging NVPI maakte in januari 2016 bekend dat de omzet uit streaming muziekdiensten in 2015 met 33% was gestegen ten opzichte van 2014. De NVPI verbindt daaraan de conclusie dat streaming de toekomst is (NVPI 2016).

Het onderzoek van NLO/GfK (2015: 20) laat een overeenkomstig beeld zien. Ook daar zijn het de jongste groepen (13-34 jaar) die relatief het meest naar eigen muziek (18%) en streaming muziekdiensten (14%) luisteren. Nog altijd gaat 68% van hun luistertijd naar live radio.