De sociale staat van Nederland 2020

11 / 12

Kwaliteit van leven

Auteurs: Jeroen Boelhouwer en Frieke Vonk

De andere pagina's van deze publicatie geven een beeld van de ontwikkelingen op verschillende levensterreinen, zoals gezondheid of onderwijs. Deze pagina geeft een overkoepelend beeld van de ontwikkelingen in de kwaliteit van leven van Nederlanders. We meten de kwaliteit van leven aan de hand van twee begrippen:

  • De leefsituatie. De leefsituatie verbeterde jarenlang tot 2010 en daalde daarna licht. In 2019 is de daling gestopt;
  • De tevredenheid met het leven. Deze bleef in de afgelopen 10 jaar stabiel hoog.

De verschillen in leefsituatie en levenstevredenheid tussen groepen zijn stabiel.

Als gevolg van de coronapandemie ligt een (tijdelijke) verslechtering van de kwaliteit van leven meer voor de hand dan een verbetering. Ook ligt het voor de hand dat verschillen tussen groepen groter worden, vooral als je mensen indeelt op basis van hoeveel grip ze op hun leven ervaren. Mensen die veel regie op hun leven hebben, zullen minder snel gevolgen van de crisis ervaren en zullen hiervan ook eerder weer terugveren.

Wat verstaan we onder kwaliteit van leven?

Bij de beschrijving van kwaliteit van leven onderscheiden we de objectieve leefsituatie van mensen (wat hebben en doen ze?) en hun subjectieve oordeel hierover (wat vinden ze van hun leven?) (zie Wennekers et al. 2019). Daarnaast maken we onderscheid tussen de bereikte leefsituatie en de mogelijkheden die mensen hebben om hun kwaliteit van leven te verbeteren: hun inkomen, opleiding, betaald werk en gezondheid. Dit noemen we ook wel hulpbronnen. Ook de ervaren regie over het leven is belangrijk voor de kwaliteit van leven.

De leefsituatie lag in 2019 op eenzelfde niveau als 2008

Het SCP gebruikt de leefsituatie-index om een beeld te krijgen van de objectieve kwaliteit van leven van Nederlanders. In 2019 is de leefsituatie van Nederlanders op eenzelfde niveau als in 2008 (zie onderstaande figuur). Na eerdere, jarenlange verbetering van de leefsituatie (zie Boelhouwer 2017) trad als gevolg van de economische crisis van 2008-2013 een verslechtering op tussen 2010 en 2012. De meest recente cijfers, tot en met eind 2019, laten zien dat de daling is gestopt. De lichte verbetering die te zien is, is niet statistisch significant. Met het oog op de gevolgen van de coronapandemie ligt het niet voor de hand dat er in 2020 een verbetering optreedt. Veel onderdelen die een positieve uitwerking hebben op de leefsituatie zijn namelijk in de knel gekomen. Dat geldt bijvoorbeeld voor sportactiviteiten en vrijwilligerswerk. Na de lockdown zijn die activiteiten weer opgepakt, maar of de deelname op het oude niveau is teruggekomen was op het moment van schrijven van deze publicatie nog niet bekend (zie de pagina’s Maatschappelijke en politieke participatie en Vrije tijd). Daarnaast is de eenzaamheid toegenomen (De Klerk et al. 2020), is de cultuurparticipatie lange tijd stilgevallen en zag de vakantieperiode er voor veel mensen anders uit. Het ligt in de lijn der verwachting dat de nu voorspelde economische krimp op termijn leidt tot bezuinigingen en koopkrachtdalingen, met ongunstige effecten voor de leefsituatie. Dat zal pas na enige tijd zichtbaar worden, zoals ook het geval was na de kredietcrisis van 2008. Toen zette de daling pas na 2012 in (zie onderstaande figuur). In een dergelijk scenario is ook in de jaren na 2021 een verslechtering van de leefsituatie te verwachten.

