Passende zorg voor ouderen thuisknelpunten in kaart

9 / 12

Houding en handelen van ouderen en naasten

Auteurs: Maaike den Draak en Inger Plaisier

Ook het gedrag en handelen van ouderen en hun naasten is van invloed op de zorg en ondersteuning die zij wel of niet krijgen. Mensen handelen niet volgens het ideaal dat de overheid graag zou zien. Hun gedrag is niet puur rationeel; emoties, verwachtingen, normen en opvattingen spelen allemaal ook een rol, blijkt uit verschillende voorbeelden van geïnterviewden. Bovendien hebben zij lang niet altijd alle informatie en bronnen tot hun beschikking om de keuze te maken die voor hen het meest optimaal is (zie bv. Feitsma en Kaper 2018; IGZ 2017; De Klerk et al. 2019; Westhoff et al. 2019).

Te lang vasthouden aan het ‘oude’

Er zijn ouderen die (te) lang proberen vast te houden aan het oude, is de ervaring van meerdere geïnterviewden. Zij hebben moeite de veranderde realiteit te accepteren, hebben onvoldoende in de gaten of ontkennen dat het langdurig slechter met ze gaat of onderkennen hun toenemende hulpbehoefte niet. Zo vertellen sommige ouderen aan de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)-consulent of de Wet langdurige zorg (Wlz)-indicatiesteller dat ze alles nog zelf doen, terwijl hun mantelzorgers in de praktijk een grote bijdrage leveren. Ook zijn ouderen vaak gehecht aan hun eigen, vertrouwde buurt en zijn ze bang die te moeten verlaten (De Groot 2020). Soms worden ouderen (en soms ook hun mantelzorgers) er door andere mensen in hun omgeving op gewezen dat het echt niet meer gaat, vertellen geïnterviewde deskundigen. Sommige ouderen zijn zich er niet van bewust dat ze eigenlijk iets missen, zoals sociale contacten en gezelligheid, maar bloeien op wanneer zij naar een verpleeghuis of geclusterde ouderenwoning verhuizen.

‘Meestal denken ze zelf altijd nog wel dat het wel gaat’

Degene die zelf over het algemeen die hulp nodig heeft, dat is mijn beleving in ieder geval, die belt wel zelf het minst. Het is eigenlijk altijd door aanjagen van een ander. Meestal denken ze zelf altijd nog wel dat het wel gaat.

(Onafhankelijk cliëntondersteuner Wlz)

‘Dan pas zien ze wat ze eigenlijk gemist hebben’

(Respondent 1): Ik heb iemand in mijn hoofd die dan nog net wel in dit huis kon met lichamelijke beperkingen en eigenlijk niet gedacht had dat ze het zo gemist had, die aanspraak en de gezelligheid en er zit natuurlijk ook wel een stukje van het verzorgd worden waar mensen op zeker moment wel echt behoefte aan hebben terwijl ze het zich niet altijd bewust zijn. […]

(Respondent 2): Ze zijn zich niet altijd bewust van dat ze eigenlijk iets missen.

(Respondent 1): Ja, want je ziet ze opbloeien.

(Huisarts (respondent 1) en specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn (respondent 2))

Onvoldoende voorbereid zijn

Als gevolg zijn lang niet alle ouderen voldoende voorbereid op deze nieuwe fase in hun leven waarin ze kampen met beperkingen en een toenemende hulpbehoefte (zie ook Feitsma en Kaper 2018; Glimmerveen et al. 2019; De Groot et al. 2019). Zij hebben zich er bijvoorbeeld niet in verdiept of verhuizing naar een andere woning of woonomgeving een goede optie voor hen zou zijn. Of zij weten niet aan wie ze (informele) hulp kunnen vragen.

