De sociale staat van Nederland 2020

5 / 12

Betaald werk

Auteur: Edith Josten

Door de uitbraak van het coronavirus sloeg de situatie op de arbeidsmarkt plots om. Sinds april 2020 stijgt de werkloosheid. De verwachting is dat het aandeel werklozen in 2021 dubbel zo groot zal zijn als begin 2020. Onder jongeren, lageropgeleiden, mensen met een niet-westerse migratieachtergrond en mensen met een arbeidshandicap zal de werkloosheid waarschijnlijk het meest groeien. Daarnaast lijdt een deel van de zelfstandigen een fors inkomensverlies.

Begin 2020 zag de situatie op de arbeidsmarkt er nog rooskleurig uit. De werkloosheid lag op het laagste niveau van de afgelopen 19 jaar, en het aandeel flexwerkers was sinds 2018 aan het dalen, na een continue stijging in de jaren ervoor. Wel waren er zorgen over het desondanks nog steeds vrij hoge aandeel flexkrachten; alleen in 2016-2018 was het hoger. Er waren begin 2020 dus ook meer werkenden met een flexibel contract dan in 2008, aan de vooravond van de vorige economische crisis. Een van de gevolgen daarvan is dat de werkloosheid de komende tijd mogelijk sneller oploopt dan in de vorige crisis, want flexibele contracten zijn op kortere termijn te beëindigen dan vaste dienstverbanden.

Deze kaart laat zien hoe de arbeidsmarkt tussen 2008 en 2020 veranderde. We nemen 2008 waar mogelijk als uitgangsjaar, zodat we de vorige economische crisis in zijn geheel in beeld hebben. Die crisis zou een indicatie kunnen geven van wat er nu gaat gebeuren.

Werkloosheid daalde tussen 2014 en begin 2020 naar laagste niveau van afgelopen 19 jaar

In het eerste kwartaal van 2020 bedroeg de werkloosheid 3,3% (zie onderstaande figuur). Met andere woorden: er waren 3,3 werkzoekenden op de 100 mensen die betaald werk hadden of dat zochten. Het aandeel werklozen lag daarmee op het laagste niveau sinds 2001 (CBS 2020a), en dus ook onder dat in 2008. De arbeidsmarkt was wat werkloosheid betreft dus volledig hersteld van de vorige economische crisis, die van 2008 tot en met 2013 duurde. Na afloop daarvan daalde het percentage werklozen 6 jaar op rij (zie figuur hieronder). Ook groepen die in de vorige neergang hard getroffen waren – jongeren, lageropgeleiden, mensen met een niet-westerse migratieachtergrond – hadden weer een werkloosheidspercentage op of onder hun oude niveau.

Werkloosheid kromp tot begin 2020 en begon daarna te stijgen

2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 kw1 2020 kw2
opleiding
totaal 3,7 4,4 5 5 5,8 7,3 7,4 6,9 6 4,9 3,8 3,4 3,3 3,8
lager opgeleid 6,1 6,9 8,2 7,8 9,3 11,3 12,2 11,2 9,8 8,3 6,6 5,8 5,6 6,7
middelbaar opgeleid 3,2 3,9 4,5 4,6 5,5 7,2 7,4 7 6 4,7 3,5 3,2 3 3,7
hoger opgeleid 2,1 2,7 3 3,1 3,4 4,4 4,2 4 3,6 3,1 2,6 2,3 2,3 2,5
geslacht
man 3 3,9 4,5 4,6 5,5 7,2 7,2 6,5 5,6 4,5 3,7 3,4 3,2 3,8
vrouw 4,5 4,9 5,5 5,4 6,2 7,3 7,8 7,3 6,5 5,3 4 3,4 3,3 3,8
leeftijd
15-24 jaar 8,6 10,2 11,1 10 11,7 13,2 12,7 11,3 10,8 8,9 7,2 6,7 6,8 9,5
25-34 jaar 2,4 3,5 4,1 4,2 5,1 6,8 6,5 5,9 4,8 4,1 2,9 3,1 3,3 3,6
35-44 jaar 2,4 3 3,6 3,6 4,5 5,9 6,2 5,3 4,4 3,3 2,6 2,4 2,7 2,7
45-54 jaar 2,7 3 3,7 4 4,4 5,6 5,9 5,6 4,7 3,6 2,9 2,2 1,7 2,1
55-64 jaar 3,9 3,8 4,4 4,7 5,3 6,8 7,7 8,1 7,2 5,5 4,5 3,2 2,7 2,6
herkomst
autochtone Nederlander 3 3,5 4,1 3,9 4,6 5,8 6,1 5,6 4,9 3,9 3,1 2,6 2,6 3,1
westerse migratieachtergrond 4,8 5,4 5,7 6,5 7,3 8,9 8,7 8,6 7,2 5,7 4,9 4,4 4,1 4,1
niet-westerse migratieachtergrond 8,4 10 11,7 11,8 14,1 16,5 16,5 15,2 13,2 11,1 7,9 7,3 6,6 7,9