De leefsituatie lag in 2019 op eenzelfde niveau als 2008

2008 2010 2012 2014 2016 2018 2019
totaal
totaal 105,2 107 106 105,8 105,3 105,1 105,8039
geslacht
vrouw 105 107 106 105 105 104 104
man 105 107 106 106 106 106 106
leeftijd
18-34 jaar 108 109 109 107 107 107 110
35-64 jaar 108 109 108 107 107 107 107
≥ 65 jaar 92 99 98 100 99 98 100
type huishouden
eenpersoonshuishouden 96 101 100 99 98 98 98
eenoudergezin 102 103 100 100 99 103 101
paar zonder kinderen 105 106 106 106 107 105 106
paar met kinderen 110 111 110 109 110 110 111
opleiding
lager opgeleid 94 99 96 98 96 96 97
middelbaar opgeleid 106 108 106 106 106 105 106
hoger opgeleid 113 113 112 111 112 112 112
inkomensklasse
laagste 20% 94 99 97 99 95 96 95
middelste 60% 106 107 106 106 106 106 107
hoogste 20% 112 114 114 114 114 113 112
herkomst
autochtone Nederlander 108 106 107 106 106 107
westerse migratieachtergrond 106 107 105 107 103 105
niet-westerse migratieachtergrond 102 101 100 99 100 102
aandoening of ziekte
heeft geen aandoening of langdurige ziekte 109 110 110 109 110 109 110
heeft een aandoening of langdurige ziekte 99 101 100 100 99 99 101
arbeidsmarktsituatie
niet-werkenden 97 101 99 100 99 98 98
werkenden 109 110 110 109 110 109 110
regie over het leven
lage ervaren regie 101 100 99 98 98 100
hoge ervaren regie 110 110 110 110 110 109

Bron:SCP/CBS (SLI’08-’19)

Tevredenheid met het leven onveranderd

De hierboven omschreven leefsituatie geeft geen inzicht in hoe tevreden mensen zijn met het leven. Als we daarnaar kijken, blijkt de levenstevredenheid redelijk stabiel over de afgelopen 10 jaar (zie onderstaande figuur). Wel is het percentage mensen dat hun leven waardeert met een rapportcijfer van 6 of lager in 2019 lager dan in 2018.

De meeste recente cijfers uit meerjarig panelonderzoek laten in juli 2020 geen daling zien in de levenstevredenheid ten opzichte van 2019. Wel was er een kleine daling in de tevredenheid te zien in mei toen de maatregelen nog strikter waren (De Klerk et al. 2020).

De tevredenheid met het leven is in de afgelopen 10 jaar stabiel

2008 2010 2012 2014 2016 2018 2019
totaal
totaal 7,9 7,8 7,8 7,8 7,8 7,8 7,9
geslacht
vrouw 7,9 7,9 7,9 7,8 7,9 7,8 8
man 7,9 7,8 7,8 7,8 7,8 7,8 7,9
leeftijd
18-34 jaar 8 7,8 7,9 7,7 7,7 7,8 8,1
35-64 jaar 7,9 7,8 7,7 7,8 7,8 7,8 7,8
≥ 65 jaar 7,9 8,1 8 7,9 8 8 8
type huishouden
eenpersoonshuishouden 7,3 7,6 7,7 7,6 7,5 7,5 7,4
eenoudergezin 7,7 7,2 7,1 7,2 7,2 7,2 7,5
paar zonder kinderen 8 8 8 7,9 8 8 8,2
paar met kinderen 8 7,9 7,9 7,9 7,9 7,9 8,1
opleiding
lager opgeleid 7,8 7,7 7,7 7,6 7,6 7,6 7,6
middelbaar opgeleid 7,9 7,8 7,8 7,8 7,8 7,8 7,9
hoger opgeleid 8 8 8 8 8,1 8 8
inkomensklasse
laagste 20% 7,6 7,5 7,5 7,3 7,3 7,5 7,5
middelste 60% 8 7,9 7,9 7,8 7,9 7,8 8
hoogste 20% 8 8 8,1 8,2 8,1 8,1 8,3
herkomst
autochtone Nederlander . 7,9 7,9 7,9 7,8 7,8 7,9
westerse migratieachtergrond . 7,6 7,9 7,8 8 7,8 8
niet-westerse migratieachtergrond . 7,5 7,1 7,2 7,5 7,6 8
aandoening of ziekte
heeft geen aandoening of langdurige ziekte 8 7,9 8 8 8 8 8
heeft een aandoening of langdurige ziekte 7,7 7,6 7,6 7,5 7,6 7,5 7,6
regie over het leven
lage ervaren regie - 7,2 7,3 7,1 7,2 7,1 7,4
hoge ervaren regie - 8,3 8,2 8,2 8,2 8,2 8,3
mate van eenzaamheid
niet eenzaam 8,2 8,2 8,1 8,2 8,2 8,2 8,2
matig eenzaam 7,6 7,6 7,6 7,6 7,6 7,6 7,6
sterk eenzaam 6,8 6,4 6,7 6,6 6,7 6,8 6,8

