CBSSCP

Emancipatiemonitor 2020

13 / 18

Werk en economische zelfstandigheid: hoe zit dat per levensfase?

In het begin van hun loopbaan verschilt de economische positie van vrouwen en mannen weinig, maar met de komst van kinderen verandert vooral die van vrouwen. Wel hebben steeds meer moeders een grote deeltijdbaan of werken zij voltijds, ze zijn vaker economisch zelfstandig en ook iets vaker hoofdkostwinner. Vaders passen hun werkpatroon zelden aan na de komst van het eerste kind: zij werken overwegend voltijds. Moeders werken nog altijd minder dan vaders en dat is in lijn met opvattingen van de Nederlandse bevolking over de ideale arbeidsduur voor moeders en vaders. Ook vrouwen zonder kinderen zien de meeste Nederlanders liever niet voltijds werken. De economische positie verschilt het meest tussen vrouwen en mannen vanaf middelbare leeftijd zonder (thuiswonende) kinderen.

Zonder kinderen verschilt de economische positie aanvankelijk weinig

Tot 40 jaar verschilt de arbeidsparticipatie van vrouwen en mannen als ze (nog) geen kinderen hebben in verhouding weinig. Alleenstaande vrouwen in deze leeftijdsgroep werken minder uren dan alleenstaande mannen, maar zijn wel iets vaker economisch zelfstandig. Hierbij speelt het hogere uurloon van jonge vrouwen een rol (zie Kaart 7). Bij samenwonenden zonder kinderen loopt de economische positie van mannen en vrouwen iets meer uiteen dan bij alleenstaanden, maar de verschillen in arbeidsdeelname, -duur en economische zelfstandigheid zijn ondergemiddeld (zie Kaart 5 en Kaart 8).

Economische positie naar levensfase

< 40 jaar, zonder minderjarig kind

nettoarbeidsparticipatiearbeidsduureconomische zelfstandigheid
# alleenstaand samenwonend alleenstaand samenwonend alleenstaand samenwonend
vrouw 82.3 90.5 33.1 32.9 78.2 84.4
man 81.6 95.7 37.3 38.4 76.9 91

samenwonend, met minderjarig kind

nettoarbeidsparticipatiearbeidsduureconomische zelfstandigheid
# jongste kind < 12 jaar jongste kind 12-17 jaar jongste kind < 12 jaar jongste kind 12-17 jaar jongste kind < 12 jaar jongste kind 12-17 jaar
vrouw 82.2 83.9 26 25.8 68.9 69.2
man 95 93.9 39 39.7 90.8 90.8

alleenstaand, met minderjarig kind

nettoarbeidsparticipatiearbeidsduureconomische zelfstandigheid
# jongste kind < 12 jaar jongste kind 12-17 jaar jongste kind < 12 jaar jongste kind 12-17 jaar jongste kind < 12 jaar jongste kind 12-17 jaar
vrouw 63.3 74.2 27.1 29.3 53.2 64
man 82.5 84.9 37.5 37.3 76.8 80.5

≥ 40 jaar, zonder minderjarig kind

nettoarbeidsparticipatiearbeidsduureconomische zelfstandigheid
# alleenstaand samenwonend alleenstaand samenwonend alleenstaand samenwonend
vrouw 62 68.7 30 25.4 55.3 53.1
man 67.7 86.3 37 38 65.6 80.2

aVoorlopige cijfers.

bBij economische zelfstandigheid is de leeftijdsbovengrens de AOW-leeftijd.

Bron:CBS (EBB’19 en Inkomensstatistiek ’19).

Komst kinderen kantelpunt in loopbaan vrouw

Met de komst van kinderen verandert de economische positie van vooral vrouwen. In 2018/’19 schroefde bijna 37% van de vrouwen na de geboorte van hun eerste kind de werkweek terug en 6% stopte met werken. Laagopgeleide moeders stoppen vaker met werken, hoogopgeleide moeders passen het minst vaak hun werkweek aan (zie bijlage B13.1). Voor mannen heeft de komst van hun eerste kind veel minder gevolgen voor hun arbeidsduur. Negen op de tien mannen blijven evenveel uur werken, vaders met een laag opleidingsniveau nog wat vaker dan hogeropgeleide vaders.

De afgelopen jaren bleek dat vrouwen na de geboorte van hun eerste kind steeds vaker evenveel uur bleven werken als daarvoor. In 2018/’19, toen 53% van de moeders na de geboorte evenveel bleef werken, heeft die stijgende trend zich niet verder voortgezet. Tegelijkertijd is het aandeel moeders dat minder ging werken in 2018/’19 niet significant verder afgenomen. Stoppen met werken komt minder vaak voor dan twee jaar geleden (zie bijlage B13.2).