‘Een hele scholingsmodule […] voor ouderen’

Ik weet niet of je het project ‘SamenOud’ in Groningen kent? […] Zij hebben een hele scholingsmodule opgezet voor ouderen. Voor ouderen die nog vitaal zijn en die dus gewoon meer geleerd worden van: wat betekent het om ouder te worden? Met welke dingen zou je in aanraking kunnen komen? Weet je waar je hulp kunt vragen? En welke hulp? Weet je, zij zijn veel beter geïnformeerd. Het is eigenlijk net als met moeders of jonge stellen die kinderen krijgen. Daar hebben we het allemaal heel goed voor geregeld, maar voor ouderen…

(Medewerker kennisorganisatie)

Regie willen houden

Veel ouderen willen zelfstandig blijven en zelf de inrichting van hun leven blijven bepalen, zo blijkt ook uit de interviews (zie ook Feitsma en Kaper 2018). Sommige ouderen zijn bang de regie te verliezen en vragen daardoor niet of te laat om hulp. Ze willen bijvoorbeeld geen onbekenden over de vloer of zijn bang dat de gemeente alles van hen overneemt, aldus een medewerker van een cliëntbelangen­organisatie. Zij willen zelf kunnen bepalen wat kwaliteit van leven inhoudt en welke hulp ze krijgen.

Niet tot last willen zijn

Aan de andere kant ervaren sommige ouderen dat zelfredzaamheid (te veel) wordt opgelegd door de overheid, zo geven deskundigen in de interviews aan (zie ook Feitsma en Kaper 2018). Soms interpreteren ouderen zelfredzaamheid en langer thuis wonen als alles zelf blijven doen, zonder hulp. Sommige ouderen willen geen last zijn, niet voor hun kinderen maar ook niet voor de samenleving als geheel. Er is een groep bescheiden ouderen die te weinig zorg vraagt vanuit de gedachte dat ze de samenleving al zo veel kosten. Sommige ouderen met een migratieachtergrond vinden dat ziekte bij het leven hoort en dat daar geen dokter bij nodig is.

‘Bij senioren zit heel erg het sentiment “wij kosten de staat veel geld”’

Vergis je niet: bij senioren zit heel erg het sentiment ‘wij kosten de staat veel geld’. Dat is echt een sentiment wat er speelt, daar is ook heel veel boosheid over, maar het belemmert hen daarentegen ook vaak in hun vraag.

(Medewerker ouderenbelangenorganisatie)

Schaamte

Een andere reden om niet om hulp te vragen is schaamte, laten geïnterviewden ons weten. Sommige ouderen schamen zich ervoor dat het niet meer gaat en ze hulp nodig hebben. Zij zien het als een zwaktebod. Ook zit aan bepaalde ziektebeelden een taboe of stigma verbonden, zoals aan psychische aandoeningen, dementie of incontinentie.

‘Dan komt er een officiële indicatiesteller van de gemeente’

Ik denk dat het ook te maken heeft met de band die ze dan hebben met een wijkverpleegkundige die dan wel een bepaald vertrouwen geniet en nou, dan komt er een officiële indicatiesteller van de gemeente en dan is het zo van: ‘Nou, is eigenlijk niet nodig.’

(Medewerker toezichthoudende instantie)

Voor sommige ouderen met een migratieachtergrond is het belangrijk dat hun kinderen voor hen zorgen in plaats van de thuiszorg of medewerkers in een verpleeghuis. Bovendien kan onder migranten een extra sterk schaamtegevoel spelen als het gaat om psychische problemen.

‘Dan weet echt de hele gemeenschap dat jij depressief bent’

Ja, maar ook daar heb je het schaamtegevoel van: o, als je dat naar buiten brengt dan weet echt de hele gemeenschap dat jij depressief bent. Op zich in Nederland is dat gewoon geaccepteerd: vervelend voor je, gaan we je helpen of niet. Maar, niet in het Turks en ook niet in het Marokkaans…

(Medewerker ouderenbelangenorganisatie)