Bron:SCP/CBS (SLI’08-’19)

Al voor de coronapandemie werd eenzaamheid als een belangrijk probleem gezien. Zo startte het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in maart 2018 het programma Een tegen Eenzaamheid. Ook gedurende de coronamaatregelen was er veel aandacht voor eenzaamheid, daarom lichten we de ontwikkeling op dat gebied in deze kaart extra uit. Het percentage mensen dat eenzaamheid ervaart is in de afgelopen 10 jaar weinig veranderd (zie onderstaande figuur). Eenzaamheid neemt door verlieservaringen toe op hoge leeftijd. Aangezien het aantal ouderen toeneemt (zie pagina Bevolking, economie en leefomgeving) neemt ook het aantal eenzamen toe. Het aantal eenzame ouderen stijgt dus, maar het aandeel daalt, doordat meer ouderen tegenwoordig meer en gevarieerdere contacten hebben (vergelijk ook Van Campen et al. 2018). Overigens speelt eenzaamheid niet alleen bij ouderen, ook jongeren lijden eronder (zie RIVM 2018). In 2019 geeft 31% van de jongeren tussen de 18 en 34 jaar aan eenzaam te zijn, waarvan 3% sterk eenzaam. Panelonderzoek laat zien dat het aandeel matig en sterk eenzame mensen tijdens de coronacrisis in juli 2020 hoger is dan in 2019 en dat dit aandeel met name onder 75-plussers sterk is toegenomen (De Klerk et al. 2020).

Een groot, divers en actief sociaal netwerk kan bescherming bieden tegen eenzaamheid. In 2019 heeft driekwart van de Nederlanders minimaal één keer per week contact met familieleden, bijna de helft met vrienden en ruim een derde met buren (zie ook de pagina Vrije tijd). De groep die aangeeft weinig tot geen contacten te hebben met een van deze groepen is klein (1,5%), maar wel zeer kwetsbaar: van hen geeft 29% aan zeer eenzaam te zijn.

Het percentage eenzame Nederlanders is weinig veranderd in de afgelopen 10 jaar

2008 2010 2012 2014 2016 2018 2019
niet eenzaam 54,20 57,30 56,10 55,00 56,00 56,60 58,60
matig eenzaam 38,90 34,80 37,00 34,00 35,80 34,90 35,90
sterk eenzaam 6,90 7,90 6,90 11,00 8,20 8,50 5,50

Bron:SCP/CBS (SLI’08-’19)

Verschillen in leefsituatie tussen groepen onveranderd in de afgelopen 10 jaar

Hiervoor schetsten we het gemiddelde beeld voor Nederland. Maar er zijn verschillen tussen groepen. De leefsituatie van mensen met een lage opleiding of een laag inkomen is minder goed dan die van mensen met een hoge opleiding of een hoog inkomen. Ook is de leefsituatie van jongeren (18-34 jaar) en autochtone Nederlanders beter dan die van ouderen (65 jaar of ouder) en migranten .

Sinds 2008 zien we weinig verandering in de verschillen tussen groepen. Wel zijn de verschillen in het ene jaar iets groter dan in het andere, maar van duidelijke trends is geen sprake. Opvallend is dat de leefsituatie van 65-plussers tussen 2008 en 2019 is verbeterd. Deels komt dat doordat ook zij over betere hulpbronnen beschikken (hoger opleidingsniveau en hogere inkomens), deels doordat ze actiever participeren en minder belemmerd worden door hun gezondheid. Juist onder deze groep zijn de gevolgen van de coronamaatregelen groot, ook op deze terreinen, waardoor het aannemelijk is dat hun leefsituatie in 2020 verslechterde.

In het algemeen zijn de verschillen in leefsituatie tussen groepen mensen te verklaren door verschillen in de hulpbronnen en vaardigheden waarover mensen beschikken. Vooral inkomen en opleiding spelen een belangrijke rol: hoe beter de opleiding en hoe hoger het inkomen, hoe beter de leefsituatie is. Ook basale digitale vaardigheden en het ervaren van regie over het leven zijn van belang: hoe hoger mensen hierop scoren, hoe beter hun leefsituatie is.

Verschillen in tevredenheid met het leven tussen groepen vrij stabiel

Wanneer we de levenstevredenheid van de verschillende groepen bekijken valt op dat deze de afgelopen 10 jaar vrij stabiel is. Tussen 2018 en 2019 zijn er een paar uitzonderingen. Jongeren geven het leven in 2019 een hoger cijfer dan in 2018 en hetzelfde geldt voor mensen die weinig regie ervaren .