Gevolgen komst kind voor arbeidsduur

label waarde
stopt na de geboorte met werken 6.2
blijft na de geboorte werken, minder uren 36.6
blijft na de geboorte werken, gelijke uren 53
blijft na de geboorte werken, meer uren, of begint met werken 4.2
label waarde
stopt na de geboorte met werken of ging minder werken 6.8
blijft of begint na de geboorte met werken, gelijke of meer uren 93.2

aWerken betekent betaald werk hebben voor 1 uur of meer per week.

bEr is enkel naar veranderingen in de arbeidsduur binnen de eerste werkkring gekeken.

Bron:CBS (EBB’06-’19)

Vooral prille moeders die voltijd werkten korten hun werkweek in

Een jaar voor de geboorte van hun eerste kind werkt de meerderheid van de vrouwen, en in de meeste gevallen (54%) is dat voltijds. Het zijn vooral voltijders die na de geboorte een stap terug doen: het aandeel dat minstens 35 uur per week werkt, is onder moeders met een pasgeborene met 31% al een stuk lager. Onder moeders met een eerste kind van 1 jaar is dit aandeel verder gekrompen naar 18%, en hebben werkweken van 20 tot 35 uur de overhand. Overigens kunnen vrouwen, voordat ze de contractuele arbeidsduur aanpassen, ook nog gebruikmaken van ouderschapsverlof (zie Kaart 12). Bijna een tiende van de vrouwen werkt voor de geboorte van hun kind niet. Na de geboorte zijn dat er meer.

Arbeidsduur vrouw rondom geboorte eerste kind

wekelijkse arbeidsduur van vrouwen (25 tot 50 jaar), voor en na de geboorte van het eerste kind, 2017/2019 (in procenten)

# 1 jaar voor geboorte kind 0 jaar kind 1 jaar
≥ 35 uur 54.1 31.1 17.5
28-34 uur 25.1 27.6 30.7
20-27 uur 8.7 21.7 29.7
12-19 uur 2.5 4.1 5.7
1-11 uur 1.1 2.8 2.6
geen werk 8.5 12.6 13.8

aDe cijfers gaan over drie verschillende groepen: vrouwen een jaar voor de geboorte van hun eerste kind, vrouwen met een pasgeboren eerste kind, en vrouwen met een eerste kind van 1 jaar oud.

Bron:CBS (EBB’17-’19)

Deeltijd ook als ideaal beschouwd voor vrouw zonder jonge kinderen

Dat de meeste moeders in deeltijd werken (zie box), is in lijn met opvattingen in Nederland over de combinatie werk en zorg. De meeste mensen vinden dat vrouwen beter deeltijd kunnen werken als ze jonge kinderen hebben. Dan denkt men aan een tot drie dagen per week, en sommigen zien de moeder het liefste helemaal thuis. Ook als een vrouw nog geen kinderen heeft, of geen jonge kinderen meer, ziet meer dan de helft van de Nederlanders haar bij voorkeur in deeltijd werken.

De ideale werkweek voor vaders is langer, al ziet de meerderheid ook hen liever niet voltijds werken als ze jonge kinderen hebben. Vier dagen in de week heeft dan de voorkeur. Maar weinig vaders brengen dit ideaal in de praktijk. Vrouwen en mannen zijn het hier grotendeels over eens.

Ideale arbeidsduur vrouwen / mannen met / zonder jonge kinderen

verhouding in inkomen uit werk bij paren, beide paarleden 25-49 jaar, 2009-2019

kind 0-3 jaarkind 4-12 jaarzonder jonge kind
# moeder vader moeder vader moeder vader
5 dagen 2 26 6 38 41 65
4 dagen 12 40 24 42 37 29
3 dagen 27 21 36 13 16 4
2 dagen 26 7 23 4 4 1
1 dagen 15 3 9 1 1 0
geen werk 18 3 3 1 1 1

Bron:SCP (EMOP ’20)

Vrouwen iets vaker hoofdkostwinner

Het aandeel paren waarin de vrouw meer inkomen uit werk heeft dan de man is iets toegenomen. Zo steeg bij paren met minderjarige kinderen het aandeel van bijna 9% in 2009 naar bijna 12% in 2019. Maar nog altijd is bij bijna twee derde de man de partner die het meest verdient. De inkomensverhouding tussen man en vrouw is vanzelfsprekend nauw gerelateerd aan het werkpatroon. Bij 59% van de paren met minderjarige kinderen werkt de man voltijds en de vrouw deeltijds. Wel komen er steeds meer ‘grote’ anderhalfverdieners bij: daarbij werkt de man voltijds en de vrouw 20 tot 35 uur (CBS 2019; m/v-stat). Bij paren zonder minderjarige kinderen komt het vaker voor dat beide partners voltijds werken. Ook is het inkomen van de vrouw dan vaker gelijk aan dat van haar partner.

