Media:Tijd in kaart

8 / 11

Communicatie via (sociale) media

Auteurs: Annemarie Wennekers, Jos de Haan en Frank Huysmans

In het huidige medialandschap raken massamedia en (inter)persoonlijke communicatie steeds meer met elkaar verweven. Dit is vooral zichtbaar op socialenetwerksites. De verspreiding van sociale media nam de afgelopen jaren alleen maar toe.

Gebruik social media in Nederland blijft stijgen

In 2014 had 80% van de Nederlanders van 15 jaar en ouder een account op 1 of meerdere platforms. In 2015 steeg dat aantal tot net onder de 90% (NewCom 2015). In 2015 was Facebook in Nederland het grootst met 9,4 miljoen gebruikers (70% van de bevolking van 15 jaar en ouder), gevolgd door YouTube (6,8 miljoen gebruikers), LinkedIn (3,8 miljoen gebruikers) en Twitter (2,8 miljoen gebruikers). Jongeren verlaten in groten getale de gevestigde socialenetwerksites om zich op nieuwe platforms als Pinterest, Instagram en Snapchat te vestigen. Het aantal Facebookgebruikers boven de 40 jaar steeg in 2015 ten opzichte van 2014, terwijl het aantal jonge gebruikers (tussen 15 en 19 jaar) afnam. De groei van het aantal Twittergebruikers tussen de 65 en 79 jaar ging gepaard met een afname onder de andere leeftijdsgroepen, met name de groepen tussen 15 en 39 jaar (NewCom 2015). In 2016 stabiliseerde de afname van Facebookgebruik onder jongeren, maar de stijging onder 65-plussers en 80-plussers zette zich voort. Het gebruik van Twitter onder jongeren daalde verder in 2016, terwijl ook hier het gebruik onder 80+ steeg (NewCom 2016). Hier ontstaat dus duidelijk het beeld van jongeren die voorlopen in het gebruik van nieuwe media en ouderen die volgen (Duimel 2007; Huysmans en de Haan 2010), zie ook 'Gebruik van media-apparaten'.

Nederlanders communiceren in 2015 evenveel via media als in 2013

Ondanks het groeiende gebruik van sociale media onder verschillende bevolkingsgroepen en de toenemende mogelijkheden om via media berichten te sturen of te bellen, is er in de afgelopen 2 jaar geen verschuiving zichtbaar in de totale tijd die mensen aan communiceren via media besteden.  In 2013 én 2015 waren Nederlanders hier gemiddeld op een dag iets meer dan een uur mee kwijt. E-mailen en sociale media waren in 2013 al populaire communicatievormen en blijven dat ook in 2015. Wel daalde het aandeel van de bevolking dat op een dag e-mail gebruikt. Tegelijkertijd nam de tijd die gebruikers aan e-mailen besteedden toe. Het aandeel van de bevolking dat op een dag berichten stuurt via media (zoals sms, app of chat) nam licht toe. Maar de tijd die zij daaraan besteedden daalde met ongeveer een halfuur.  

Tijd aan diverse vormen van communiceren via media

2013 2015
aandeel deelnemers tijd bevolking tijd deelnemers aandeel deelnemers tijd bevolking tijd deelnemers
communiceren 53% 01:05 02:04 55% 01:06 02:01
bellen 16% 00:08 00:51 16% 00:08 00:54
berichten sturen 13%* 00:16 02:07* 19%* 00:17 01:36*
e-mailen 26%* 00:17 01:09* 21%* 00:17 01:19*
sociale media 23%* 00:20 01:30 26%* 00:21 01:20
overig communiceren 2%* 00:02* 02:31 1%* 00:01* 02:07
Tijd aan diverse vormen van communiceren via media

↑ / ↓= stijging/daling ten opzichte van 2013 significant (p < .05).