Bron:CBS (EBB’08-’20), CBS (StatLine)

Percentage flexwerkers kromp tussen 2018-2020, maar blijft hoger dan in 2008

Door de lage werkloosheid kregen werkgevers vanaf 2018 steeds meer moeite met het vervullen van vacatures (CBS 2020d). Werkenden en werkzoekenden slaagden er daardoor sinds die tijd steeds vaker in hun positie te verbeteren. Het aandeel mensen met een tijdelijk of ander soort flexibel contract onder alle werkenden kromp vanaf 2018 dan ook, van 22% naar 20%, na een onafgebroken stijging in de jaren ervoor. Wel lag het aandeel flexwerkers begin 2020 desondanks nog steeds vrij hoog; alleen de jaren 2016-2018 kenden er meer. Het aandeel flexwerkers was dus hoger dan in 2008 (17%), aan de vooravond van de vorige economische crisis, terwijl de krapte aan personeel in het eerste kwartaal van 2020 groter was dan in 2008 (CBS 2020d) .

Groei van flexwerk naar type flexcontract

Zowel meer tijdelijke contracten met zicht op vast als meer oproepwerk dan in 2008

Twee typen flexwerk kwamen begin 2020 vaker voor dan in 2008: tijdelijke contracten met zicht op vast werk (van 3% naar 4% van alle werkenden) en oproepwerk / werk zonder vaste arbeidsduur (van 4% naar 6% van alle werkenden). Deze vormen binnen het flexwerk de uitersten qua inkomenszekerheid: tijdelijke contracten met zicht op een vast dienstverband bieden de meeste zekerheid, oproepwerk de minste . De groei van flexwerk bestond dus uit een toename van zowel flexcontracten met meer als met minder zekerheid.

Vooral jongeren en lageropgeleiden doen vaker flexwerk dan in 2008

In alle groepen (man, vrouw, oud, jong) is hetzelfde patroon te zien: het aandeel flexwerkers kromp tussen 2018 en begin 2020, maar lag nog steeds hoger dan in 2008. Vooral 25-minners hadden vaker een flexibel contract dan toen, gevolgd door lageropgeleiden, 25-34-jarigen en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond.

In een deel van deze groepen (25-minners, lageropgeleiden, mensen met een migratieachtergrond) steeg de werkloosheid tijdens de financiële crisis bovengemiddeld sterk. Begin 2020 lag het aandeel werklozen onder hen weer op of onder het oude niveau, zoals hiervoor gezegd, maar het aandeel met onzeker werk is meer gegroeid dan in andere groepen. De verschillen in baanzekerheid namen dus toe‍ .

Percentage zelfstandigen is sinds 2014 stabiel, maar ligt hoger dan in 2008

Ook het aandeel zelfstandigen onder werkenden lag begin 2020 hoger dan in 2008: 17% tegenover 14%. Dat kwam doordat het aandeel zelfstandigen tot 2014 groeide; daarna bleef het gelijk. De toename kwam uitsluitend tot stand door een stijging van het aantal zelfstandigen zonder personeel (CBS 2020e).