Verdienmodel paren

verhouding in inkomen uit werk

verhouding in inkomen uit werk

met minderjarige kinderenzonder minderjarige kinderen
# 2009 2019ᵃ 2009 2019ᵃ
alleen man 15.6 11.6 9.0 7.4
man meer 67.1 64.6 56.8 56.4
beide ongeveer gelijkᵇ 4.5 6.3 11.5 12.2
vrouw meer 8.6 11.9 18.7 21
alleen vrouw 2.3 2.2 2.7 2.9
geen van beide 1.9 1.9 1.3 1.3

werkpatroon

met minderjarige kinderenzonder minderjarige kinderen
# 2009 2019 2009 2019
man werkt, vrouw niet 18.5 14.3 11.6 10.2
man voltijd, vrouw deeltijd 61.6 59.1 37.6 32.9
beide voltijd 7.6 11.4 38.6 40.9
beide deeltijd 6.8 9.0 4.6 6.0
anders 3.6 4.7 6.4 8.2
beide niet werkend 1.8 1.6 1.2 1.9

aDe cijfers over de inkomensverhouding in 2019 zijn voorlopig.

bInkomen uit werk is ongeveer gelijk als de verhouding van de inkomens van beide partners tussen 90 en 110% ligt. Anders heeft een van beiden meer.

Bron:CBS (EBB’09-’19, IPO’09, Inkomensstatistiek ’19).

Economische zelfstandigheid moeders met middelbare-schoolkinderen gegroeid

Al jaren neemt de nettoarbeidsparticipatie van vrouwen met een partner en minderjarige kinderen vrijwel onophoudelijk toe (zie m/v-stat ). Ook werken zij bijna een halve werkdag per week meer dan tien jaar geleden (22,8 uur in 2009 tegenover 26,0 uur in 2019). Steeds vaker hebben deze moeders een grote, in plaats van een kleine, deeltijdbaan. In lijn daarmee stijgt hun inkomen en zijn ze steeds vaker economisch zelfstandig (zie m/v-stat). Vergeleken met twee jaar eerder deed de grootste stijging zich voor bij de moeders van wie het jongste kind de middelbareschoolleeftijd heeft (bijna 5 procentpunt). Bij vaders met een partner verandert er op deze vlakken nauwelijks iets, zodat het verschil tussen vaders en moeders wat kleiner wordt.

Economische positie alleenstaande moeders verbeterd

Sinds het einde van de vorige economische crisis zijn alleenstaande vrouwen met minderjarige kinderen weer vaker aan het werk en zijn ze economisch zelfstandiger. Ten opzichte van 2017 zit de groei vooral bij moeders met een jongste kind in de basisschoolleeftijd (zie m/v-stat). Vergeleken met andere vrouwen is de nettoarbeidsparticipatie en economische zelfstandigheid van alleenstaande moeders met kinderen tot 18 jaar echter laag. Bijna een vijfde van hen moet in 2019 voornamelijk van een bijstandsuitkering rondkomen. In 2017 was dat nog een kwart.

Man/vrouw-verschil economische zelfstandigheid grootst bij samenwonende 40-plussers zonder kinderen

In de groep samenwonenden van 40 jaar of ouder zonder minderjarige kinderen was in 2019 ruim de helft van de vrouwen economisch zelfstandig, tegenover 80% van de mannen. Dit man/vrouw-verschil is groter dan dat in de jongere generaties, waar de vrouwen vaker en meer uren aan het werk zijn. Onder alleenstaande 40-plussers ontlopen mannen en vrouwen elkaar weinig, maar bij beide is het aandeel economisch zelfstandigen relatief klein.

Literatuur

CBS (2019). Meer ‘grote’, minder ‘kleine’ anderhalfverdieners. CBS-nieuwsbericht, 29 mei 2019. Geraadpleegd 15 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/22/meer-grote-minder-kleine-anderhalfverdieners.

Deze kaart citeren

Brakel, M. van den et al. (2020). Emancipatiemonitor 2020: Werk en economische zelfstandigheid: hoe zit dat per levensfase?. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2020/werk-en-economische-zelfstandigheid-hoe-zit-dat-per-levensfase.

Informatie noten

In de bevolking van 15 jaar tot AOW-leeftijd (uitgezonderd scholieren en studenten) is dat 5%.