Zwaarwegende financiële redenen

Ouderen en hun familieleden kunnen ook financiële redenen hebben die voor hen zwaar wegen in de keuzes die ze maken voor zorg en ondersteuning. Dergelijke redenen worden relatief vaak genoemd in zowel de literatuur als de interviews met deskundigen. Soms zijn de financiële middelen er eenvoudigweg niet, bijvoorbeeld wanneer geschikte woningen een te hoge huur hebben. Soms is het verkeerde zuinigheid, zoals het voorbeeld van een oudere mevrouw met een groot vermogen op de bank die tafeltje-dek-je afzegt omdat ze het te duur vindt. Maar ook zijn ouderen gevoelig voor financiële prikkels in het stelsel, zoals een hogere eigen bijdrage onder de Wlz dan onder de Wmo 2015/Zorgverzekeringswet (Zvw) of een hoger persoonsgebonden budget onder de Wlz dan onder de Wmo 2015. Soms is er onvoldoende kennis over de exacte hoogte van de eigen bijdrage maar is het afschrikeffect voldoende om een andere keuze te maken (Glimmerveen et al. 2019). Oudere huiseigenaren zijn bang dat aanpassing van hun woning de waarde zal doen verminderen terwijl ze nog niet weten of de aanpassing in de toekomst echt nodig zal zijn. Bovendien houden zij graag geld achter de hand in plaats van dit geld te investeren in een verbouwing (De Groot et al. 2019).

‘Want dat kost geld’

Door de eigen bijdrage gaan een aantal ouderen […] niet naar de geadviseerde onderzoeken die de huisarts of de specialist heeft ingesteld, want dat kost geld. En ook medicatie ophalen, doen ze ook niet.

(Medewerker ouderenbelangenorganisatie)

Onvoldoende hulpbronnen en vaardigheden

Ouderen hebben niet altijd alle hulpbronnen en vaardigheden tot hun beschikking die nodig zijn om tot de best passende zorg en ondersteuning te komen (zie bv. De Groot et al. 2018; De Klerk et al. 2019). Hierbij kan gedacht worden aan financiële mogelijkheden en vaardigheden, maar bijvoorbeeld ook aan kennis, een ondersteunend sociaal netwerk en communicatie- en gezondheidsvaardigheden. Sommige ouderen zijn onvoldoende bekend met de mogelijkheden van zorg en ondersteuning, ontberen internetvaardigheden om de informatie op te zoeken of zijn niet in staat de eigen hulpvraag te benoemen. Soms zijn er mantelzorgers maar kennen ook zij de weg niet in de zorg of zijn zij overbelast (De Boer et al. 2020; De Klerk et al. 2019).

De moeite die het kost

Het verkrijgen van passende zorg en ondersteuning kan veel moeite kosten en alleen al de verwachting dat het veel moeite zal kosten vormt voor sommige ouderen of mantelzorgers een drempel. Mensen zien op tegen de energie, de tijd of het werk wat het hun zal kosten, blijkt uit de interviews met deskundigen. Aanvraagprocedures kunnen bijvoorbeeld als belastend worden ervaren (zie ook Glimmerveen et al. 2019) en huiseigenaren kunnen opzien tegen een verbouwing (De Groot et al. 2019).

‘Ja, laat dan maar zitten, dan hoeft het niet’

[…] dat je iets aan die Wmo vraagt wat uiteindelijk uit een ander kader moet komen […] waarvoor je weer wordt doorverwezen: ‘Ja, maar dan moet je opnieuw naar je huisarts of naar je specialist, want dat kan ik niet doen.’ ‘Ja, laat dan maar zitten, dan hoeft het niet.’

(Medewerker ouderenbelangenorganisatie)

‘Een beetje meer verlichting in die paarse krokodil’

Ik heb ook zo’n echtpaar: hij heeft Parkinson en zij komt gewoon om en dan heeft ze wel administratieve ondersteuning of iets en ja, dus ze is dan ook adequaat genoeg om hulp te vinden. Dat vind ik al heel wat hè, want er zijn natuurlijk genoeg mensen die daarin niet zo makkelijk de weg vinden. Maar dan nog zijn er toch een aantal dingen die ze ook zelf moet doen en je zit al met een van karakter veranderende man, wat de situatie heel ingewikkeld maakt thuis en nou ja, ze willen dan ook absoluut niet weg dus dat speelt ook mee en dat moet je misschien ook helemaal niet doen, maar een beetje meer verlichting in die paarse krokodil, dat zou toch wel fijn zijn, ja.

