De sociale staat van Nederland 2020

6 / 12

Maatschappelijke en politieke participatie

Auteur: Josje den Ridder

De afgelopen 12 jaar is de participatie en betrokkenheid van Nederlanders bij de publieke zaak zo goed als stabiel gebleven. Uitzondering hierop is het lezen van politiek nieuws (bijvoorbeeld in de krant), dit is vooral onder jongeren de afgelopen 12 jaar afgenomen. Een andere uitzondering vormt de steun voor referenda: deze steun is, na een scherpe daling in 2016 en 2017, nu weer gestegen. De coronacrisis heeft vermoedelijk gevolgen gehad voor de maatschappelijke participatie. Vormen van participatie waarbij mensen fysiek samenkomen, zoals demonstraties of vrijwilligerswerk, zijn tijdens een lockdown bijvoorbeeld niet mogelijk. Waarschijnlijk gaat het hier om een tijdelijke onderbreking en pakken mensen activiteiten weer op zodra dat mogelijk is. De coronacrisis lijkt geen gevolgen te hebben voor het niveau van politieke interesse of de steun voor referenda.

Betrokkenheid met en inzet voor de publieke zaak

Betrokkenheid bij de publieke zaak kan zich uiten in allerlei vormen van (maatschappelijke) participatie, zoals vrijwilligerswerk, informele hulp en collectieve actie aan de ene kant, en in (politieke) betrokkenheid bij het bestuur en politiek aan de andere kant. Dit laatste kan door te gaan stemmen, het politieke nieuws te volgen of voorstander te zijn van (meer) politieke inspraak. Beide vormen van participatie en betrokkenheid bespreken we hier voor de periode 2008-2019. Aan het eind gaan we in op de vraag of en hoe de coronacrisis gevolgen heeft voor de mate en aard van participatie in Nederland.

Maatschappelijke participatie grotendeels stabiel

Het percentage Nederlanders dat aangeeft vrijwilligerswerk te doen, schommelt de afgelopen 12 jaar tussen 25% en 30% en is dus relatief stabiel. Hogeropgeleiden doen aanzienlijk vaker vrijwilligerswerk dan lageropgeleiden. Jongvolwassenen (18 tot 34 jaar) zijn minder vaak actief als vrijwilliger dan de andere leeftijdscategorieën. Deze verschillen zijn niet nieuw, maar waren er de hele onderzochte periode.