Aandeel flexwerkers en zelfstandigen steeg voor 2008 ook

Zowel het aandeel flexwerkers als zelfstandigen groeiden overigens al langer: flexwerkers sinds halverwege de jaren 90 (Euwals et al. 2016), zelfstandigen sinds de eeuwwisseling (Smits et al. 2012). In de meeste ons omringende landen zijn deze groepen niet zo sterk in omvang toegenomen, waardoor het aandeel flexwerkers en zzp’ers in Nederland nu hoger ligt dan daar (CBS 2020c; Eurostat 2020).

Mogelijke verklaringen voor groei aandeel flexwerkers en zelfstandigen

De groei van het aandeel flexwerkers heeft volgens verschillende onderzoeken niet één eenduidige oorzaak (De Beer 2018; Euwals et al. 2016; Josten en Vlasblom 2018; Kremer et al. 2017). Mogelijke verklaringen zijn dat werkgevers beperking van de personeelskosten tegenwoordig belangrijker vinden door meer internationale concurrentie en meer marktwerking, veranderingen in wet- en regelgeving die meer financiële verantwoordelijkheden neerleggen bij werkgevers, en werkgevers die elkaar navolgen. De groei van het aandeel zelfstandigen zonder personeel komt waarschijnlijk onder meer door ruimere belastingvoordelen en andere voorkeuren van werkenden (Financiën 2015; OECD 2019).

Flexwerkers en zelfstandigen vangen eerste klappen bij economische tegenwind

Zowel flexwerkers als zelfstandigen zijn kwetsbaar zodra het economisch slechter gaat. Zij krijgen als eersten de klappen. Flexwerkers verliezen dan als eersten hun baan (zie bv. Bierings et al. 2015) en zelfstandigen zien hun inkomen dan gemiddeld meer dalen dan werknemers (zie bv. Menger en Nieuweboer 2019; Vrooman et al. 2018). Verschillende partijen maken zich daarom zorgen over het grote aandeel flexwerkers en zelfstandigen zonder personeel, en dan vooral over degenen onder hen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt (zie bv. Commissie Regulering van Werk 2020; WRR 2020). De zorgen over flexwerkers sluiten aan bij de mening van deze groep zelf: een ruime meerderheid van de flexibele krachten had liever een vast contract. De meeste zelfstandigen, daarentegen, zijn juist tevreden met hun arbeidspositie (Donker van Heel et al. 2013; Vlasblom en Josten 2013).