Bron:NLO/NOM/SCP/SKO (Media:Tijd TBO ’13) en NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Tieners kampioen berichten sturen en gebruik sociale media

De verschillen tussen leeftijdsgroepen springen het meest in het oog. Tieners besteden van alle leeftijdsgroepen de meeste tijd aan communiceren via media: gemiddeld 2 uur en 12 minuten op een dag. Daartegenover staat het bevolkingsgemiddelde van 1 uur en 6 minuten. Voor 13-19-jarigen en 20-34-jarigen zijn sociale media en het sturen van berichten de populairste vormen van communiceren. Tieners zijn kampioen berichten sturen: 38% van de 13-19-jarigen is daar op een dag minstens 10 minuten mee bezig (tegenover 5% van de 65-plussers). Ook besteden ze er met gemiddeld 3 uur en 21 minuten op een dag verreweg de meeste tijd aan. Het aandeel gebruikers van sociale media ligt hoger onder tieners en 20-34-jarigen dan onder de andere leeftijdsgroepen. Bellen en e-mailen zijn inmiddels klassiekere communicatievormen, tieners doen het dan ook relatief minder dan de andere leeftijdsgroepen. In aandeel deelnemers gaan de 65-plussers voorop bij het bellen, terwijl vooral 35-64-jarigen e-mailen.

Meer vrouwen dan mannen bellen, sturen berichten, e-mailen en gebruiken sociale media op een doorsneedag. In tijd doen mannen echter niet onder voor vrouwen. Mannen die bellen en e-mailen besteden daar gemiddeld zelfs meer tijd aan dan vrouwen. Meer hoog- dan laagopgeleiden zijn op een dag bezig met berichten versturen, e-mailen en sociale media. 

Deelnemers aan diverse vormen van communiceren via media

bellen berichten sturen e-mailen sociale media
aandeel deelnemers tijd deelnemers aandeel deelnemers tijd deelnemers aandeel deelnemers tijd deelnemers aandeel deelnemers tijd deelnemers
totaal 16% 00:54 19%* 01:36* 21%* 01:19* 26%* 01:20
geslacht
man 12% 01:05 15%* 01:55 20%* 01:38* 22% 01:26
vrouw 21% 00:48 22%* 01:23* 23%* 01:03 30%* 01:16
leeftijd
13-19 jaar 9% 38%* 03:21 7% 40% 01:47
20-34 jaar 14% 00:53 26%* 01:05* 17%* 01:14 38% 01:19
35-49 jaar 15% 01:05 18%* 01:10 24%* 01:33 31% 01:08
50-64 jaar 17% 00:53 15%* 01:15 28%* 01:26* 19%* 01:30
≥ 65 jaar 23% 00:41 5% 01:02 22% 00:54 8% 00:52
opleiding
laag 17%* 00:47 12%* 01:20 14% 01:04 21% 01:30
midden 14% 00:51 20%* 01:50 19%* 01:09 28%* 01:19
hoog 18% 01:01 21%* 01:18* 29%* 01:32* 27% 01:17
Deelnemers aan diverse vormen van communiceren via media

↑ / ↓= stijging/daling ten opzichte van 2013 significant (p < .05).

*= verschil naar achtergrondkenmerk in 2015 significant (p < .05).

-= te weinig observaties (<20) om betrouwbare informatie te presenteren.

Bron:NLO/NOM/SCP/SKO (Media:Tijd TBO ’13) en NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Communiceren via verschillende apparaten

E-mail was een van de favoriete activiteiten toen eind jaren ’90 van de vorige eeuw veel computers op internet werden aangesloten. Sindsdien werd mobiele apparatuur (smartphones en tablets) steeds populairder en is de winstmarge op de productie van desktops gedaald (zie ook 'Bezit van media-apparaten'). Onderstaande figuur laat zien dat Nederlanders over het algemeen een voorkeur hebben voor mobiele apparaten bij berichten sturen en sociale media. E-mailen wordt vooral via pc of laptop gedaan. Dalend gebruik van deze apparaten zou de populariteit van e-mail verder kunnen inperken en mogelijk zelfs reduceren tot een kantoortoepassing.

Tijd aan diverse communicatievormen via verschillende apparaten

berichten sturen e-mailen sociale media
tablet, mobiele telefoon/smartphone 00:16 00:02 00:14
pc, laptop 00:00 00:14 00:06
overig 00:00 00:00 00:00
totaal 00:17 00:17 00:21
Tijd aan diverse communicatievormen via verschillende apparaten

↑ / ↓= stijging / daling ten opzichte van 2013 significant (p < .05).