Maatschappelijke participatie grotendeels stabiel

doet (georganiseerd) vrijwilligerswerk 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
totaal
totaal 27,03 26,91 27,67 27,58 28,61 28,33 26,44 25,23 26,09 28,30 28,00 28,2
geslacht
man 26,84 27,94 27,84 28,83 30,62 30,53 25,02 24,28 29,04 30,2 28,8 29,3
vrouw 27,25 25,97 27,5 26,37 26,69 26,13 27,79 26,17 23,32 26,4 27,2 27,2
leeftijd
18-34 jaar 19,36 17,84 24,17 17,72 22,01 24,06 19,73 19,45 15,61 23,0 18,9 21,3
35-64 jaar 30,92 31,28 30,02 32,32 31,95 31,48 29,59 26,52 30,2 30,2 31,8 31,9
≥ 65 jaar 25,79 26,7 26,33 26,51 28,79 25,29 27,03 28,67 29,06 30,4 30,2 28,8
opleiding
lager opgeleid 22,99 23,04 19,12 20,65 18,26 20,9 19,53 14 17,61 23,5 22,0 17,5
middelbaar opgeleid 25,71 28,06 29,44 27,57 29,95 28,15 27,33 27,31 26,13 27,3 25,7 28,2
hoger opgeleid 34,54 31,49 36,93 37,59 35,41 35,24 30,04 32,63 33,3 33,0 35,4 35,8
helpt anderen informeel 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
totaal
totaal 22,97 22,32 24,63 23,12 24,73 25,32 24,87 25,19 24,75 23,6 25,9 24,9
geslacht
man 18,3 19,43 19,54 19,85 21,76 20,7 22,66 22,96 20,18 20,8 23,7 19,2
vrouw 28,2 24,96 29,53 26,31 27,55 29,94 26,97 27,44 29,05 26,3 28,2 30,5
leeftijd
18-34 jaar 12,38 15,31 17,56 15,74 12,85 18,52 14,41 21,38 15,98 13,8 15,1 15,4
35-64 jaar 27,73 25,93 28,81 25,9 30,89 28,84 29,21 26,64 28,89 28,9 31,9 28,2
≥ 65 jaar 23,16 21,51 23,43 24,66 24,74 24,23 27,19 26,28 25,67 23,6 25,5 28,7
opleiding
lager opgeleid 25,27 22,88 20,38 23,81 22,56 19,75 23,78 24,91 22,89 23,6 25,7 21,9
middelbaar opgeleid 20,69 24,62 27,55 24,4 26,05 26,81 25,7 24,87 25,64 22,7 26,0 29,1
hoger opgeleid 22,66 18,47 26,46 20,26 24,56 28,11 23,85 26,56 25,41 24,7 26,0 22,2
heeft de afgelopen 2 jaar deelgenomen aan een collectieve actie 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
totaal
totaal 26,29 23,66 27,91 26,98 28,85 26,76 27,52 25,85 26,3 26,2 23,0 25,5
geslacht
man 26,72 26,24 28,42 30,37 31,8 28,49 30,31 28,98 27,7 30,2 24,1 25,7
vrouw 25,8 21,31 27,42 23,68 26,05 25,04 24,86 22,69 24,99 22,5 21,9 25,2
leeftijd
18-34 jaar 22,27 21 28,65 26,79 24,96 23,91 21,14 25,28 23,89 25,3 19,9 26,4
35-64 jaar 28,97 27,09 30,06 30,07 33,92 31,86 33,32 29,74 29,88 29,9 27,4 27,2
≥ 65 jaar 23,57 17,42 21,02 17,69 21,63 17,28 21,17 18,5 21,19 19,0 17,2 21,3
opleiding
lager opgeleid 17,45 18,17 19,42 18,21 17,92 17,54 15,15 16,33 17,63 14,1 11,8 14,0
middelbaar opgeleid 26,12 24,86 28,74 26,76 28,71 25,31 26,59 25,75 26,72 23,9 21,5 23,7
hoger opgeleid 40,42 30,54 38,43 39,81 38,66 37,2 37,89 35,15 33,51 38,6 32,9 35,4

Bron:SCP (CV’08-’19)

De afgelopen 12 jaar is ook het percentage stabiel dat aangeeft de afgelopen 2 jaar te hebben deelgenomen aan een lokale of (inter)nationale collectieve actie . Dit percentage schommelt lichtjes rond de 25%. Opnieuw zijn het de hogeropgeleiden die het vaakst aangeven deel te hebben genomen aan een vorm van collectieve actie. Waar Nederlanders van 35-64 jaar in de periode 2008-2018 actiever waren dan jongvolwassenen en ouderen, is dat verschil in 2019 kleiner geworden.

Hoewel er in 2019 veel media-aandacht was voor protesten en demonstraties (denk aan het protest van boeren, bouwers of leraren, zie o.a. Rovers 2019; Khaddari en Wiegman 2019), is er in 2018 en 2019 geen toename in de actiegeneigdheid en de steun voor protest (niet in figuur). In 2019 zei 53% te gaan protesteren bij een onrechtvaardige wet, en keurde 72% protest tegen de regering goed. Die aandelen liggen niet hoger dan de afgelopen 12 jaar, maar zijn wel veel hoger dan in de jaren zeventig en tachtig (Kuyper et al. 2019: 237; Den Ridder et al. 2019: 34).

Het aandeel Nederlanders dat informele hulp verleent, ligt in de periode 2008-2019 tussen de 23% en 26%. Vrouwen verlenen vaker informele hulp dan mannen. Het verschil tussen mannen en vrouwen leek in 2018 te zijn afgenomen, maar die ontwikkeling zet zich in 2019 niet door. Jongvolwassenen geven het minst vaak hulp aan zieke of gehandicapte familieleden, kennissen of buren. In tegenstelling tot wat we zien bij vrijwilligerswerk of collectieve actie, zijn hogeropgeleiden op dit punt niet actiever dan anderen.

Politieke interesse stabiel, aandeel dat politiek nieuws leest gedaald

De afgelopen 12 jaar geeft steeds ongeveer 60% van de Nederlandse bevolking aan tamelijk of zeer geïnteresseerd te zijn in de politiek. Alleen in 2010 lag dat aandeel met 66% iets hoger. Mannen zijn hierin vaker tamelijk of zeer geïnteresseerd dan vrouwen (69% tegenover 50% in 2019) en hogeropgeleiden (73%) meer dan lageropgeleiden (45%). Het verschil tussen hoger- en lageropgeleiden is er de afgelopen 10 jaar steeds.

