Passende zorg voor ouderen thuisknelpunten in kaart

2 / 12

Welke ouderen krijgen geen passende zorg en ondersteuning?

Auteurs: Inger Plaisier en Maaike den Draak

Deze publicatie richt zich op ouderen met een zorgbehoefte op het grensvlak tussen zelfstandig wonen en wonen in een instelling. Op basis van gesprekken met deskundigen en de bestudeerde literatuur (zie kaart Methodologische verantwoording) delen we ouderen zonder passende zorg en ondersteuning in 4 onderstaande typen in.

Ouderen die (net) niet voldoen aan de voorwaarden om zorg of ondersteuning te krijgen

Professionals in de zorg benoemen een groep ouderen die nog niet voldoet aan de criteria voor de Wet langdurige zorg (Wlz), maar die bijvoorbeeld op sociale gronden behoefte heeft aan meer zorg en ondersteuning. Hieronder bevinden zich bijvoorbeeld mensen met gevorderde dementie die zich op het kantelpunt van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en Wlz bevinden. Doordat het voor deze ouderen thuis steeds onveiliger wordt en zij door wat de ziekte met zich meebrengt een steeds groter beroep op hun mantelzorgers doen, raken deze mantelzorgers overbelast (zie ook Westhoff et al. 2019). Het kan ook gaan om ouderen die zich als alleenwonende erg eenzaam of onzeker voelen. Het zorgaanbod in de Wmo 2015 is voor hen ontoereikend (De Groot et al. 2018). Enkele geïnterviewden vertellen dat regelmatig een klein gezondheidsprobleem wordt aangegrepen om wijkverpleging in te kunnen zetten, wat in feite niet-passende zorg is.

Er zijn ook ouderen met gezondheidsproblemen en een zorgbehoefte die niet in aanmerking komen voor langdurige zorg doordat zij nog geen duidelijke diagnose hebben, vertellen deskundigen. Mensen met neurologische aandoeningen vallen volgens hen ook vaak tussen wal en schip. Als er geen geheugenproblemen spelen, komen zij bijvoorbeeld niet in aanmerking voor Wlz-zorg en een casemanager . Maar hun aandoening is meestal wel blijvend en een gespecialiseerde casemanager zou kunnen ondersteunen in het vinden van passende zorg en maatwerk.

Daarnaast gaat het om ouderen met een acute verslechtering van hun gezondheid, voor wie de procedures voor de zorgaanvraag te lang duren, waardoor er achter de feiten aan gelopen wordt. Hieronder bevinden zich ouderen die terechtkomen op de spoedeisende hulp (SEH) of verpleegafdeling van ziekenhuizen en ouderen in de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) en eerstelijns verblijf (ELV). Deze ouderen kunnen niet doorstromen naar huis of een andere verblijfsplek zolang niet duidelijk is op welke zorg zij aanspraak kunnen maken (o.a. SIGRA 2017; Stichting Transmurale Zorg 2019; Ubink-Bontekoe en Spierenburg 2018).

Sommige ouderen voldoen niet aan de criteria om zorg of ondersteuning te krijgen, maar ervaren zelf wel dat zij daar een grote behoefte aan of recht op hebben, zo vertellen enkele geïnterviewden. Deze ouderen ontvangen in hun eigen beleving dus geen passende zorg en ondersteuning, maar de zorg en ondersteuning is volgens de zorgprofessionals wel adequaat.

Ouderen voor wie geen passend aanbod is

Thuiswonende ouderen met de lichtste indicatie voor Wlz-zorg hebben vaak moeite om passend aanbod te vinden. Deze ouderen hebben behoefte aan toezicht, bijvoorbeeld vanwege valrisico. Verpleeghuizen bieden daar weinig plekken voor, onder meer omdat het minder rendabel is om aanbod voor deze groep te creëren dan voor cliëntgroepen met zwaardere indicaties en daarmee, hogere zorgbudgetten, vertellen zorgprofessionals. Ouderen met zo’n lichte indicatie voelen zich, zo beschrijven enkele geïnterviewden, ook minder op hun plek in een verpleeghuis omdat de meeste bewoners vaak veel zwaardere problematiek hebben en dat schrikt af. Woonzorg nieuwe stijl sluit vaak beter aan bij de behoeften en wensen van deze ouderen, maar het aanbod is veelal nog beperkt. Bovendien zijn de huren en servicekosten daarvoor vaak hoog en kunnen of willen ouderen dat bedrag niet altijd opbrengen (Plaisier en Den Draak 2019).

