Media:Tijd in kaart

5 / 10

Kijken in beeld

Auteurs: Annemarie Wennekers, Jos de Haan en Frank Huysmans

Vorig decennium was de opkomst van het televisiekijken via internet een van de belangrijkste trends in het veranderende medialandschap (WRR 2005: 11). Inmiddels krijgt het televisiekijken (al dan niet via internet en/of op een ander moment dan uitzending) belangrijke concurrentie van streaming- of video-on-demand diensten (zoals Netflix, Pathé Thuis, en Videoland Unlimited). Steeds meer programmamakers richten zich op online video’s, die vooral onder jongeren populair zijn.  Wat betekenen deze ontwikkelingen voor het kijkgedrag van Nederlanders?

Televisie blijft populair

Ondanks alle ontwikkelingen op het gebied van uitgesteld kijken en video-on-demand keken de meeste Nederlanders in 2013 nog gewoon televisie op het moment van uitzending (Sonck en De Haan 2015). Ook in 2015 blijft televisie op het moment van uitzending de populairste kijkactiviteit.  Van de totale kijktijd (3 uur en 4 minuten) besteden Nederlanders nog steeds het grootste deel aan dit lineair televisiekijken (2 uur en 24 minuten). De gemiddelde tijd die Nederlanders aan lineair televisiekijken besteden bleef hiermee gelijk ten opzichte van 2013. Wel ligt het aandeel van de bevolking dat op een dag lineair televisie kijkt met 72% lager dan de 78% van 2013. Vergeleken met 2 jaar geleden kijkt in 2015 een groter deel van de bevolking uitgesteld televisie of gestreamd, gedownload of gekocht videomateriaal. Aan beide kijkactiviteiten besteden Nederlanders in 2015 gemiddeld op een dag 5 minuten meer dan in 2013.

Tijd aan diverse kijkactiviteiten

2013 2015
aandeel deelnemers tijd bevolking tijd deelnemers aandeel deelnemers tijd bevolking tijd deelnemers
kijken 86% 03:00 03:30 85% 03:04 03:37
televisieprogramma op moment van uitzending 78%* 02:31 03:14 72%* 02:24 03:19
televisieprogramma op een ander moment 13%* 00:14* 01:50 16%* 00:19* 01:58
gestreamd, gedownload of gekocht videomateriaal 7%* 00:10* 02:29 10%* 00:15* 02:27
overig video(filmpjes) 4%* 00:03 01:38 5%* 00:04 01:33
overig kijken (foto’s) 1% 00:00 01:11 1% 00:01 01:39
Tijd aan diverse kijkactiviteiten

↑ / ↓= stijging/daling ten opzichte van 2013 significant (p < .05).

Bron:NLO/NOM/SCP/SKO (Media:Tijd TBO ’13) en NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Wordt er nog wel lineair televisie gekeken?

Uit een recent onderzoek zou blijken dat nog maar 38% van de totale kijktijd 'lineair' plaatsvindt (Telecompaper 2016). Dit onderzoek kan op methodologische gronden in twijfel getrokken worden (zie NRC 10 oktober 2016).  Toch stellen of vermoeden veel mensen dat veranderingen in het kijkgedrag veel sneller gaan dan uit onderzoek blijkt. Onderzoek loopt een beetje achter bij de werkelijkheid, omdat het verwerken en analyseren van de data tijd kost. Niettemin komt ook de Stichting KijkOnderzoek (SKO) – die dagelijks over de kijkcijfers rapporteert – tot vergelijkbare bevindingen (zie https://kijkonderzoek.nl) als het Media:Tijd-onderzoek. De gemiddelden over de bevolking bevatten de cijfers van voorlopers én volgers in het verspreidingsproces van nieuwe vormen van mediagebruik. Kijkend naar een voorhoede van jongere bevolkingsgroepen laten het SKO-onderzoek en Media:Tijd wel degelijk rappe verschuivingen zien in kijkgedrag (zie het vervolg van deze kaart).

Grote verschillen in kijkgedrag

Televisiekijken op het moment van uitzending blijft dus de populairste vorm van kijken. Dit geldt voor alle bevolkingsgroepen. Toch zijn er aanzienlijke verschillen in kijkgedrag tussen deze groepen.