Aandeel flexkrachten kromp tussen 2018-2020, maar blijft hoger dan in 2008

vast dienstverband 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020
totaal
totaal 68,4 67,5 66 63 61,4 61 63
opleiding
lager opgeleid 62,4 61,5 60,5 56,2 52,1 51,5 52,9
middelbaar opgeleid 69,5 68,3 67,0 63,7 62,1 61,3 63,7
hoger opgeleid 72,2 71,0 68,9 66,4 66,1 65,9 67,6
geslacht
vrouw 68,6 68,4 67,4 64,7 62,6 61,8 64,3
man 68,3 66,7 64,9 61,4 60,4 60,3 61,9
leeftijd
15-24 jaar 45,4 40,9 37,1 31,8 27,7 28,9 32,0
25-34 jaar 73,4 72,2 69,9 65,5 63,5 63,0 66,5
35-44 jaar 73,9 74,0 72,9 70,7 70,2 69,9 71,4
45-54 jaar 75,2 74,4 74,1 71,1 69,6 69,0 70,9
55-64 jaar 69,2 70,0 71,5 71,8 70,6 70,2 70,8
herkomst
autochtone Nederlander 69,4 68,3 67 64 62,5 62,7 64,9
westerse migratieachtergrond 66,4 66,0 62,9 61,3 59,2 57,8 60,1
niet-westerse migratieachtergrond 62,1 61,6 60,8 55,6 54,4 51,7 53,7
flexibel dienstverband 2008 2010 2012 2014 2016 2018
totaal
totaal 17,3 17,5 18,7 20,6 21,9 22,5 20,2
opleiding
lager opgeleid 25,4 25,5 26,2 29,8 33,4 35,2 33,7
middelbaar opgeleid 16,7 17,2 18,7 20,7 22,1 22,8 20,7
hoger opgeleid 11,1 11,8 13 14,6 15 15,3 12,9
geslacht
vrouw 20,3 20,2 20,9 22,6 24,3 25,1 22,2
man 14,7 15,3 16,8 18,8 19,9 20,1 18,4
leeftijd
15-24 jaar 50,4 54,4 58,7 63,1 66,5 66,3 62,6
25-34 jaar 17,3 18 19,7 23,6 24,9 25 21,6
35-44 jaar 10,2 9,4 10 11,4 12 12,7 11,7
45-54 jaar 7,9 7,6 7,9 8,8 9,6 10,5 8,5
55-64 jaar 8,3 8,3 7,7 7 8,3 8,3 7,1
herkomst
autochtone Nederlander 16 16,3 17,5 19,2 20,5 20,6 18,3
westerse migratieachtergrond 18,2 18,6 19,8 20,8 23,3 24,2 20,9
niet-westerse migratieachtergrond 28 27 27,3 31,2 31,6 34,1 31,9
zelfstandige 2008 2010 2012 2014 2016 2018
totaal
totaal 14,3 15 15,3 16,5 16,7 16,5 16,8
opleiding
lager opgeleid 12,2 13 13,3 13,9 14,4 13,4 13,4
middelbaar opgeleid 13,9 14,5 14,3 15,6 15,8 15,9 15,7
hoger opgeleid 16,7 17,3 18 19 18,9 18,8 19,4
geslacht
man 16,9 18,1 18,4 19,8 19,7 19,6 19,7
vrouw 11 11,4 11,7 12,6 13,2 13,1 13,5
leeftijd
15-24 jaar 4 4,5 4,2 5,2 5,7 4,8 5,5
25-34 jaar 9,4 9,8 10,5 11 11,6 12 11,9
35-44 jaar 15,9 16,6 17 17,9 17,8 17,3 17
45-54 jaar 16,9 18,1 18 20,1 20,8 20,5 20,6
55-64 jaar 22,5 21,7 20,9 21,2 21,1 21,6 22,1
herkomst
autochtone Nederlander 14,6 15,4 15,4 16,7 16,9 16,7 16,8
westerse migratieachtergrond 15,5 15,6 17,3 17,9 17,5 18 19,1
niet-westerse migratieachtergrond 9,9 11,3 12,1 13,2 13,9 14,2 14,5

a 2020 betreft het eerste kwartaal van 2020

Bron:CBS (EBB’08-’20), CBS (StatLine)

Werkloosheid gaat door uitbraak coronavirus vermoedelijk verdubbelen

Door de uitbraak van het coronavirus en de maatregelen van de overheid om het virus af te remmen sloeg de situatie op de arbeidsmarkt in maart 2020 plots om. De economie kromp fors en de werkloosheid steeg, van 3,3% in het eerste kwartaal van 2020 naar 3,8% in het tweede kwartaal. Naar verwachting is het aandeel werklozen in 2021 bijna 2 keer zo groot als begin 2020, mits er geen nieuwe, grootschalige contactbeperkingen komen. Komen die er wel, dan wordt het aandeel werklozen naar verwachting ongeveer 3 keer zo groot (CPB 2020). Mogelijk zal de werkloosheid de komende tijd sneller oplopen dan in het begin van de vorige crisis, want er zijn nu meer mensen met een flexibel contract dan toen, en zulke contracten zijn op kortere termijn te beëindigen dan vaste dienstverbanden. Bovendien is de economische krimp sterker dan destijds (zie ook Jongen et al. 2020).

Sterkste stijging werkloosheid onder jongeren, lageropgeleiden, mensen met een migratieachtergrond en mensen met een arbeidshandicap

De werkloosheid neemt vermoedelijk het sterkst toe onder jongeren, lageropgeleiden, mensen met een migratieachtergrond en mensen met een arbeidshandicap. Dat komt niet alleen doordat zij bovengemiddeld vaak een flexibel contract hebben (zie hiervoor). Het ligt ook aan het feit dat ze vaker dan anderen werken in sectoren waarin de omzet flink terugloopt door het coronavirus, zoals de horeca, de sector cultuur/sport/recreatie en de reisbranche (Muns et al. 2020). Een deel van hen trekt zich een tijdje terug van de arbeidsmarkt en zoekt voorlopig geen ander werk (CPB 2020) en telt dan niet mee in de werkloosheidscijfers .