Politieke interesse stabiel, maar men leest minder politiek nieuws

zegt tamelijk of zeer geïnteresseerd te zijn in politiek 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
totaal
totaal 60,13 59,97 65,57 61,7 62,72 62,13 60,43 59,5 60,66 62,06 58,48 59,49
geslacht
man 69,24 69,35 73,25 68,73 72,05 67,38 69,71 67,26 70,71 68,67 67,45 69,19
vrouw 49,93 51,41 58,17 54,88 53,85 56,9 51,57 51,68 51,2 55,76 49,6 50,07
leeftijd
18-34 jaar 52,81 57,02 63,19 57,6 62,57 60,07 53,95 50,39 52,38 55,19 49,77 53,33
35-64 jaar 62,53 65,34 67,28 66,3 62,91 62,56 62,92 60,37 64,72 64,13 60,08 61,68
≥ 65 jaar 63,04 48,55 64,37 53,18 62,45 63,38 62,35 67,29 61,19 65,06 64,73 61,88
opleiding
lager opgeleid 50,27 45,55 51,11 47,06 47,36 49,7 45,37 47,43 41,66 46,85 38,89 44,83
middelbaar opgeleid 57,64 61,6 66,97 62,03 59,44 60,43 58,4 61,12 61,52 60,32 56,31 56,71
hoger opgeleid 79,34 80,5 83,56 82,13 80,92 75,93 74,78 69,31 75,64 76,3 76,13 73,31
leest regelmatig over de politiek in ons land, bijv. in de krant 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
totaal
totaal 51,23 52,48 56,63 50,76 51,67 48,14 49,31 48,51 48,57 50,33 44,57 47,25
geslacht
man 59,44 63,18 62,33 59,83 59,12 54,52 57,24 56,29 56,38 59,44 53,80 56,98
vrouw 42,05 42,72 51,14 41,94 44,59 41,78 41,75 40,68 41,22 41,67 35,43 37,77
leeftijd
18-34 jaar 34,96 43,88 46,13 40,13 39,09 35,81 33,5 38,23 31,94 32,29 28,16 31,35
35-64 jaar 56,4 55,93 59,11 54,39 55,29 52,61 53,58 48,91 54,06 55,05 45,87 49,76
≥ 65 jaar 58,28 54,27 64,93 54,13 58,53 50,91 58,5 58,48 55,51 59,79 59,91 59,12
opleiding
lager opgeleid 42,26 40,55 45,35 37,37 32,92 30,33 38,1 37,91 32,77 36,28 29,88 31,82
middelbaar opgeleid 46,78 52,15 54,89 49,88 51,04 48,24 43,9 46,09 45,3 46,76 41,22 42,75
hoger opgeleid 71,47 71,58 74,79 70,93 68,71 64,22 65,1 62,99 67,06 65,69 59,72 63,44

Bron:SCP (CV’08-’19)

Nederlanders lazen in 2018 iets minder vaak politiek nieuws dan in de periode 2008-2012, in 2019 zet die afname niet verder door. In 2008 las 51% regelmatig over de politiek, in 2010 was dat 57% en daarna daalde het langzaam naar 45% in 2018. In 2019 zegt 47% regelmatig politiek nieuws te lezen. In de categorieën geslacht, leeftijd en opleidingsniveau lezen mannen, ouderen en hogeropgeleiden het vaakst politiek nieuws. Jongvolwassenen zijn tussen 2008 en 2019 minder vaak politiek nieuws gaan lezen, terwijl de consumptie van schriftelijk politiek nieuws sinds 2008 voor ouderen stabiel bleef. Mogelijk is deze trend onderdeel van een algemeen patroon, waaruit blijkt dat sinds 2006 het lezen onder jongvolwassenen sterk is teruggelopen (van 87% in 2006 tot 49% in 2016) terwijl het onder ouderen constant op 90% is gebleven (Wennekers et al. 2018). Opvallend is dat het verschil tussen leeftijdscategorieën bij het lezen van politiek nieuws veel groter is dan bij politieke interesse. Waarschijnlijk nemen jongeren politiek nieuws op een andere manier tot zich .