Net als voor de leefsituatie zijn hulpbronnen en vaardigheden van belang voor de levenstevredenheid. Mensen met een laag inkomen of een slechte gezondheid zijn minder tevreden over het leven dan mensen met een hoog inkomen of goede gezondheid. Toch is deze eerste categorie mensen nog behoorlijk tevreden met het leven (rapportcijfer > 7). Kijken we echter naar de regie en eenzaamheid die mensen ervaren, dan ontstaat een ander beeld. Mensen die geen eenzaamheid ervaren geven het leven een 8,4 tegenover een 6,4 bij mensen die sterk eenzaam zijn. Eenzelfde beeld zien we bij ervaren regie over het leven: mensen die veel regie ervaren, geven het leven gemiddeld een 8,4, terwijl mensen die geen regie ervaren het leven een 7 geven. Als mensen geen regie ervaren en jonger zijn dan 65 jaar, daalt de levenstevredenheid nog verder naar een 6 (zie Boelhouwer en Vonk 2019). Het ervaren van regie is dan ook verreweg de belangrijkste verklaring voor de verschillen in levenstevredenheid (Boelhouwer en Vonk 2019).

Mensen met een minder goede leefsituatie in 2019 even vaak tevreden met het leven als in 2008

Hiervoor bleek dat mensen met een minder goede leefsituatie vaak ook tekorten aan hulpbronnen en vaardigheden hebben. Daarnaast zijn ze gemiddeld minder tevreden met het leven. In onderstaande figuur zien we dat hun levenstevredenheid tot 2016 zelfs iets verslechterde, terwijl de tevredenheid van anderen gelijk bleef. Sindsdien is de levenstevredenheid van mensen met een minder goede leefsituatie weer wat gestegen en in 2019 zijn zij even tevreden met het leven als in 2008. De dip na 2008 heeft waarschijnlijk te maken met de gevolgen van de financiële crisis, die voor deze groep groter waren. De laatste jaren profiteerden ook zij weer mee van de economische groei (zie pagina Inkomen).

Het betreft een groep die weinig eigen regie ervaart en over weinig hulpbronnen beschikt en daarmee weinig reserves heeft om moeilijke tijden op te vangen. Het is niet onwaarschijnlijk dat zij door de coronapandemie relatief zwaarder worden getroffen. Recent panelonderzoek laat zien dat de levenstevredenheid lager is bij mensen die er sinds de coronapandemie financieel op achteruit zijn gegaan, mensen die de kans hun baan te verliezen groot achten en mensen die verslechtering van de financiële situatie verwachten. Deze groep ervaart ook meer eenzaamheid (De Klerk et al. 2020).

Hetzelfde zou op kunnen gaan voor de groep met een gemiddelde leefsituatie. In 2015 hebben we laten zien dat de ‘middengroep’ in feite bestaat uit twee subgroepen, elk met een andere ontwikkeling. Aan de ene kant een groep die over meer hulpbronnen beschikt en beter in staat is zichzelf te redden en aan de andere kant een groep die het moeilijker heeft en naar de groep met een slechte leefsituatie neigt (Boelhouwer 2015).

De levenstevredenheid van mensen met een minder goede leefsituatie is terug op het niveau van voor de economische crisis

2008 2010 2012 2014 2016 2018 2019 2020
minder goede leefsituatie 7,23 6,97 6,85 6,64 6,59 6,79 6,96
gemiddelde leefsituatie 7,84 7,71 7,77 7,71 7,8 7,78 7,88
goede leefsituatie 8,18 8,18 8,19 8,26 8,23 8,23 8,28

Bron:SCP/CBS (SLI’08-’19)

In De sociale staat van Nederland 2017 constateerden we dat in de afgelopen 25 jaar het aandeel mensen dat zowel een minder goede leefsituatie heeft als niet gelukkig is met het leven, stabiel was (Boelhouwer 2017). Deze groep, die we gedepriveerden noemen, bestaat in 2019, net als in 2008, uit 4% van de volwassen bevolking. Het gaat om zo’n 560.000 mensen van 18 jaar en ouder.

Nederlandse kwaliteit van leven is in internationaal perspectief goed

Nederlanders hebben relatief een goede leefsituatie…

Op veel lijstjes met internationale vergelijkingen van de kwaliteit van leven staat Nederland in de top. Op de Human Development Index-ranglijst van de Verenigde Naties staat Nederland bijvoorbeeld op de 10e plaats (UNDP 2019). Ook scoort Nederland goed op de meeste onderdelen van de Better Life Index van de OESO (OESO 2020).