(Huisarts)

Negatief beeld van het aanbod

Soms hebben ouderen en hun familieleden een negatief beeld van de bestaande zorg- en ondersteunings­voorzieningen of zijn zij onvoldoende geïnformeerd over de mogelijkheden, valt op te maken uit de interviews en de literatuur. Zo heeft het verpleeghuis bij sommige mensen een negatief imago (Feitsma en Kaper 2018). Ook voelen sommige familieleden zich schuldig wanneer hun partner of ouder in een verpleeghuis geplaatst wordt (zie ook Plaisier en Den Draak 2019).

Gebrek aan vertrouwen

Uit de interviews valt daarnaast op te maken dat sommige ouderen of hun familieleden onvoldoende vertrouwen hebben in de betrokken organisaties en professionals die de gedane aanvraag beoordelen. Soms is er zelfs sprake van wantrouwen. Zij hebben bijvoorbeeld het gevoel dat het om bezuinigingen draait, de ervaring dat de zorg te laat komt of ze krijgen tegenstrijdige adviezen van verschillende professionals (zie ook Van Cadsand en Renes 2017).

‘Soms […] moet je eigenlijk wel een soort vertrouwen op zien te bouwen’

[…] wat we dan wel merken dat is dan vaak meer dat ze gewoon bellen, even voor het bellen om een praatje en dan komt er heel aarzelend dan toch wel een vraag om ondersteuning uit en soms […] moet je eigenlijk wel een soort vertrouwen op zien te bouwen voordat ze echt daadwerkelijk ook die hulp ingezet willen hebben en dat gebeurde dan over het algemeen wel telefonisch.

(Onafhankelijk cliëntondersteuner Wlz)

‘Ik ben alleen maar een kostenpost van de gemeente, daarom bezuinigen ze’

[…] dat je elke keer je verhaal vertelt waardoor je deeloplossingen krijgt in plaats van een echte integrale aanpak en dat ervaren mensen, waardoor zij heel sterk het gevoel krijgen dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd […]. ‘Ja, ik ben alleen maar een kostenpost van de gemeente, daarom bezuinigen ze of dat doet de zorg hè’, dat gevoel komt daar ook heel erg vanuit. Maar ook gewoon mensen die letterlijk ervaren dat ze uiteindelijk bijna ja, te laat zijn en in een ziekenhuis terechtkomen of wat dan ook, omdat er eigenlijk onvoldoende integraal gewerkt is […]. Het wederzijds onbegrip hè: ‘Ik heb toch gevraagd maar die zegt dat’. Maar ook het gevoel dat ze onvoldoende uitleg krijgen waarom ze dan wel of niet iets ontvangen of waarom wel of niet de huisarts betrokken is.

(Medewerker ouderenbelangenorganisatie)

Mantelzorgers voelen zich te weinig gezien

Mantelzorgers voelen zich niet altijd voldoende gezien, zo blijkt uit zowel de interviews als de literatuur (zie bv. De Boer et al. 2020). Overbelaste mantelzorgers ervaren bijvoorbeeld niet altijd concrete acties om hun overbelasting tegen te gaan. Mantelzorgers voelen zich verantwoordelijk maar worden of voelen zich niet altijd betrokken door de professionals (IGJ 2018a, 2018b). Zo kan ontslag van de oudere uit het ziekenhuis of uit een eerstelijnsverblijf (ELV) de mantelzorger overvallen doordat er van tevoren geen afstemming plaats heeft gevonden (zie ook Feitsma en Kaper 2018; Glimmerveen et al. 2019). Ook worden mantelzorgers die geen familie van de oudere zijn niet door alle instanties en professionals erkend (Feitsma en Kaper 2018).