Steun voor referenda toegenomen na scherpe daling in 2016-2017

Tussen 2008 en 2015 ligt de steun voor meer inspraak van burgers in gemeente en provincie tussen de 48% en 53%; daarna neemt die af tot 44%-45% in 2018 en 2019 . Lageropgeleiden zijn aanzienlijk vaker voorstander van meer inspraak op gemeentelijk en provinciaal niveau dan hogeropgeleiden (53% tegenover 37%).

Steun voor referenda na scherpe daling in 2016 en 2017 weer toegenomen

steunt bindend refendum voor 'sommige, voor ons land belangrijke beslissingen' 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
totaal
totaal 79,81 79,07 79,68 77 77,49 80,31 81,88 80,74 70,66 66 69,56 74,3
geslacht
man 78,26 76,77 77,69 76,1 75,5 78,61 80,26 79,9 68,79 63,8 65,07 70,7
vrouw 81,53 81,16 81,61 77,89 79,38 82,01 83,44 81,57 72,42 68,11 74,08 77,88
leeftijd
18-34 jaar 83,72 82,8 82,38 73,8 78,9 84,94 84,47 84,59 77,75 75,66 75,77 77,3
35-64 jaar 82,99 81,29 80,61 79,49 79,31 81,27 83,2 83,66 70,92 63,76 69,86 71,07
≥ 65 jaar 64,18 67,55 73,33 73,74 71,45 72,7 75,42 70,72 61,99 60,32 62,06 77,22
opleiding
lager opgeleid 81,3 79,49 79,61 79,33 78,85 78,57 83,37 78,33 78,44 78,7 81,34 84,26
middelbaar opgeleid 85,86 83,82 85,55 81,65 80,59 85,76 85,68 85,59 77,59 73,18 77,25 80,97
hoger opgeleid 70,07 72,58 71,38 67,54 71,36 73,48 76,12 74,39 54,13 48,39 51,41 60,14
wil meer inspraak van de burgers op het bestuur van gemeente en provincie 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
totaal
totaal 48,32 48,25 49,75 48,74 47,13 50,79 52,57 53,25 47,39 45,96 43,7 44,66
geslacht
vrouw 49,89 47,93 49,13 48,24 44,72 49,05 50,92 51,42 45,08 44,95 42,53 40,81
man 46,91 48,59 50,4 49,25 49,67 52,53 54,3 55,07 49,85 47,03 44,88 48,61
leeftijd
18-34 jaar 47,22 45,31 44,18 46,04 40,98 44,07 47,61 47,52 43,62 43,49 41,04 36,58
35-64 jaar 51,55 50,38 53,38 50,85 49,39 51,54 54,33 56,13 49,62 45,83 43,56 44,7
≥ 65 jaar 39,69 46,13 47,92 45,92 49,34 56,49 54,41 53,44 46,81 48,97 46,93 53
opleiding
lager opgeleid 52,01 48,2 53,11 52,76 49,35 57,4 56,18 57,63 49,53 53,21 51,59 52,83
middelbaar opgeleid 47,53 52,98 52,58 49,69 52,16 51,94 56,21 58,99 51,91 49,98 44,93 47,09
hoger opgeleid 43,65 42,38 41,24 41,61 37,44 43,65 44,47 42,6 39,09 35,8 35,93 36,54

Bron:SCP (CV’08-’19)

Tot 2016 was een ruime en stabiele meerderheid van ongeveer 80% voor het bindend referendum. Sinds 2016 – vermoedelijk als gevolg van het Oekraïne-referendum (zie Dekker en Den Ridder 2017: 81) – is deze steun gedaald naar 66% in 2017. Daarna stijgt de steun weer naar 70% in 2018 en 74% in 2019, een aandeel dat nog altijd lager is dan vóór 2016. De daling van de steun voor referenda sinds 2015 deed zich vooral voor onder hogeropgeleiden. Onder die groep daalde de steun voor referenda scherp: van 74% in 2015 naar 48% in 2017. Onder middelbaaropgeleiden liep die steun slechts een beetje terug, en onder lageropgeleiden bleef het op het oude niveau van rond de 80%. In 2019 is de stijging van de steun onder hogeropgeleiden het grootst, maar ook onder de andere opleidingsgroepen neemt de steun voor referenda licht toe. Daarmee blijft het verschil tussen de opleidingsniveaus groot en ook groter dan in de periode 2008-2015.

Verder is de steun voor het bindend referendum onder vrouwen iets groter (78% tegenover 71% voor mannen). Onder ouderen is de steun voor het bindend referendum tussen 2018 en 2019 gestegen van 62% naar 77% waardoor het eerder geconstateerde verschil tussen jong en oud is verdwenen.