Naast deze groepen worden ook zelfstandigen in de hiervoor genoemde sectoren hard getroffen; een deel van de zelfstandigen ziet hun inkomen flink dalen (Muns et al. 2020; De Klerk et al. 2020). Verder zullen ook werklozen het lastig krijgen: door het sterk gekrompen aantal vacatures is het moeilijk voor hen om nieuw werk te vinden. Vooral 55-plussers blijven als het economisch slecht gaat vaak lang werkloos .

Tevredenheid van mensen met hun werk blijft waarschijnlijk gelijk

Voor een goed beeld van de situatie op de arbeidsmarkt is ook inzicht nodig in het welbevinden van werkenden. In 2019 waren de meeste werknemers in loondienst (78%) en de meeste zelfstandigen (81%) tevreden met hun werk . Het aandeel met een positief oordeel wisselde iets tussen 2014 en 2019. Over het geheel genomen is er echter geen duidelijk stijgende of dalende lijn zichtbaar. Ook lijkt er geen samenhang met de economische situatie te zijn . Dat wijst erop dat de baantevredenheid van werkenden niet veel zal veranderen onder invloed van de coronacrisis .

Ontwikkeling van aandeel werkenden met burn-out of gerelateerde klachten onzeker

Psychische klachten zoals burn-out zijn een belangrijke oorzaak van verzuim en uitval uit het werk. Burn-outklachten kwamen in 2019 bij 17% van de werknemers in loondienst voor; hetzelfde aandeel als in 2018. Tussen 2014 en 2018 groeide het percentage werknemers met burn-outklachten nog, maar de groei kwam daarna tot stilstand . Zelfstandigen hebben beduidend minder vaak last van burn-outgevoelens dan werknemers (9% in 2019, 8 procentpunten lager dan onder werknemers). Wel steeg het aandeel zelfstandigen met burn-outklachten sinds 2015 licht.

Gegevens uit juli 2020 wijzen erop dat de psychische gezondheid van werkenden, een maat verwant aan burn-out, niet of weinig is verminderd (De Klerk et al. 2020) . Hoe de psychische gezondheid van mensen zich de komende tijd gaat ontwikkelen is onzeker. Uit eerdere economische neergangen is bekend dat werkenden die met baanverlies worden bedreigd of mensen die hun baan hebben verloren vaker dan voorheen psychische klachten krijgen of zichzelf doden (Marangos et al. 2020; Merens en Josten). Dat is zorgelijk, aangezien de groep baanverliezers gaat groeien. Verder leven er zorgen over personeel in ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere zorginstellingen dat zwaar belast wordt als het aantal coronapatiënten weer flink zou stijgen (NRC 2020; Volkskrant 2020). Of ook andere groepen werkenden een verhoogd risico gaan lopen – bijvoorbeeld als ze weer tegelijkertijd moeten werken én hun kinderen moeten helpen bij thuisonderwijs of als de mogelijkheden voor sociale contacten weer worden ingeperkt – is nog onduidelijk.

Mate van tevredenheid met werk vrij stabiel, burn-outklachten werknemers stabiliseren na toename

is (zeer) tevreden met werk 2014 2015 2016 2017 2018 2019
zelfstandigen 81,4 81,1 81
werknemers 76,5 76,4 77 76 76,6 77,9
heeft burn-outklachten 2014 2015 2016 2017 2018 2019
zelfstandigen 7,5 8,8 9,2
werknemers 14,4 13,4 14,6 15,9 17,3 17

Bron:CBS/TNO (NEA’14-’19)

Literatuur

Adema, Y. en I. van Tilburg (2018). Vertraagde loonontwikkeling in Nederland ontrafeld. Den Haag: Centraal Planbureau.

Beer, P. de (2018). Waarom gebruiken werkgevers (steeds meer) flexibele arbeidskrachten? In: Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, jg. 34, nr. 1, p. 62-84.

Bierings, H., N. Kooiman en R. De Vries (2015). Arbeidsmarkttransities in Nederland: een overzicht. In: K. Chkalova, A. Goudswaard, J. Sanders en W. Smits (red.), Dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt: de focus op flexibilisering (p. 8-37). Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS (2020a). Arbeidsdeelname, vanaf 1969. Geraadpleegd 27 juli 2020 via https://opendata.cbs.nl/statline.

