CBSSCP

Emancipatiemonitor 2020

14 / 18

Wie zorgt er voor de zieke naaste?

Vrouwen verlenen vaker dan mannen hulp aan een zieke naaste, zoals de partner, een kind, (schoon)ouder of iemand uit de kennissenkring, of zijn daar vaker toe bereid. Ook als ze voltijds werken. Mannen nemen vaker dan vrouwen verlof op als ze zorgtaken moeten combineren met hun werk. Slechts een minderheid van de werknemers die kort of langdurig voor een naaste zorgen, neemt daarvoor zorgverlof op. Sommigen leveren er vakantie- of ADV-dagen voor in. Maar de meerderheid, vrouwen vaker nog dan mannen, neemt helemaal geen verlof op.

Vrouwen vaker bereid om informele hulp te bieden

Twee op de drie vrouwen zijn bereid om familieleden met gezondheidsproblemen te hulp te schieten of doen dat al. Dat is vaker dan mannen. Ook als ze voltijds werken geven vrouwen vaker hulp, of zouden dat doen als dat op hun pad zou komen. Dat vrouwen vaker hulp (willen) bieden, komt dus niet omdat ze vaker niet of in deeltijd werken.

Vergeleken met twee jaar geleden is het aandeel vrouwelijke mantelzorgers iets gestegen (van 13% in 2018 naar 15% in 2020). Bij mannen is er een vergelijkbare verschuiving (van 9% in 2018 naar 11% in 2020). De stijging is in lijn met de toename van het aantal ouderen en mensen met chronische aandoeningen en de grotere inzet die wordt verwacht van hun sociale netwerk (De Boer et al. 2019).

Bereidheid om hulp te geven

Bereidheid om hulp te geven

# vrouwen mannen
geeft vaak hulp 10 4
geeft regelmatig hulp 5 7
wil/kan hulp bieden 50 44
alleen als het niet anders kan 19 28
nee, wil/kan geen hulp geven 16 17

Bron:SCP (EMOP ’20)

Vrouwen zorgen vaker dan mannen langdurig voor zieke ouder

Sommige langdurige zorgsituaties (meer dan 2 weken) komen meer voor dan andere. Verreweg het vaakst kwam het in 2019 voor dat een ouder langdurig ziek werd, gevolgd door een overige bekende. Zorgsituaties waarbij de partner of een kind langdurig ziek waren, kwamen minder vaak voor. Bij een zieke ouder of zieke overige bekende verleenden vrouwen vaker zorg dan mannen. Werkende vrouwen verlenen minder vaak langdurige zorg dan vrouwen zonder werk: 14,5% tegen 17,0% van de niet-werkenden. Bij mannen is dat met 10,5% versus 11,5% nauwelijks aan de orde.

Geven van langdurige zorg

verlenen van langdurige zorg*:

# totaal aan partner aan kind aan ouder aan overige bekende
vrouw 15.2 1.8 1.4 9 3.8
man 10.6 1.9 0.9 5.8 2.4

aIemand kan voor meerdere personen hebben gezorgd.

Bron:CBS (EBB’19)

Werkenden met zieke naaste doen weinig beroep op zorgverlofregelingen

De meeste werknemers die in 2019 voor korte duur (maximaal 2 weken) zorg verleenden aan een zieke naaste, hebben daarvoor geen verlof opgenomen. Wel nemen mannen hiervoor vaker verlof op dan vrouwen. Van degenen die kortdurend zorgden, maakte 8% van de vrouwen en 10% van de mannen gebruik van het daartoe bestemde kortdurend zorgverlof. Vrijwel even vaak werden ADV- of vakantiedagen opgenomen.

Werknemers die gedurende een langere periode voor een zieke naaste zorgden, maakten zelden gebruik van de regeling voor langdurend zorgverlof. Als ze verlof opnamen, dan was dat vooral (het wel doorbetaalde) kortdurend zorgverlof, ADV-/vakantieverlof of een andere verlofsoort, zoals calamiteitenverlof of bijzonder of onbetaald verlof. Maar ook van de werknemers met een langdurige zorgtaak namen de meeste mannen en vooral vrouwen geen verlof op om te zorgen. Onder voltijders nemen langdurend zorgende mannen vaker verlof op dan vrouwen. Bij deeltijders is het andersom: in deeltijd werkende mannen die zorg verlenen, nemen hiervoor minder vaak verlof op dan in deeltijd werkende vrouwen (zie Alejandro Perez 2017).

Gebruik van (zorg)verlof

vrouw

man

langdurige zorgtaken uitgeoefend voor ernstig zieke ouder, kind, partner, familie, vriend of een ander kind (x 1000)

404

321

wv. gebruikgemaakt van de volgende (verlof)regelingb (%)

   kortdurend zorgverlof

6

8

   langdurend zorgverlof

1

2

   adv/vakantieverlof

3

6

   overige verlofsoortenc

6

5

   geen verlof

86

81

kortdurende zorgd verleend aan gezins- of familielid (x 1000)

254

227

wv. gebruikgemaakt van de volgende (verlof)regelingb (%)

   kortdurend zorgverlof

8

10

   ADV/vakantieverlof

7

10

   overige verlofsoortenc

10

13

   geen verlof

76

67

aPersonen die 1 uur of meer per week werken, exclusief onderwijsvolgenden.

b Meerdere antwoorden mogelijk, of geen verlof.

c Calamiteitenverlof, of bijzonder of onbetaald verlof.

d Niet langer dan 2 weken.

Bron:CBS (EBB’19)

Literatuur

Alejandro Perez, S. (2017). Langdurende zorg door vrouwelijke en mannelijke werknemers. In: Sociaaleconomische Trends, mei 2017. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Boer, Alice de, Inger Plaisier en Mirjam de Klerk (2019). Werk en mantelzorg; Kwaliteit van leven en het gebruik van ondersteuning op het werk. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Deze kaart citeren

Brakel, M. van den et al. (2020). Emancipatiemonitor 2020: Wie zorgt er voor de zieke naaste?. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2020/wie-zorgt-er-voor-de-zieke-naaste.

Informatie noten

Onder ‘overige bekenden’ worden hier een kind van iemand anders, een vriend of een overig familielid verstaan.

Hier zijn alleen mensen tot 65 jaar beschouwd. Onder 65-plussers komt zorg voor een zieke partner vaker voor (zie Alejandro Perez 2017).

Verlof dat bedoeld is om gedurende een korte periode voor een zieke naaste te zorgen. Werknemers hebben per 12 maanden wettelijk recht op maximaal 2 keer het aantal in de arbeidsovereenkomst afgesproken uren dat men per week werkt. In het geval van het kortdurende zorgverlof wordt minstens 70% van het salaris doorbetaald gedurende het verlof.

Net als het kortdurend zorgverlof hebben werknemers wettelijk recht op langdurend zorgverlof. Het verschil met kortdurend zorgverlof is dat er geen recht is op salaris gedurende het verlof. Men heeft per 12 maanden recht op maximaal 6 keer het aantal in de arbeidsovereenkomst afgesproken uren.