Deelnemers aan diverse kijkactiviteiten

televisieprogramma op moment van uitzending televisieprogramma op een ander moment gestreamd, gedownload of gekocht videomateriaal overig video(filmpjes)
aandeel deelnemers tijd deelnemers aandeel deelnemers tijd deelnemers aandeel deelnemers tijd deelnemers aandeel deelnemers tijd deelnemers
totaal 72%* 03:19 16%* 01:58 10%* 02:27 5%* 01:33
geslacht
man 71%* 03:17 15% 02:00 12%* 02:24 6% 01:33
vrouw 73%* 03:21 18%* 01:56* 9%* 02:31 4%* 01:31
leeftijd
13-19 jaar 49%* 02:29 15%* 02:07 18%* 02:38 13% 01:55
20-34 jaar 59%* 02:46 20% 02:04 20%* 02:30 7%* 01:28
35-49 jaar 70%* 03:06 18%* 01:57 11%* 02:20 4%* 01:19
50-64 jaar 82% 03:27 16% 01:59 5%* 02:26 2%
≥ 65 jaar 90% 04:02 11%* 01:38 2% 1%
opleiding
laag 80% 03:54 13%* 02:20 6% 4%
midden 74%* 03:24 16% 01:56 10%* 02:34 4% 01:29
hoog 65%* 02:42 20%* 01:52* 15%* 02:20 5%* 01:22
Deelnemers aan diverse kijkactiviteiten

↑ / ↓= stijging/daling ten opzichte van 2013 significant (p < .05).

*= verschil naar achtergrondkenmerk in 2015 significant (p < .05).

-= te weinig observaties (<20) om betrouwbare informatie te presenteren.

Bron:NLO/NOM/SCP/SKO (Media:Tijd TBO ’13) en NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Op een dag kijkt 90% van de 65-plussers lineair televisie, onder de 13-19-jarigen is dit slechts 49%. De oudere kijkers besteden ook veel meer tijd aan lineair televisiekijken dan de jongere groepen. Dit beeld is precies omgekeerd bij het bekijken van gestreamd, gedownload en aangekocht videomateriaal. De twee jongste leeftijdsgroepen zijn koplopers in het kijken naar films, documentaires en series die niet op televisie worden uitgezonden. Naar overige videofilmpjes – waaronder YouTube – kijken vooral de tieners.

Meer laagopgeleiden dan hoogopgeleiden kijken lineair televisie en ze besteden hier ook meer tijd aan. Bij het uitgesteld televisiekijken en het bekijken van gestreamd, gedownload en aangekocht videomateriaal is het beeld omgekeerd: meer hoog- dan laagopgeleiden kijkers.

Verschuivingen in het kijkgedrag verschillen per leeftijd

Het aandeel tieners dat op een dag lineaire televisiekijkt is in slechts 2 jaar tijd aanzienlijk gedaald (van 67% naar 49%). Het aandeel lineair televisiekijkers onder 20-34-jarigen en 35-49-jarigen daalde ook, maar minder sterk dan onder de tieners. De groep 50-plus vertoonde geen afname in kijkers van lineaire televisie. De andere (meestal nieuwere) kijkvormen namen over het algemeen toe, maar ook hier tekenen zich duidelijke leeftijdsverschillen af. Uitgesteld televisiekijken nam toe onder verschillende leeftijdsgroepen: onder tieners, maar ook onder 35-49-jarigen en 65-plussers. Het bereik van kijken van gestreamd, gedownload of gekocht videomateriaal nam bij alle leeftijden toe, behalve onder de 65-plussers. De stijging was het grootst onder tieners: een verdubbeling van 9% in 2013 tot 18% in 2015. Deze patronen laten zien dat leeftijdsgroepen verschillend reageren op mediavernieuwingen. Vooral de oudere leeftijdsgroepen houden nog vast aan bestaande kijkpatronen. Dit beeld past bij het onderzoek naar diffusie van innovaties (Rogers 2003; Huysmans en De Haan 2010). Daaruit blijkt dat het bij informatie- en communicatietechnologie de jongeren zijn die als eersten tot aanschaf en gebruik overgaan (zie ook kaarten 'Bezit van media-apparaten' en 'Gebruik van media-apparaten').

Verschil in levensfase of generatieverschil?