CBS (2020b). In 2019 grootste cao-loonstijging in 10 jaar. Geraadpleegd 28 juli 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/01/in-2019-grootste-cao-loonstijging-in-10-jaar.

CBS (2020c). Is elders in de EU het aandeel zzp’ers zo hoog als in Nederland? Geraadpleegd 29 juli 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/faq/zzp/hoeveel-zzp-ers-telt-nederland-in-vergelijking-met-andere-eu-landen-.

CBS (2020d). Vacatures; vacaturegraad naar SBI 2008. Geraadpleegd 16 juli 2020 via https://opendata.cbs.nl/statline.

CBS (2020e). Werkzame beroepsbevolking; positie in de werkkring. Geraadpleegd 27 juli 2020 via https://opendata.cbs.nl/statline.

CBS (2020f). Economie krimpt met 8,5 procent in tweede kwartaal 2020. Geraadpleegd 16 augustus 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/33/economie-krimpt-met-8-5-procent-in-tweede-kwartaal-2020.

Commissie Regulering van Werk (2020). In wat voor land willen wij werken? Naar een nieuw ontwerp voor de regulering van werk. Eindrapport van de Commissie Regulering van Werk. Den Haag: Commissie Regulering van Werk.

CPB (2020). Augustusraming 2020-2021. Den Haag: Centraal Planbureau.

Donker van Heel, P., J. de Wit, D. van Buren, R. van der Aa en T. Viertelhauzen (2013). Contractvormen en motieven van werkgevers en werknemers. Rotterdam: Ecorys.

Eurostat (2020). Temporary employees as percentage of the total number of employees, by sex, age and citizenship (%). Geraadpleegd 16 juli 2020 via https://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show.do.

Euwals, R., M. de Graaf-Zijl en D. van Vuuren (2016). Flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Den Haag: Centraal Planbureau.

Financiën (2015). IBO Zelfstandigen zonder personeel. Den Haag: Ministerie van Financiën.

Houtman, I., K. Kraan en A. Venema (2019). Oorzaken, gevolgen en risicogroepen van burn-out: tussenrapportage. Den Haag: TNO.

Jongen, E., J. Ebregt, B. Scheer en H.-M. von Gaudecker (2020). Arbeidsmarkt: sterke daling gewerkte uren. Den Haag: Centraal Planbureau.

Josten, E. en J.D. Vlasblom (2017). Maakt zzp'er worden tevreden? In: Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, jg. 33, nr. 3, p. 269-283.

Josten, E. en J.D. Vlasblom (2018). Tijdelijk werk geven. Invloed van laagconjunctuur en langdurende ziektegevallen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Klerk, M. de, I. Plaisier en F. Wagemakers, m.m.v. J. Iedema, E. Josten en J. Schaper (2020). Welbevinden ten tijde van corona. Eerste bevindingen op basis van een bevolkingsenquête uit juli 2020. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Kremer, M., R. Went en A. Knottnerus (2017). Voor de zekerheid. de toekomst van flexibel werkenden en de moderne organisatie van arbeid. In: M. Kremer, R. Went en A. Knottnerus (red.), Voor de zekerheid. De toekomst van flexibel werkenden en de moderne organisatie van arbeid (p. 17-58). Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Marangos, A., R. Schellingerhout, S. Kooiker, P. Schyns, H. Cerit en F. Vonk (2020). Verwachte gevolgen van corona voor de psychische gezondheid. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Menger, J. en J. Nieuweboer (2019). Inkomen van werkenden. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Merens, A. en E. Josten (2016). Werkloos toezien. Gevolgen van de crisis voor emancipatie en welbevinden. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Muns, S., M. Olsthoorn, L. Kuyper en J.D. Vlasblom (2020). Kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Beleidssignalement maatschappelijke gevolgen coronamaatregelen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

NRC (2020). ‘IC-personeel heeft last van slaapproblemen en herbelevingen’. In: NRC, 30 juli 2020.

OECD (2019). OECD Input to the Netherlands Independent Commission on the Regulation of Work (Commissie Regulering van Werk). Paris: OECD.