Een andere groep ouderen voor wie passend aanbod moeilijk is, zijn ouderen met problemen op meerdere domeinen (Feitsma en Kaper 2018; Francke et al. 2017). Geïnterviewden noemden bijvoorbeeld ouderen met zowel psychische als somatische problemen: zij passen niet op de psychogeriatrische afdeling van een verpleeghuis, maar zijn vanwege hun zorgvraag vaak ook niet op hun plek op een somatische afdeling. In de geestelijke gezondheidszorg (ggz) zijn verblijfsplekken voor deze groep cliënten door de afbouw van bedden zeer schaars geworden.

Tot slot is het ook moeilijk om passende zorg en ondersteuning te organiseren voor ouderen bij wie de zorgvraag tijdelijk groter is (o.a. De Groot et al. 2018; Harnas en Schout 2017). Professionals noemden voorbeelden van ouderen die vanuit het ziekenhuis naar huis worden gestuurd om daar verder te herstellen, en ouderen in de terminale fase.

Ouderen die niet in beeld, maar wel kwetsbaar zijn

Volgens verschillende geïnterviewde zorgprofessionals en belangenbehartigers hebben sommige ouderen wel een zorgbehoefte, maar zijn ze niet of onvoldoende in beeld bij professionele hulp; zij worden niet opgemerkt totdat het escaleert. Daaronder bevinden zich ouderen zonder sociaal netwerk, maar ook heel bescheiden ouderen en ouderen met onvoldoende gezondheidsvaardigheden, die zelf geen hulp zoeken. Het kan ook gaan om oudere paren in een wankel evenwicht, die voor elkaar zorgen en bij elkaar willen blijven. Soms spelen er ook andere problemen waar weinig zicht op is, zoals schulden of een verslaving, waarbij schaamte een rol kan spelen. Ook trauma’s uit het verleden, die op latere leeftijd weer kunnen opspelen, worden niet altijd onderkend, vertelden respondenten van een belangenbehartigingsorganisatie.

Over ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond bestaan ook zorgen, vooral over vrouwen met een lage sociaaleconomische status en taalachterstand (o.a. De Booys et al. 2018; De Klerk et al. 2019; RvO 2019). Zij leven vaker geïsoleerd, rekenen meer (vanuit culturele tradities) op zorg van hun familie en hebben vaker onvoldoende kennis van het Nederlands zorgstelsel en de bijbehorende aanvraagprocedures. Oudere migranten met psychische problemen vormen bovendien een risicogroep voor onvoldoende zorg. Een oorzaak van dat laatste zou kunnen zijn dat psychische problemen vanuit hun cultuur ontkend kunnen worden en daardoor over het hoofd worden gezien. Er zijn ook ouderen met een migratieachtergrond die niet verzekerd blijken te zijn. Geïnterviewden noemden bijvoorbeeld migrantenouderen die na pensionering teruggingen naar het land van herkomst en wegens gezondheidsproblemen door de familie weer zijn teruggehaald naar Nederland.

Ouderen die hulp krijgen uit een persoonsgebonden budget (pgb) kunnen ook zeer kwetsbaar zijn en niet de juiste zorg en ondersteuning krijgen. Deze ouderen zijn zelf verantwoordelijk voor de inkoop van hun zorg en ondersteuning en kunnen heel afhankelijk raken van de zorgaanbieder. Er is niet altijd goed zicht op of de oudere wel krijgt wat nodig is (Plaisier en Den Draak 2019).

Ouderen die wel in beeld zijn, maar zorg en ondersteuning afhouden

Sommige ouderen zijn wel in beeld bij professionele hulpverleners maar houden zelf (meer) zorg en ondersteuning af. Er zijn ouderen die zorg mijden vanwege de hoge eigen bijdrage. Het gaat dan vaak om ouderen met relatief hoge inkomens, die ook hoge eigen bijdragen moeten betalen.

Een deel van de ouderen woont in een niet-passende woning, waardoor zij niet goed zelfredzaam kunnen zijn, maar toch niet willen verhuizen (De Groot 2020; De Klerk et al. 2019). Bijvoorbeeld omdat ze gehecht zijn aan de buurt of vanwege de kosten van een verhuizing en een hogere huur bij een verhuizing (als er al een geschikte woning beschikbaar is).