Bron:NLO/NOM/SCP/SKO (Media:Tijd TBO ’13) en NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Jongeren en hoogopgeleiden domineren ook de korte communicatiemomenten

Communiceren kenmerkt zich door hele korte gebruiksmomenten (< 5 minuten), die niet in het Media:Tijd-dagboek vermeld worden. Opgeteld kunnen ze wel wezenlijk bijdragen aan de totale communicatietijd. Om inzicht te krijgen in de frequentie van korte communicatiemomenten beantwoordden respondenten aan het einde van elke dag vragen hierover (zie 'Over Media:Tijd'). Vooral e-mail wordt door veel mensen op een dag bekeken: in zowel 2013 als 2015 gebruikte 80% van de Nederlanders minstens 1 keer per dag kort e-mail. Het aandeel van de bevolking dat minstens 1 keer per dag kort belde, daalde in deze periode van 67% naar 62%. Het aandeel dat berichten stuurde, steeg van 59% naar 69%. Het aandeel bezoekers van sociale netwerksites ging van 56% naar 60%.

Kortdurende communicatie via media

2015 2013
bellen 62%* 67%
berichten sturen 69%* 59%
e-mailen 80% 80%
sociale media 60%* 56%
Kortdurende communicatie via media

↑ / ↓= stijging/daling ten opzichte van 2013 significant (p < .05).

Bron:NLO/NOM/SCP/SKO (Media:Tijd TBO ’13) en NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Ook in deze korte communicatiemomenten zijn duidelijke verschillen zichtbaar tussen bevolkingsgroepen. Minder tieners bellen kort op een dag. Samen met de 20-34-jarigen zijn zij wel oververtegenwoordigd in het sturen van berichten en bezoeken van sociale netwerken. Meer mannen dan vrouwen zijn op een dag bezig met korte momenten van bellen en e-mailen. Kortdurende communicatie-activiteiten gaan ook samen met opleidingsniveau: meer hoog- dan laagopgeleiden rapporteren zulke korte episodes. 

Scheidslijnen in de toegang tot en gebruik van ICT

Als de combinatie van hoge opleiding, bezit van informatievaardigheden en toegang tot informatie via sociale netwerken cumulatieve effecten heeft, kan het verschil tussen hoog- en laagopgeleiden in de toekomst groter worden en tot een duurzame sociale scheidslijn uitgroeien (De Haan en Huysmans 2006).

Het is daarom van groot belang de maatschappelijke spreiding van toegang tot en benutting van digitale informatie- en communicatiemogelijkheden te blijven monitoren.

Deelnemers aan kortdurende communicatie via media

bellen berichten sturen e-mailen sociale media
totaal 62% 69% 80% 60%
geslacht
man 64% 67% 83% 59%
vrouw 61% 71% 77% 62%
leeftijd
13-19 jaar 49% 90% 80% 84%
20-34 jaar 65% 91% 90% 80%
35-49 jaar 65% 77% 87% 67%
50-64 jaar 64% 62% 81% 51%
≥ 65 jaar 61% 32% 60% 26%
opleiding
laag 58% 51% 59% 47%
midden 61% 71% 83% 63%
hoog 67% 78% 90% 65%
Deelnemers aan kortdurende communicatie via media

↑ / ↓= verschil naar achtergrondkenmerk in 2015 significant (p < .05).

Bron:NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Frequentie van kortdurende communicatiemomenten

Bellen en e-mailen komen laagfrequent voor. 39% van de bevolking belt 1 tot 2 keer per dag korter dan 5 minuten. Slechts 4% doet dit vaker dan 11 keer op een dag. E-mail checkt 42% van de bevolking 1 tot 2 keer, 8% doet dit meer dan 11 keer op een dag. Berichten sturen gebeurt in hogere frequentie: 22% van de bevolking doet dit minstens 11 keer op een dag. Tieners spannen de kroon: 64% van de 13-19-jarigen is hier 11 keer of vaker op een dag mee bezig (en 46% zelfs meer dan 20 keer per dag). Ze worden gevolgd door de 20-34-jarigen. Tieners en 20-34-jarigen zijn ook frequente gebruikers van sociale media.