Verschillen naar leeftijd kunnen op twee manieren worden geïnterpreteerd:

  1. Als leeftijdseffect (of levensfase-effect): naarmate mensen ouder worden en in een andere levensfase belanden, verandert hun mediagebruik (bijvoorbeeld doordat ze meer vrije tijd krijgen na pensionering).
  2. Als generatie-effect (of cohorteffect): jongere generaties hebben andere patronen van mediagebruik dan oudere generaties, en deze patronen behouden zij als ze ouder worden.

Onderscheid tussen deze effecten is pas mogelijk als een onderzoek lange tijd op dezelfde manier wordt herhaald. Met pas 2 metingen lenen de Media:Tijd-gegevens zich daar nog niet voor. Eerdere analyses van de bestanden van het Tijdsbestedingsonderzoek (TBO) 1975-2000/2005 lieten zien dat bij televisiekijken zowel leeftijds- als generatie-effecten een rol spelen (Huysmans et al. 2004: 218; vgl. Huysmans en Hillebrink 2008: 140-150). Analyses van de Duitse Langzeitstudie Massenkommunikation 1964-2015 laten voor televisie voornamelijk een effect van leeftijd/levensfase zien: in alle generaties stijgt de televisiekijktijd wanneer ze ouder worden. Alleen de jongste generaties of cohorten laten bij het ouder worden ook een daling in kijktijd zien (Best en Engel 2016: 5-6). Dit wijst toch op een generatieverschil. De daling in kijktijd onder de Duitse jongeren houdt verband met de toename van internettijd die ze aan andere zaken dan kijken, luisteren en het lezen van kranten en nieuwsberichten besteden. Denk aan het spelen van games en het contact houden met anderen via sociale media.

Naar welke zenders en programma’s kijken Nederlanders?

Op een gemiddelde dag kijkt bijna de helft (47%) van de Nederlanders naar commerciële zenders. 42% kijkt naar de landelijke publieke omroep. Regionale zenders worden door slechts 3% van de bevolking bekeken en alle overige zenders door 21% van de bevolking. Er zijn duidelijke verschillen in wie naar welke zenders kijkt.  Ouderen – koplopers televisiekijken – kijken bovengemiddeld vaak naar alle soorten zenders. De publieke omroep is wel duidelijk favoriet: van de 65-plussers kijkt 73% op een dag naar de landelijke publieke omroep en 52% naar commerciële zenders. Van de tieners kijkt slechts 17% naar de publieke omroep en 29% naar commerciële zenders. Meer laag- (57%) dan hoogopgeleiden (36%) kijken op een dag naar commerciële zenders.

Kijkers van verschillende soorten zenders

landelijke publieke omroep commerciële zenders regionale zenders overige zenders
totaal 42% 47% 3% 21%
geslacht
man 44% 43% 2% 23%
vrouw 41% 52% 3% 19%
leeftijd
13-19 jaar 17% 29% 0% 20%
20-34 jaar 24% 43% 0% 19%
35-49 jaar 36% 51% 2% 21%
50-64 jaar 53% 52% 3% 22%
≥ 65 jaar 73% 52% 8% 23%
opleiding
laag 46% 57% 6% 25%
midden 41% 50% 3% 22%
hoog 41% 36% 1% 17%
Kijkers van verschillende soorten zenders

*= verschil naar achtergrondkenmerk in 2015 significant (p < .05).

Bron:NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Voor lineair televisiekijken zijn non-fictie programma’s op het gebied van nieuws, actualiteiten, opinievorming en levensbeschouwing het populairst. 43% van de bevolking kijkt op een gemiddelde dag minstens 10 minuten naar een dergelijk programma. Op de tweede plaats staan non-fictie programma’s op het gebied van mens en samenleving (33% kijkers). Op de derde plaats staan non-fictie programma’s op het gebied van informatie, educatie en infotainment (25% kijkers). Amusement, fictie (opgesplitst in buitenlands en Nederlands), sport en programma’s over kunst, cultuur en muziek trekken dagelijks een kleiner deel van de bevolking als kijkers. 