… en zijn relatief gelukkig

Als we onze levenstevredenheid vergelijken met die van inwoners van andere landen in Europa (of zelfs de wereld), blijkt dat we behoren tot de gelukkigste landen (zie onderstaande tabel). In de meest recente peiling van het World Happiness Report (Helliwell et al. 2020) neemt Nederland de 6e positie in, met een rapportcijfer voor levenstevredenheid van 7,4. De verschillen aan de top zijn bovendien klein. Wel zijn er grote verschillen met landen waar de financiële crisis hard toesloeg, zoals Griekenland met een score van 5,5.

In 2017/19 zijn de Finnen het gelukkigst in Europa, Nederland komt op de 6e plek

Geluk in een aantal Europese landen, 2017-2019 (in rapportcijfers)a

Finland (1) 7,8
Noorwegen (5) 7,5
Denemarken (2) 7,6
IJsland (4) 7,5
Zwitserland (3) 7,6
Nederland (6) 7,4
Zweden (7) 7,4
Oostenrijk (9) 7,3
Ierland (16) 7,1
Duitsland (17) 7,1
België (20) 6,9
Luxemburg (10) 7,2
Verenigd Koninkrijk (13) 7,2
Tsjechië (19) 6,9
Frankrijk (23) 6,7
Spanje (28) 6,4
Slowakije (37) 6,3
Polen (43) 6,2
Italië (30) 6,4
Roemenië (47) 6,1
Hongarije (53) 6
Portugal (59) 5,9
Griekenland (77) 5,5
Bulgarije (96) 5,1
Oekraïne (123) 4,6

aTussen haakjes de plek op de wereldranglijst van 153 landen.

Bron:Helliwell et al. (2020)

Kwaliteit van leven in de toekomst: duurzame ontwikkeling?

Een belangrijke vraag is of de huidige, hoge kwaliteit van leven duurzaam is. Met andere woorden, is dit houdbaar in de toekomst? Sinds 2009 verschijnt met enige regelmaat een rapport om daarop antwoord te geven: de Monitor Brede Welvaart (MBW, eerst Monitor Duurzaam Nederland geheten, CBS 2020; CBS/SCP/CPB/PBL 2009). Ook daaruit blijkt, aansluitend bij de ontwikkelingen in De sociale staat van Nederland , dat de huidige kwaliteit van leven in Nederland hoog is. Volgens de MBW is er in de afgelopen 8 jaar een stijging te zien op het gebied van ons persoonlijk welzijn, onze consumptie en onze levensverwachting. Tegelijk constateert de MBW ook dat overgewicht toeneemt en dat het aandeel psychisch gezonden daalt.

Ook blijkt in elke editie dat de manier waarop ons leven nu is ingericht, schadelijk is voor natuur en klimaat en dat we te veel niet-hernieuwbare grondstoffen onttrekken aan de aarde (vgl. bv. CBS 2020 en CBS/SCP/CPB/PBL 2009).

De coronapandemie heeft, in elk geval op de korte termijn, positieve milieu- en klimaatgevolgen. Door het verminderde weg- en vliegverkeer daalt de uitstoot van broeikasgassen. Ook de haperende economie heeft positieve gevolgen, zoals die eerder al zichtbaar waren na de financiële crisis van 2008 (zie Boelhouwer en Vonk 2019). Tegelijk is geen afname van het fijnstof in de lucht waar te nemen (RIVM 2020).

Literatuur

Boelhouwer, J. (2010). Wellbeing in the Netherlands. The SCP life situation index since 1974. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Boelhouwer, J. (2015). Kwaliteit van leven: leefsituatie en geluk. In: R. Bijl, J. Boelhouwer, E. Pommer en I. Andriessen (red.), De sociale staat van Nederland 2015. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Boelhouwer, J. (2017). Kwaliteit van leven: leefsituatie en geluk. In: R. Bijl, J. Boelhouwer en A. Wennekers (red.), De sociale staat van Nederland 2017. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Boelhouwer, J. en F. Vonk (2019). Kwaliteit van leven: leefsituatie en tevredenheid met het leven. In: A. Wennekers, J. Boelhouwer, C. van Campen en J. Kullberg (red.), De sociale staat van Nederland 2019. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Campen, C. van, F. Vonk en T. van Tilburg (red.) (2018). Kwetsbaar en eenzaam? Risico’s en bescherming in de ouder wordende bevolking. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

CBS (2020). Monitor brede welvaart 2020. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS/SCP/CPB/PBL (2009). Monitor duurzaam Nederland 2009. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Dekker, P., J. den Ridder, P. van Houwelingen en E. Miltenburg (2020). Burgerperspectieven 2020|2. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Engeland, W. van en P. Kanne (2020). Corona en gedrag. Amsterdam: I&O research.