Opkomst bij verkiezingen stabiel

De afgelopen 12 jaar is de opkomst bij verkiezingen stabiel. Wanneer we een langere periode bekijken, zien we tussen 1970 en 2000 een daling in de opkomst bij verkiezingen voor de gemeenteraad, Provinciale Staten en het Europees Parlement. Deze daling stabiliseert daarna. Ook bij de meest recente verkiezingen zien we dat de opkomst niet verder daalt, maar licht stijgt – zowel bij de Tweede Kamerverkiezingen als bij de niet-nationale verkiezingen.

Al met al is de opkomst bij de Tweede Kamerverkiezingen door de jaren heen (en dus ook de afgelopen 12 jaar) het hoogst. De opkomst bij Europese verkiezingen is ongeveer de helft hiervan, terwijl de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen en Provinciale Statenverkiezingen hier steeds tussenin ligt.

De opkomst bij nationale referenda is wisselend en hangt af van onder meer het onderwerp en het moment van de stembusgang. In 2016 ging 32% naar de stembus voor het referendum over het verdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. Bij het referendum over de zogenoemde sleepwet lag de opkomst met 52% aanzienlijk hoger. Dat is te verklaren doordat dat referendum gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen werd gehouden (Van der Kolk 2018).

Opkomst bij Tweede Kamerverkiezingen stabiel

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Tweede Kamerverkiezingen 75,4 74,6 81,57
gemeenteraadsverkiezingen 54,1 54 54,97
Provinciale Statenverkiezingen 56 47,76 56,16
Europese verkiezingen 37,3 41,93
nationale referenda 32,28 51,54

Bron:Kiesraad

Gevolgen van de coronacrisis: een tijdelijke onderbreking van participatie?

In een periode van lockdown en strikte social distancing is het niet altijd mogelijk om op een fysieke manier uiting te geven aan betrokkenheid. Van april tot mei 2020 lag het openbare leven nagenoeg stil waardoor het aannemelijk is dat mensen in die periode minder vrijwilligerswerk hebben gedaan en niet fysiek participeerden in openbare bijeenkomsten zoals collectieve acties of protesten . Uit onderzoek in juli 2020 naar de maatschappelijke gevolgen van corona blijkt inderdaad dat 45% van de vrijwilligers zegt minder vrijwilligerswerk te zijn gaan doen tijdens de coronacrisis. Voor een derde veranderde er niets. Een kleine groep is meer gaan doen, deed andere dingen of is dingen anders gaan doen. Wat betreft het verlenen van informele hulp of mantelzorg heeft de coronacrisis uiteenlopende gevolgen gehad. Onderzoek laat zien dat er voor ongeveer de helft van de mantelzorgers niets veranderde (De Klerk et al. 2020). Ongeveer een achtste van de mantelzorgers verleende sinds het begin van de coronacrisis minder mantelzorg. Ongeveer een kwart deed juist meer. Dat zal deels komen doordat er in de periode van de coronacrisis minder formele hulp beschikbaar was (De Boer et al. 2020). Het is te verwachten dat de activiteiten die stillagen weer worden opgepakt op het moment dat er weer (meer) fysiek contact mogelijk is. Mensen gaan dan weer aan de slag bij hun vereniging, mantelzorgers bezoeken ouderen in verpleeghuizen en ook demonstreren kan weer. De snelheid waarmee dit soort activiteiten weer op gang komt, hangt onder meer af van de regels die gelden in de specifieke sector. Bovendien moeten de regels voor sociale afstand worden gevolgd: denk aan het demonstreren met anderhalve meter afstand of het dragen van mondkapjes.

De steun voor meer inspraak van burgers was in april 2020 iets lager dan in januari 2020, zo blijkt uit het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB). Dat heeft te maken met de grote stijging in het politieke vertrouwen aan het begin van de coronacrisis (zie pagina Publieke opinie). Steun voor meer inspraak komt vaak voort uit politieke onvrede en de wens om andere keuzes te maken dan er op dat moment door overheid en politiek worden gemaakt (Den Ridder en Dekker 2015) en die onvrede lag in april lager (zie Dekker et al. 2020). De daling is echter gering, en als het vertrouwen weer afneemt zal de behoefte aan inspraak vermoedelijk weer toenemen.