Kijkers van diverse categorieën tv-programma’s

kijkers
nonfictie-programma's op het gebied van nieuws, actualiteiten, opinievorming, levensbeschouwing 43%
nonfictie-programma's op het gebied van mens en samenleving 33%
nonfictie-programma's op het gebied van informatie, educatie en infotainment 25%
amusement 17%
buitenlandse fictie 16%
Nederlandse fictie 15%
sportprogramma's 14%
programma's op het gebied van kunst, cultuur en muziek 9%
Kijkers van diverse categorieën tv-programma’s

Bron:NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Van televisieprogramma’s op een ander moment en gestreamd, gedownload en aangekocht videomateriaal is in de Media:Tijd-dagboeken ook informatie over genre bekend.  Het populairst zijn films en series (18% kijkers op een dag), gevolgd door documentaires en reportages (3% kijkers) en nieuws en actualiteiten (2% kijkers). Overige genres halen minder dan 2% kijkers op een dag.

Anywhere, anyplace, anytime?

Als ze niet-lineair kijken kunnen mensen zelf bepalen wat ze waar en wanneer kijken. Leidt deze keuzevrijheid tot ander kijkgedrag? Een vergelijking tussen de momenten waarop Nederlanders televisie op het moment van uitzending kijken en de momenten waarop ze niet-lineair kijken vertoont opvallende gelijkenissen. Met een piek rond 21:00 uur hebben beide kijkvormen een duidelijke ‘primetime’.  Ook hier valt weer de dominantie van het lineaire kijken op: op de piek kijkt 46% van de bevolking naar een televisieprogramma dat op dat moment wordt uitgezonden, tegenover 10% niet-lineaire kijkers.