Onrealistische verwachtingen

Ouderen en hun familieleden kunnen onrealistische verwachtingen hebben ten aanzien van de geboden zorg. Veel Nederlanders zien de zorg voor ouderen als een taak voor de overheid (De Boer et al. 2020). Sommige ouderen zijn overtuigd van hun ‘opgebouwde rechten’ op zorg en sommige familieleden en mantelzorgers houden hun betrokkenheid af zodra er eenmaal professionele zorg is ingezet, vertellen deskundigen. Ook komt het voor dat ouderen of hun familieleden te veel vragen van de zorg. Zij vinden het moeilijk te accepteren dat de zorg niet altijd optimaal te organiseren valt rond een cliënt. Zo plakken mantelzorgers soms hun eigen normen op de zorg en vinden bijvoorbeeld dat de oudere iedere dag gedoucht moet worden. Ook zijn er ouderen of familieleden die verwachten dat de wijkverpleegkundige een klusje als de afwas, een brief posten of de vuilnis buiten zetten er wel even bij doet, vertellen wijkverpleegkundigen.

‘Ik zeg wel eens tegen cliënten: “Vraagt u dit nou ook aan de huisarts?”’

Het heeft ook met verwachtingen te maken […], er wordt heel vaak gevraagd: ‘Wil je even de vuilniszak buiten zetten of de brief even posten?’ Ik zeg wel eens tegen cliënten: ‘Vraagt u dit nou ook aan de huisarts?’, want die wordt uit datzelfde potje betaald, hè. Wij zijn een soort voetvolk geworden. ‘Je kan toch wel even de boterhammetjes smeren en een eitje koken voor moeder?’ Die horen we ook heel vaak, en dat afwasje even doen. Zit daar de hele familie op de bank, dan verwachten ze dat de verpleegkundige dat afwasje doet.

(Wijkverpleegkundige)

Aan de andere kant zijn er ook ouderen met te lage verwachtingen van de zorg. Zij hebben bijvoorbeeld een negatief beeld van de zorg of beseffen onvoldoende wat een voorziening hun zou kunnen opleveren. Ook kunnen bezuinigingen en een negatief imago ouderen het gevoel hebben gegeven dat ze slechte zorg moeten accepteren en dat ze er niemand op kunnen aanspreken wanneer de zorg en ondersteuning niet goed geregeld zijn.

Onvoldoende aansluiting bij behoeften van ouderen

Ouderen van nu lijken nu vaker eigen wensen en behoeften te hebben dan de generatie voor hen (De Klerk et al. 2019). Wanneer het aanbod aan zorg en ondersteuning onvoldoende aansluit bij de behoeften van de oudere of de mantelzorger, kan dit een belemmering vormen deze voorzieningen te gebruiken. Zo is er behoefte aan dagbesteding die aansluit bij de eigen interesse, of wil men geen gebruik maken van groepsgewijze dagbesteding (Westhoff et al. 2019). En geboden respijtzorg sluit bijvoorbeeld niet aan bij de behoefte van partners om juist samen op vakantie te gaan. Ook schrikt het veel echtparen af dat zij gescheiden worden wanneer de hulpbehoevende partner naar een verpleeghuis verhuist (Feitsma en Kaper 2018). De stap naar een verpleeghuis wordt sowieso door veel ouderen als een grote stap ervaren, vertellen geïnterviewden. Er is behoefte aan opties tussen thuis en het verpleeghuis in en aan minder traditionele ouderenwoningen, maar die zijn er nog onvoldoende (zie bv. Den Draak et al. 2021; Harnas en Schout 2017).

‘Er is met dat sluiten van verzorgingshuizen een tussenoptie weggevallen’

Er is met dat sluiten van verzorgingshuizen een tussenoptie weggevallen die laagdrempelig is voor mensen om tijdiger in een situatie te komen wonen waarin de situatie minder snel zal escaleren of er in ieder geval meer mogelijkheden zijn om bijvoorbeeld 24-uurszorg in te zetten (…). Hoe hoger de drempel van thuis naar een stap in de vervolgzorg, hoe groter het risico (denk ik) dat die stap te laat gezet kan worden.