Helliwell, J.F., R. Layard, J.D. Sachs, J.E. De Neve (2020). World happiness report 2020. New York: Sustainable Development Solutions Network.

OESO (2020). Better Life Index. Geraadpleegd 29 april 2020 via http://www.oecdbetterlifeindex.org/countries/netherlands/.

RIVM (2018). Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018. Trendscenario gezondheid. Geraadpleegd 14 juli 2020 via https://www.vtv2018.nl/gezondheid.

RIVM (2020). Nog geen duidelijk verband zichtbaar tussen verminderde mobiliteit en concentraties fijnstof en stikstofdioxine in Nederland. Geraadpleegd 22 april 2020 via https://www.rivm.nl//lucht/nog-geen-duidelijk-verband-zichtbaar-tussen-verminderde-mobiliteit-en-concentraties-fijnstof-en.

UNDP (2019). Human Development Report 2019. Beyond income, beyond averages, beyond today: Inequalities in human development in the 21st century. New York: United Nations Development Programme.

Wennekers, A., J. Boelhouwer, C. van Campen en J. Kullberg (2019). De kwaliteit van leven van Nederlanders – inleiding. In: A. Wennekers, J. Boelhouwer, C. van Campen en J. Kullberg, De sociale staat van Nederland 2019. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Deze kaart citeren

Boelhouwer, J., F. Vonk en (2020). Kwaliteit van leven. In: De sociale staat van Nederland: 2020. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/ssn2020/kwaliteit-van-leven.

Informatie noten

De leefsituatie-index geeft een samenvatting van hoe het met Nederlanders gaat op het gebied van gezondheid, vrijwilligerswerk, sport, eenzaamheid, woonsituatie, levensstandaard, mobiliteit, cultuurparticipatie en vakantie. Zie verder Boelhouwer 2010.

De ontwikkeling van de leefsituatie wordt uitgedrukt in indexscores, waarbij 1997 het basisjaar is en de score dus 100. Veranderingen in de leefsituatiescore kunnen worden geïnterpreteerd als procentuele veranderingen en gaan in de regel traag.

Soms liggen de verschillen voor de hand: dat ouderen een minder goede leefsituatie hebben komt doordat ze gemiddeld minder gezond zijn, minder sporten en in kleinere huizen wonen. Dat hun leefsituatie minder goed is dan die van jongeren komt dus deels door hun levensfase. Het is wel zorgwekkend als de leefsituatie van jongeren verbetert, maar die van ouderen niet.

Het kunnen verrichten van basale handelingen op een computer, zoals het schrijven van teksten of het sturen van mails.

Gemeten aan de hand van vijf items: 1) ik heb weinig controle over de dingen die me overkomen, 2) sommige van mijn problemen kan ik met geen mogelijkheid oplossen, 3) er is weinig dat ik kan doen om belangrijke dingen in mijn leven te veranderen, 4) ik voel me vaak hulpeloos bij het omgaan met de problemen van het leven, 5) soms voel ik dat ik een speelbal van het leven ben.

Onduidelijk is hoe dit komt. Wellicht doordat het aandeel ouderen dat weinig regie over het leven ervaart is toegenomen, en ouderen gemiddeld iets vaker tevreden zijn met het leven. Hoewel mensen met weinig regie over het leven gemiddeld minder gelukkig zijn dan mensen met veel regie kan ook voor hen de tevredenheid met het leven uiteraard wel toenemen.

Een minder goede leefsituatie betekent dat iemand een indexscore heeft van 85 of minder. Een goede leefsituatie is een score van 115 of meer. Deze grenzen zijn bepaald in 1997, op basis van het gemiddelde (100) en de standaardafwijking (15).

Er zijn ook verschillen. In de MBW wordt geconstateerd dat het ‘percentage mensen dat vrijwilligerswerk doet en het aantal contacten met familie, vrienden of buren [daalt’] terwijl die in De sociale staat van Nederland een stabiel patroon vertonen.