Roeters, A. (2019a). Betaald werk. In: Een week in kaart: Editie 2. Geraadpleegd 29 juli 2020 via https://digitaal.scp.nl/eenweekinkaart2/betaald-werk.

Roeters, A. (2019b). Zorg voor het huishouden en anderen. In: Een week in kaart: Editie 2. Geraadpleegd 29 juli 2020 via https://digitaal.scp.nl/eenweekinkaart2/zorg-voor-het-huishouden-en-anderen.

Smits, W., N. Kooiman, L. Kösters en R. de Vries (2012). De groep flexwerkers en zelfstandigen in Nederland groeit. In: Economisch Statistische Berichten, jg. 97, nr. 4647S, p. 10-17.

Torre, A. van der, H.A. van de Ven en H.J. Dirven (2016). Duurzame Inzetbaarheid: zzp'ers versus werknemers. Leiden: TNO.

Vlasblom, J.D. en E. Josten (2013). Een onzeker perspectief: vooruitzichten van tijdelijke werknemers. Eerste resultaten uit het Arbeidsaanbodpanel, najaar 2012. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Volkskrant (2020). Ziekenhuisdirecteur: we zijn niet klaar voor tweede golf. In: Volkskrant, 27 juli 2020.

Vrooman, J.C., E.J.C. Josten, S.J.M. Hoff, L.S. Putman en J.M. Wildeboer Schut (2018). Als werk weinig opbrengt: werkende armen in vijf Europese landen en twintig Nederlandse gemeenten. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

WRR (2020). Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Deze kaart citeren

Josten, E.J.C. (2020). Betaald werk. In: De sociale staat van Nederland: 2020. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/ssn2020/betaald-werk.

Informatie noten

Dit zijn mensen met een tijdelijk contract (met en zonder zicht op vast), uitzendkrachten, oproepkrachten en andere werknemers zonder vaste arbeidsduur.

Bij de lonen is een vergelijkbaar patroon te zien: de lonen groeiden in 2019 flink (CBS 2020b), maar de gemiddelde stijging over het afgelopen decennium was kleiner dan in de decennia ervoor (Adema en Van Tilburg 2018).

Oproepwerk is meestal tijdelijk van aard. Daarnaast is ook de wekelijkse arbeidsduur, en dus het inkomen, onzeker. Oproepwerkers leven dan ook vaker dan andere werknemers onder de armoedegrens (Vrooman et al. 2018).

Daarbij past wel de kanttekening dat een deel van de 25-minners met een flexcontract nog een opleiding volgt.

De economie kromp in het tweede kwartaal van 2020 met 8,5%. Dit is de grootste krimp die het Centraal Bureau voor de Statistiek ooit gemeten heeft (CBS 2020f).

Zo daalde het aandeel 15-24 jarigen dat werk heeft of ernaar zoekt onder iedereen in die leeftijd van 69,4% in het eerste kwartaal van 2020 naar 66,9% in het tweede kwartaal. Onder lageropgeleiden kromp het van 52,3% naar 50,6% en onder middelbaar opgeleiden van 74,5% naar 73,1% (CBS 2020g).

De werkloosheid onder 55-plussers daalde na afloop van de vorige economische crisis daardoor pas later dan onder jongere leeftijdsgroepen.

De iets grotere tevredenheid van zelfstandigen is waarschijnlijk onder meer te danken aan hun grotere autonomie (Josten en Vlasblom 2017; Van der Torre et al 2016).

Dat blijkt uit cijfers uit het Arbeidsaanbodpanel van het SCP. In 2008 was 36% van de werkenden volgens dit databestand zeer tevreden en 55% tevreden. In 2014, toen de werkloosheid op zijn hoogst lag, bedroeg dat respectievelijk 37% en 54%.

Aannemende dat zaken zoals de lonen van werknemers niet dalen.

Het is niet bekend wat de belangrijkste oorzaak van die eerdere stijging was (Houtman et al. 2019).

Het aandeel werkenden dat zich (iets) somberder voelt dan een half jaar geleden bedroeg in juli 2020 26%. 11% voelde zich (iets) opgewekter. Het psychisch welbevinden, gemeten met de Mental Health Inventory 5 (MHI-5), was niet veranderd.