(Medewerker kennisorganisatie)

Zich onheus bejegend voelen

Ouderen en hun naasten kunnen zich onheus bejegend voelen door de betrokken professional of zorgorganisatie. Bijvoorbeeld omdat zij zich niet begrepen voelen, boos zijn over procedures of niet als kwetsbaar aangesproken willen worden.

‘Als je negatief mondig bent dan…’

(Interviewer): Is het ook zo dat mensen die behoorlijk mondig zijn ook makkelijker die hulp krijgen of zie je dat niet?

(Respondent): Nou, ik denk wel dat het wel scheelt, maar ja, mondig zijn dat betekent dan wel in de zin van als je positief mondig bent en volgens mij, als je negatief mondig bent dan…Nee, het werkt niet altijd in je voordeel. Ja, het kan ook tegen je werken.

(Onafhankelijke cliëntondersteuner Wlz)

‘Dat mensen ook niet zo betiteld willen worden’

We hebben hier een keer een bijeenkomst gehad met vrijwillige ouderenadviseurs en VWS onder andere en dat zal ik nooit vergeten, dat iemand zei […]: ‘Ik kom hier vandaag omdat ik het heel belangrijk vind om over mijn langer thuis zijn en dergelijke te praten en ook over thema’s zoals eenzaamheid, maar als iemand mij vandaag zou hebben gezegd “je mag als eenzame mee”, dan was ik niet gekomen. Dus iedereen die aan mijn deur aanbelt vanuit het perspectief je bent kwetsbaar, je bent eenzaam, daar is per definitie het antwoord “nee” en ik doe de deur dicht.’ […] Dat is denk ik wel een belangrijke waar we ons soms zorgen over maken, dat mensen ook niet zo betiteld willen worden en dat het ook heel erg over beeldvorming gaat en hoe je de mensen aanspreekt daarin.

(Medewerker ouderenbelangenorganisatie)

Ouderen, familie en professionals zijn het niet altijd eens

Ouderen, hun familieleden en de betrokken professionals zijn het niet altijd met elkaar eens wat de best passende zorg en ondersteuning voor de oudere is. Er kan soms veel discussie ontstaan over het wel of niet aanvragen van een Wlz-indicatie en het wel of niet verhuizen naar een verpleeghuis. Sommige ouderen willen koste wat kost thuis blijven wonen, maar dit is niet altijd de beste oplossing. Soms moet een rechterlijke machtiging voor dwangopname worden aangevraagd. Ook wanneer familie en professionals het met elkaar eens zijn, kan verhuizing naar een verpleeghuis voor de familie en oudere emotioneel zeer belastend zijn (Glimmerveen et al. 2019).

‘Dan doen we een crisis want nu zijn ze daartoe bereid’

(Interviewer): […] zien jullie dat ook dat mensen niet opgenomen willen worden of dat de familie… terwijl het eigenlijk wel noodzakelijk is?

(Respondent): Ja, dat komt wel voor. […] dan word ik als consulterend arts erbij betrokken […]. Vaak komt er dan thuiszorg, zijn het situaties dat je denkt van: ja, dit kan ook echt niet meer, en ja, daar moet je dan binnen zien te komen om te zien dat je dat een keer voor elkaar krijgt […]. Meestal is het dan wachten tot er een crisissituatie is en dan moet je ook knopen doorhakken. Zo’n situatie kan ook doorbroken worden wanneer die mensen bijvoorbeeld dan vallen, iets breken en op de GRZ komen en dan zeg je van ‘en nu gelijk door’ en dat is niet de bedoeling van de GRZ maar zo gebruiken we hem wel eens en dat is eigenlijk oneigenlijk gebruik van de GRZ […]. Bij PG kan dat ook voorkomen dat je zegt ‘ja, mensen willen absoluut niet weg’, maar ja, als er dan een moment is dat mensen iets somatisch erbij hebben, dat je dan zegt ‘en nu we pakken hem gelijk op en dan doen we een crisis want nu zijn ze daartoe bereid’ en als ze dan eenmaal uit huis zijn en daar de mensen kennen dan kun je dat geleidelijk opbouwen. Dan hoef je geen ibs en geen mensonterende toestanden […] en dat gaat heel vaak goed.