Lineaire en niet-lineaire kijkers over een etmaal

lineaire kijkers niet-lineaire kijkers kijkers totaal
04:00 0.48% 0.12% 0.65%
04:10 0.39% 0.11% 0.54%
04:20 0.40% 0.11% 0.54%
04:30 0.42% 0.11% 0.57%
04:40 0.41% 0.11% 0.56%
04:50 0.42% 0.11% 0.57%
05:00 0.45% 0.10% 0.59%
05:10 0.50% 0.12% 0.66%
05:20 0.47% 0.13% 0.65%
05:30 0.54% 0.15% 0.73%
05:40 0.60% 0.14% 0.78%
05:50 0.63% 0.15% 0.82%
06:00 0.83% 0.15% 1.01%
06:10 0.89% 0.15% 1.09%
06:20 1.04% 0.16% 1.24%
06:30 1.40% 0.19% 1.62%
06:40 1.45% 0.20% 1.69%
06:50 1.49% 0.25% 1.77%
07:00 2.58% 0.32% 2.92%
07:10 2.55% 0.36% 2.93%
07:20 2.61% 0.38% 3.02%
07:30 2.97% 0.40% 3.41%
07:40 2.94% 0.42% 3.39%
07:50 2.90% 0.44% 3.39%
08:00 3.41% 0.57% 4.04%
08:10 3.21% 0.58% 3.85%
08:20 3.14% 0.65% 3.85%
08:30 3.12% 0.85% 4.04%
08:40 3.20% 0.94% 4.22%
08:50 3.27% 0.95% 4.28%
09:00 3.45% 1.14% 4.64%
09:10 3.34% 1.17% 4.55%
09:20 3.32% 1.16% 4.53%
09:30 3.46% 1.22% 4.72%
09:40 3.41% 1.30% 4.77%
09:50 3.53% 1.30% 4.88%
10:00 4.03% 1.36% 5.46%
10:10 4.06% 1.43% 5.55%
10:20 4.08% 1.54% 5.67%
10:30 4.16% 1.68% 5.90%
10:40 4.21% 1.71% 5.98%
10:50 4.19% 1.77% 6.01%
11:00 3.62% 1.93% 5.61%
11:10 3.48% 1.97% 5.50%
11:20 3.52% 1.94% 5.51%
11:30 3.38% 1.85% 5.30%
11:40 3.41% 1.87% 5.37%
11:50 3.37% 1.83% 5.29%
12:00 3.32% 1.94% 5.33%
12:10 3.32% 1.97% 5.36%
12:20 3.47% 2.07% 5.61%
12:30 3.56% 2.10% 5.73%
12:40 3.58% 2.23% 5.86%
12:50 3.61% 2.28% 5.95%
13:00 3.82% 2.28% 6.15%
13:10 3.71% 2.34% 6.14%
13:20 3.51% 2.45% 6.03%
13:30 3.47% 2.41% 5.95%
13:40 3.38% 2.50% 5.95%
13:50 3.39% 2.45% 5.92%
14:00 3.42% 2.53% 6.03%
14:10 3.42% 2.52% 6.03%
14:20 3.47% 2.53% 6.09%
14:30 3.65% 2.60% 6.33%
14:40 3.74% 2.62% 6.44%
14:50 3.78% 2.60% 6.46%
15:00 4.10% 2.70% 6.91%
15:10 4.19% 2.70% 7.02%
15:20 4.30% 2.73% 7.13%
15:30 4.53% 2.85% 7.51%
15:40 4.53% 2.92% 7.58%
15:50 4.74% 2.90% 7.74%
16:00 5.60% 2.99% 8.70%
16:10 5.76% 2.98% 8.85%
16:20 6.05% 3.06% 9.24%
16:30 6.58% 3.11% 9.80%
16:40 6.74% 3.12% 9.97%
16:50 6.91% 3.11% 10.13%
17:00 7.93% 2.96% 10.98%
17:10 8.21% 2.93% 11.24%
17:20 8.36% 2.93% 11.38%
17:30 9.04% 2.89% 11.97%
17:40 9.66% 2.90% 12.60%
17:50 10.49% 2.88% 13.41%
18:00 17.38% 3.00% 20.40%
18:10 18.25% 3.20% 21.48%
18:20 18.91% 3.36% 22.31%
18:30 21.08% 3.87% 24.95%
18:40 21.64% 4.09% 25.75%
18:50 22.27% 4.26% 26.56%
19:00 27.07% 4.70% 31.76%
19:10 27.92% 4.83% 32.74%
19:20 28.81% 4.94% 33.73%
19:30 32.26% 5.55% 37.78%
19:40 32.83% 5.67% 38.49%
19:50 33.24% 5.87% 39.07%
20:00 41.30% 6.97% 48.20%
20:10 42.41% 7.35% 49.68%
20:20 42.82% 7.69% 50.43%
20:30 43.45% 8.99% 52.38%
20:40 43.99% 9.31% 53.26%
20:50 44.62% 9.57% 54.15%
21:00 45.52% 10.33% 55.77%
21:10 45.68% 10.61% 56.18%
21:20 45.58% 10.81% 56.25%
21:30 43.73% 10.94% 54.53%
21:40 43.61% 11.01% 54.46%
21:50 43.45% 10.90% 54.21%
22:00 39.94% 9.49% 49.34%
22:10 39.15% 9.21% 48.27%
22:20 37.84% 8.96% 46.74%
22:30 31.29% 7.50% 38.78%
22:40 29.81% 7.10% 36.90%
22:50 28.18% 6.84% 35.02%
23:00 18.49% 4.92% 23.40%
23:10 17.32% 4.68% 21.98%
23:20 16.04% 4.46% 20.48%
23:30 12.41% 3.65% 16.04%
23:40 11.38% 3.44% 14.80%
23:50 9.70% 3.17% 12.85%
00:00 5.03% 2.20% 7.22%
00:10 4.09% 2.00% 6.08%
00:20 3.37% 1.89% 5.26%
00:30 2.24% 1.52% 3.77%
00:40 2.04% 1.41% 3.46%
00:50 1.94% 1.25% 3.19%
01:00 1.08% 0.85% 1.95%
01:10 0.95% 0.81% 1.77%
01:20 0.89% 0.73% 1.64%
01:30 0.65% 0.53% 1.19%
01:40 0.63% 0.48% 1.12%
01:50 0.58% 0.43% 1.03%
02:00 0.29% 0.23% 0.54%
02:10 0.27% 0.23% 0.52%
02:20 0.27% 0.23% 0.52%
02:30 0.25% 0.21% 0.48%
02:40 0.24% 0.19% 0.46%
02:50 0.24% 0.18% 0.43%
03:00 0.21% 0.15% 0.38%
03:10 0.21% 0.15% 0.38%
03:20 0.20% 0.15% 0.37%
03:30 0.19% 0.13% 0.35%
03:40 0.19% 0.12% 0.34%
03:50 0.19% 0.12% 0.33%
Lineaire en niet-lineaire kijkers over een etmaal

Bron:NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Ook wat locatie betreft verschillen het lineaire en niet-lineaire kijken weinig van elkaar. Beide kijkvormen vinden overwegend thuis plaats: bij lineair kijken 2 uur en 17 minuten van de 2 uur en 24 minuten en bij niet-lineair kijken 35 minuten van de 39 minuten. Opvallend is dat niet-lineair kijken relatief iets vaker bij anderen thuis plaatsvindt dan lineair kijken.