Waar de betrokkenheid in fysieke vormen tijdelijk moest worden onderbroken tijdens de intelligente lockdown, was de betrokkenheid bij het volgen van (politiek) nieuws juist tijdelijk groter, tenminste als we afgaan op de kijkcijfers van journaals en persconferenties van de regering (Kist 2020, zie ook Lauf et al. 2020). Cijfers uit het COB over het volgen van politiek nieuws laten in april 2020 echter geen stijging zien van de politieke interesse ten opzichte van de kwartalen ervoor. Nederlanders hebben de actualiteit dus intensief gevolgd maar van toegenomen bredere interesse in de politiek is geen sprake.

Literatuur

Boer, A. de, R. Hoefman, M. de Klerk, I. Plaisier en S. de Roos (2020). Beleidssignalement maatschappelijke gevolgen coronamaatregelen: Mantelzorgers. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Dekker, P. en J. den Ridder (2017). De publieke opinie. In: R. Bijl, J. Boelhouwer en A. Wennekers (red.), De sociale staat van Nederland 2017 (p. 57-86). Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Dekker, P., J. den Ridder, P. van Houwelingen en E. Miltenburg (2020). Burgerperspectieven 2020|2. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Khaddari, R. en M. Wiegman (2019). Nederland in 2019: van de ene naar de andere demonstatie gaan. In: Parool, 21 december 2019.

Klerk, M. de, I. Plaisier en F. Wagemans, m.m.v. J. Iedema, E. Josten en J. Schaper (2020). Welbevinden ten tijde van corona. Eerste bevindingen op basis van een bevolkingsenquête uit juli 2020. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Kolk, H. van der (2018). De opkomst. In: Kristof Jabobs (red.), Het Wiv-referendum. Nationaal referendumonderzoek 2018, Stichting Kiezersonderzoek Nederland. Geraadpleegd 28 juli 2020 via https://kennisopenbaarbestuur.nl/media/255931/wiv-referendumonderzoek-2018.pdf.

Kist. R. (2020). Record in kijk- en leescijfers dankzij corona. In: NRC Handelsblad, 28 april 2020.

Kuyper, L., P. van Houwelingen, P. Dekker en A. Steenbekkers (2019). Maatschappelijke en politieke participatie en betrokkenheid (pp. 223-246). In: A. Wennekers, J. Boelhouwer, C. van Campen en J. Kullberg (red.), De sociale staat van Nederland 2019. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Lauf, E., J. Scholtens en S. van Dooremalen (2020). Digital News Report Nederland 2020. Hilversum: Commissariaat voor de Media. Geraadpleegd 28 juli 2020 via https://www.cvdm.nl/sites/default/files/files/Digital%20News%20Report%20Nederland%202020.pdf.

Ridder, J. den en P. Dekker (2015). Meer democratie, minder politiek? Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Ridder, J. den, E. Miltenburg, W. Huijnk en S. van Rijnberk (2019). Burgerperspectieven 2019|4. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Rovers, E. (2019). Zo werd 2019 het jaar van het protest. In: Financieel Ddagblad, 2 december 2019.

Wennekers, A., F. Huysmans en J. de Haan (2018). Lees:Tijd. Lezen in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Deze kaart citeren

Ridder, J.M. den (2020). Maatschappelijke en politieke participatie. In: De sociale staat van Nederland: 2020. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/ssn2020/maatschappelijke-en-politieke-participatie.

Informatie noten

Lokale actie: enquêtevraag: ‘Heeft u zich in de afgelopen 2 jaar wel eens samen met anderen actief ingespannen voor een kwestie van gemeentelijk belang, voor een bepaalde groep in de gemeente of voor uw buurt?’; (inter)nationale actie: enquêtevraag: ‘Heeft u zich in de afgelopen 2 jaar wel eens samen met anderen actief ingespannen voor een kwestie van nationaal belang of voor een kwestie met betrekking tot een wereldprobleem als vrede of armoede?’

Cijfers van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven laten zien dat het aandeel Nederlanders dat politiek nieuws online volgt sinds 2008 sterk gestegen is (van 38% begin 2008 naar 67% in april 2020). Voor 18-34-jarigen is internet inmiddels de meestgebruikte bron van politiek nieuws en vele malen belangrijker dan de krant. Ook ouderen gingen internet veel meer gebruiken, maar televisie en krant zijn voor hen belangrijkere media voor het volgen van politiek nieuws.

We hebben geen verklaring voor deze daling.

Het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Het is mogelijk dat een deel van die activiteiten online heeft plaatsgevonden, maar daarover hebben we geen informatie.