(Specialist ouderengeneeskunde verpleeghuis)

Literatuur

Boer, A. de, M. de Klerk, D. Verbeek-Oudijk en I. Plaisier (2020). Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Cadsand, R. van en I. Renes (2017). Gespreksdocument Grensvlakken Ouderenzorg. Juni 2017. Leiden: Zilveren Kruis. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.zilverenkruis.nl.

Feitsma, M. en M. Kaper (2018). Kijk op de keten. Knelpunten, opgaven en inspirerende initiatieven. Ouderenzorg in de provincie Drenthe. Assen: Trendbureau Drenthe. Geraadpleegd 19 februari 2021 via https://trendbureaudrenthe.nl.

Glimmerveen, L., L. Stouthard en K. Benning (2019). Van thuis naar het verpleeghuis. Op weg naar een soepele overgang. Utrecht: Vilans. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.rijksoverheid.nl.

Groot, C. de (2020). Kwart miljoen ouderenwoningen gevraagd, liefst in eigen buurt (special). Utrecht: Rabobank/RaboResearch. Geraadpleegd 15 september 2020 via https://economie.rabobank.com.

Groot, K. de, A. de Veer, S. Versteeg en A. Francke (2018). Het organiseren van langdurige zorg en ondersteuning voor thuiswonende patiënten. Ervaringen van praktijkondersteuners in dehuisartsenzorg. Utrecht: Nivel. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.nivel.nl.

Groot, C. de, M. van der Staak, F. Daalhuizen en G. de Kam (2019). Aanpassen of verkassen? Langer zelfstandig in een geschikte woning. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. Geraadpleegd 15 september 2020 via https://themasites.pbl.nl/o/aanpassen-of-verkassen.

Harnas, S. en P. Schout (2017). Meldactie 'Ouderen met een kwetsbare gezondheid'. Op weg naar een ouderenvriendelijke samenleving. Utrecht: Patiëntenfederatie Nederland. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.patientenfederatie.nl.

IGJ (2018a). Kwetsbare oudere in Harlingen staat centraal in zorgnetwerk. Meer afstemming nodig met mantelzorgers. Utrecht: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.igj.nl.

IGJ (2018b). Zorgnetwerken kwetsbare oudere in Tiel zijn veilig en persoonsgericht. Afspraken over coördinatie nog onvoldoende in de praktijk gebracht. Utrecht: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.igj.nl.

IGZ (2017). Kwetsbare oudere in Houten heeft spil in het netwerk nodig voor samenhang in de zorg thuis. Utrecht: Inspectie voor de Gezondheidszorg. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.igj.nl.

Klerk, M. de, D. Verbeek-Oudijk, I. Plaisier en M. den Draak (2019). Zorgen voor thuiswonende ouderen. Kennissynthese over de zorg voor zelfstandig wonende 75-plussers, knelpunten en toekomstige ontwikkelingen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Plaisier, I. en M. den Draak (2019). Wonen met zorg. Verkenning van de particuliere woonzorg voor ouderen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Westhoff, E., L. Koster, A. Brons, P. Tazelaar en I. Mulder (2019). Rapportage evaluatieonderzoek ‘Maatwerk in de Wlz-zorg thuis’. Barneveld: Significant. Geraadpleegd 19 februari 2021 via www.rijksoverheid.nl.

Deze kaart citeren

Draak, M. den en I. Plaisier (2021). Houding en handelen van ouderen en naasten. In: Passende zorg voor ouderen thuis: knelpunten in kaart. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/passende-zorg-voor-ouderen-thuis/houding-en-handelen-van-ouderen-en-naasten.

Informatie noten