Zowel in de literatuur als in de interviews worden ook ouderen genoemd die geen voorzieningen willen aanvragen. Soms omdat zij bescheiden zijn en niet te veel van de gemeenschap willen vragen, of omdat zij niet afhankelijk willen zijn. Nog een stap verder gaat het als ouderen zorg of ondersteuning weigeren omdat zij onvoldoende ziektebesef hebben of niet goed inzien dat zij beter af zouden zijn met zorg of ondersteuning.

Literatuur

Booys, M. de, D. Achterbergh, A. de Lange, C. Mastenbroek, C. Klop en J.-W. Dik (2018). Startnotitie Naar reguliere integrale zorg voor kwetsbare ouderen thuis. Diemen: Zorginstituut Nederland. Geraadpleegd 10 september 2020 via www.zorginstituutnederland.nl.

Feitsma, M. en M. Kaper (2018). Kijk op de keten. Knelpunten, opgaven en inspirerende initiatieven. Ouderenzorg in de provincie Drenthe. Assen: Trendbureau Drenthe. Geraadpleegd 19 februari 2021 via https://trendbureaudrenthe.nl.

Francke, A.L., P.M. Rijken, K. de Groot, A.J.E. de Veer, K.A.M. Verkleij en H.R. Boeije (2017). Evaluatie van de wijkverpleging. Ervaringen van cliënten, mantelzorgers en zorgprofessionals. Deelevaluatie van de Hervorming Langdurige Zorg. Utrecht: NIVEL. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.nivel.nl.

Groot, C. de (2020). Kwart miljoen ouderenwoningen gevraagd, liefst in eigen buurt (special). Utrecht: Rabobank/RaboResearch. Geraadpleegd 15 september 2020 via https://economie.rabobank.com.

Groot, K. de, A. de Veer, S. Versteeg en A. Francke (2018). Het organiseren van langdurige zorg en ondersteuning voor thuiswonende patiënten. Ervaringen van praktijkondersteuners in dehuisartsenzorg. Utrecht: NIVEL. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.nivel.nl.

Harnas, S. en P. Schout (2017). Meldactie 'Ouderen met een kwetsbare gezondheid'. Op weg naar een ouderenvriendelijke samenleving. Utrecht: Patiëntenfederatie Nederland. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.patientenfederatie.nl.

Klerk, M. de, D. Verbeek-Oudijk, I. Plaisier en M. den Draak (2019). Zorgen voor thuiswonende ouderen. Kennissynthese over de zorg voor zelfstandig wonende 75-plussers, knelpunten en toekomstige ontwikkelingen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Plaisier, I. en M. den Draak (2019). Wonen met zorg. Verkenning van particuliere woonzorg voor ouderen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Raad van Ouderen (2019). Advies Raad van Ouderen keuze-informatie verpleeghuizen. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.beteroud.nl/raad-van-ouderen.

SIGRA (2017). Krakende ketens in de zorg voor kwetsbare ouderen. Verbeter de zorg – begin bij jezelf! Stedelijk advies Amsterdam. Knelpunten en oplossingsmogelijkheden. Amsterdam: SIGRA. Geraadpleegd 21 februari 2021 via www.sigra.nl.

Stichting Transmurale Zorg (2019). Stand van zaken crisisproblematiek in regio Haaglanden op 11 juni 2019. Den Haag: Stichting Transmurale Zorg. Geraadpleegd 19 februari 2021 via https://‍transmuralezorg.nl.

Ubink-Bontekoe, C. en M. Spierenburg (2018). In één keer goed! Een verkennend onderzoek naar gebruik van Eerstelijnsverblijf. Utrecht: Vilans. Geraadpleegd 12 november 2020 via www.vilans.nl.

Westhoff, E., L. Koster, A. Brons, P. Tazelaar en I. Mulder (2019). Rapportage evaluatieonderzoek ‘Maatwerk in de Wlz-zorg thuis’. Barneveld: Significant. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.rijksoverheid.nl.

Deze kaart citeren

Plaisier, I. en M. den Draak (2021). Welke ouderen krijgen geen passende zorg en ondersteuning? . In: Passende zorg voor ouderen thuis: knelpunten in kaart. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/passende-zorg-voor-ouderen-thuis/welke-ouderen-krijgen-geen-passende-zorg-en-ondersteuning-.

Informatie noten

Een casemanager is vaak wel beschikbaar voor ouderen met dementie.

De psychogeriatrische afdeling is voor mensen met geheugenproblemen. De somatische afdeling is voor mensen met chronische lichamelijke klachten.

Bijvoorbeeld met een trappenhuis of slecht toegankelijk sanitair.