Tijd aan lineair en niet-lineair kijken per type locatie

thuis bij anderen thuis ergens anders
lineair kijken 02:17 00:03 00:02
niet-lineair kijken 00:35 00:02 00:01
Tijd aan lineair en niet-lineair kijken per type locatie

Bron:NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Buitenshuis kijken

In het onderzoek ‘TV in Nederland 2015’ (Stichting Kijkonderzoek 2016: 22) zeggen 2 op de 5 Nederlanders vanaf 13 jaar wel eens buitenshuis te kijken. Het aandeel buitenshuiskijkers neemt af met de leeftijd. Van de 13-19-jarigen zeggen 3 op de 5 wel eens elders te kijken. Bij de 65-plussers is dat 1 op de 4.

Literatuur

Best, S. en B. Engel (2016). Generationenprofile in der konvergenten Medienwelt. Kohortenanalysen auf Basis der ARD/ZDF-Langzeitstudie Massenkommunikation. In: Media Perspektiven, jg. 1, p. 2-26.

Commissariaat voor de Media (2015). Mediamonitor: Mediabedrijven en mediamarkten 2014-2015. Hilversum: De la Montagne Print + More.

Huysmans, F. en J. de Haan (2010). Alle kanalen staan open. De digitalisering van mediagebruik. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Huysmans, F., J. de Haan en A. van den Broek (2004). Achter de schermen; een kwart eeuw lezen, luisteren, kijken en internetten. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Huysmans, F. en C. Hillebrink (2008). De openbare bibliotheek tien jaar van nu. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

NRC (2016). Lineaire tv nog maar 38 procent van kijktijd. In: NRC Next van 10 oktober 2016. Geraadpleegd op 26 oktober 2016 via https://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/10/lineaire-tv-nog-maar-38-procent-van-kijktijd-4673048-a1525780.

Rogers, E.M. (2003). Diffusion of innovations (fifth edition). New York: Free Press.

Sonck, N. en J. de Haan (2015). Media:Tijd in beeld. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Stichting Kijkonderzoek (SKO) (2016). TV in Nederland rapportage 2015. Geraadpleegd op 26 oktober 2016 via https://kijkonderzoek.nl/tv-in-nederland.

Telecompaper (2016). Nog slechts 38 procent dagelijkse kijktijd is voor traditioneel tv-kijken. Geraadpleegd op 26 oktober 2016 via http://www.telecompaper.com/nieuws/nog-slechts-38-kijktijd-is-voor-traditioneel-tv-kijken--1164310.

Deze kaart citeren

Wennekers, A.M., J. de Haan en F. Huysmans (2016). Kijken in beeld. In: Media:Tijd in kaart. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/mediatijd/kijken_in_beeld.

Informatie noten

Videodienst YouTube laat een enorme groei zien: in 2005 werd het eerste filmpje geüpload, in 2013 kwam er op YouTube wereldwijd per minuut 100 uur aan video’s bij. In 2014 was dit aantal al weer verdrievoudigd (Commissariaat voor de Media 2015) en het neemt nog steeds toe.

Zie de kaart 'Over Media:Tijd' voor een volledige omschrijving van alle kijkactiviteiten.

Mensen wordt gevraagd een inschatting te geven van het aantal minuten dat ze op een dag besteden aan verschillende vormen van kijken. Kans op over- of onderschatting is daarbij groot. Ook kunnen hier verschillende geheugeneffecten optreden, waarbij mensen het gewoontegedrag (lineair televisiekijken) bijvoorbeeld eerder vergeten. De dagboek-methode is minder vatbaar voor dit soort vertekeningen.

Voor het kijken naar zenders is geen betrouwbare informatie over de besteedde tijd te presenteren. Per aaneensluitend tijdsblok van tv-kijken gaven respondenten aan naar welke tv-programma’s op welke zenders ze keken, maar niet bekend is hoe lang ze naar elk programma per zender keken.

Dit hangt deels samen met het feit dat het aanbod van programma’s die binnen deze genres vallen kleiner is.

De indeling is anders dan de indeling van lineaire televisieprogramma’s.

Dit past in het beeld dat er duidelijke ‘collectieve ritmes’ bestaan in de manier waarop mensen hun tijd indelen, zie 'Tijd in kaart'.