Frequentie kortdurende communicatie via media

0 keer 1-2 keer 3-10 keer 11-19 keer ≥20 keer
bellen
totaal 38% 39% 19% 3% 1%
13-19 jaar 51% 36% 9% 2% 2%
20-34 jaar 35% 39% 21% 4% 2%
35-49 jaar 35% 38% 21% 4% 2%
50-64 jaar 36% 39% 21% 3% 1%
≥ 65 jaar 39% 44% 16% 1% 1%
berichten sturen
totaal 31% 19% 28% 10% 12%
13-19 jaar 10% 10% 16% 18% 46%
20-34 jaar 9% 14% 37% 18% 22%
35-49 jaar 23% 22% 37% 11% 7%
50-64 jaar 38% 27% 27% 5% 3%
≥ 65 jaar 68% 18% 12% 1% 0%
e-mailen
totaal 20% 42% 31% 5% 3%
13-19 jaar 20% 50% 24% 4% 3%
20-34 jaar 10% 40% 39% 7% 4%
35-49 jaar 13% 43% 32% 7% 5%
50-64 jaar 19% 42% 32% 4% 3%
≥ 65 jaar 40% 36% 22% 1% 0%
sociale media
totaal 40% 26% 25% 6% 3%
13-19 jaar 16% 22% 38% 14% 11%
20-34 jaar 20% 28% 37% 11% 5%
35-49 jaar 33% 32% 29% 5% 3%
50-64 jaar 49% 29% 19% 2% 1%
≥ 65 jaar 74% 17% 8% 1% 0%
Frequentie kortdurende communicatie via media Frequentie kortdurende communicatie via media Frequentie kortdurende communicatie via media Frequentie kortdurende communicatie via media

Bron:NLO/NOM/SKO/BRO/SCP (Media:Tijd TBO ’15)

Literatuur

Duimel, M. (2007). Verbinding maken: Senioren en internet. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Haan, J. de en F. Huysmans (2006). Informatievaardigheden in een kennissamenleving. In: Paul Schnabel (red.), Investeren in vermogen. Sociaal en Cultureel Rapport 2006 (p. 91-115). Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Huysmans, F. en J. de Haan (2010). Alle kanalen staan open. De digitalisering van mediagebruik. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

NewCom (2015). Nationale social media onderzoek 2015. Geraadpleegd op 24 september 2016 via http://www.newcom.nl/socialmedia2015.

NewCom (2016). Nationale social media onderzoek 2016. Geraadpleegd op 24 oktober 2016 via http://www.newcom.nl/socialmedia2016.

Deze kaart citeren

Wennekers, A.M., J. de Haan en F. Huysmans (2016). Communicatie via (sociale) media. In: Media:Tijd in kaart. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/mediatijd/communicatie_via_media.

Informatie noten

In de literatuur wordt dit ook ‘gemedieerde communicatie’ genoemd. In het Media:Tijd-dagboek behoren de volgende activiteiten tot deze categorie: (video)bellen, berichten sturen (via sms, app of chat), e-mailen, social media (ook blogs en internetfora) en overig communiceren via media, zie de kaart 'Over Media:Tijd' voor een volledige omschrijving van deze activiteiten. Strikt genomen kan een deel van dit communiceren ook andere media-activiteiten bevatten. Bijvoorbeeld, iemand kan via Facebook of Twitter een filmpje kijken of een artikel lezen. In het huidige onderzoek valt dit onder sociale media, tenzij de respondent dit zelf onder kijken of lezen heeft geregistreerd.

Dit zou kunnen samen hangen met verschillen in de aard van het werk dat zij vaak doen. Hoogopgeleiden zijn hierdoor op een dag waarschijnlijk meer actief op computers en andere digitale apparaten.

Ook na statistische controle voor verschillen naar sekse en leeftijd blijft deze samenhang tussen opleiding en korte communicatie overeind.