CBSSCP

Emancipatiemonitor 2020

10 / 18

Opleiding en werk: hoeveel verschillen vrouwen met en zonder migratieachtergrond?

Meisjes met een niet-westerse migratieachtergrond doen het minder goed op school dan meisjes met een Nederlandse of westerse achtergrond. Ook zijn niet-westerse migrantenvrouwen vergeleken met vrouwen met een westerse of Nederlandse achtergrond lager opgeleid, minder vaak aan het werk en daardoor minder vaak economisch zelfstandig. In de vier grootste niet-westerse groepen geldt dit voor degenen die in Turkije, Marokko, Suriname of op de Antillen geboren zijn. Het geldt in veel mindere mate voor hun in Nederland geboren dochters. Zo staat de tweede generatie Surinaamse en Antilliaanse vrouwen even hoog op de emancipatieladder als vrouwen zonder migratieachtergrond. Ook werken zij, net als vrouwen met een westerse migratieachtergrond, vaker voltijds dan vrouwen met een Nederlandse achtergrond.

Minderheid niet-westerse meisjes op havo/vwo

In 2019/’20 zat 39% van de meisjes met een niet-westerse achtergrond in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs op havo of vwo, tegenover 53% van de meisjes zonder migratieachtergrond en 56% van de meisjes met een westerse afkomst. Het verschil komt vooral door de lagere vwo-deelname van de meisjes met een niet-westerse achtergrond. Het aandeel havo/vwo-leerlingen is bij leerlingen van de vier grootste niet-westerse landen (overwegend tweede generatie ) het grootst onder meisjes met een Surinaamse achtergrond.

Onder meisjes met een vluchtelingenland als achtergrond is het aandeel leerlingen op havo/vwo in de Iraanse groep met 60% relatief groot. Onder Syrische (25%) en Somalische (22%) meisjes is de havo/vwo-deelname betrekkelijk klein (CBS 2020).

Meisjes op havo/vwo naar migratieachtergrond

aandeel meisjes in leerjaar 3 van havo/vwoa naar migratieachtergrond 2019/'20b (in procenten)

# Nederlands westers Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans overig niet-westers
havoᶜ 27.1 26.8 21.6 21 25 18.1 24.4
vwo 25.7 29.1 11.1 12.2 15.8 11.6 21

aAandeel meisjes op havo c.q. vwo van totaal aantal meisjes in leerjaar 3 van het voortgezet onderwijs (inclusief praktijkonderwijs).

bVoorlopige gegevens.

cHavo, inclusief algemeen leerjaar 3 (meestal havo/vwo).

Bron:CBS (Onderwijsstatistieken 2019/’20)

Eerste generatie vrouwen met een niet-westerse achtergrond relatief laagopgeleid

Het hoogst behaalde onderwijsniveau van vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond is lager dan dat van vrouwen met een Nederlandse achtergrond. Onder niet-westerse vrouwen is het aandeel laagopgeleiden het grootst onder de vrouwen met een Turkse achtergrond, gevolgd door de vrouwen met een Marokkaanse achtergrond (respectievelijk 42,7% en 38,5%). Maar het onderwijsniveau van de in Nederland geboren Turkse en Marokkaanse vrouwen verschilt beduidend minder van vrouwen zonder migratieachtergrond. Onder Surinaamse en Antilliaanse vrouwen is de tweede generatie vaker hoogopgeleid. Dat geldt ook voor vrouwen afkomstig uit de nieuwste EU-landen en uit overige westerse landen.

Onderwijsniveau naar migratieachtergrond

naar migratieachtergrond

naar migratieachtergrond

westersniet-westers
# Nederlands nieuwste lidstatenᵃ overig westers Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans overig niet-westers
laag 20 0 21.8 19 42.7 38.5 25.2 23.2 29.2
middelbaar 41.3 0 33.5 34.6 35.6 37.3 41.1 43.3 32.8
hoog 38.7 0 44.7 46.4 21.7 24.1 33.7 33.5 38

naar generatie

TurksMarokkaansSurinaamsAntilliaans
# 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie
laag 58.9 18.8 49.1 20.4 32.5 13.4 27.7 14.3
middelbaar 28.4 46.2 32.3 45.9 42 39.6 43.2 43.6
hoog 12.7 34.9 18.7 33.6 25.5 47 29.1 42.1

aCyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Bulgarije, Roemenië en Kroatië.

Bron:CBS (EBB'19)

Ruim een vijfde van de niet-onderwijsvolgende vrouwen heeft een migratieachtergrond

In 2019 had 22% van alle vrouwen van 15 tot 65 jaar die geen onderwijs volgen een migratieachtergrond. Er waren vrijwel evenveel vrouwen met een niet-westerse als met een westerse achtergrond, beide ongeveer 11%. De vier grootste niet-westerse herkomstgroepen (met Turkije, Marokko, Suriname of de Antillen als achtergrond) omvatten 8% van alle vrouwen. Daarbij zijn de Antilliaanse vrouwen met krap 1% de kleinste groep.

Cijfers over de achtergrond van de gehele vrouwelijke bevolking van Nederland zijn te vinden op StatLine.

Arbeidsparticipatie vooral hoog onder vrouwen van Surinaamse of Antilliaanse afkomst

In 2019 had 79,2% van de vrouwen met een Nederlandse achtergrond een betaalde baan. Naar migratieachtergrond loopt de arbeidsparticipatie flink uiteen. Onder de vier grootste niet-westerse groepen hebben vrouwen met een Turkse achtergrond en in sterkere mate vrouwen met een Marokkaanse achtergrond duidelijk minder vaak betaald werk dan vrouwen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond. Voor vrouwen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond geldt dat de nettoarbeidsparticipatie binnen de tweede generatie veel hoger is dan binnen de eerste generatie. In Nederland geboren Surinaamse en Antilliaanse vrouwen zijn ook vaker aan het werk dan vrouwen met een westerse achtergrond.

Arbeidsparticipatie en arbeidsduur naar migratieachtergrond

arbeidsparticipatie naar migratieachtergrond

westersniet-westers
# Nederlands nieuwste lidstatenᵃ overig westers Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans overig niet-westers
nettoarbeidsparticipatie 79.2 0 71 74.8 54.6 45.8 71.1 67.7 58.5

arbeidsduur naar migratieachtergrond

westersniet-westers
# Nederlands nieuwste lidstatenᵃ overig westers Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans overig niet-westers
aantal uur 28.1 0 31 29.7 27.6 27.3 31.4 30.5 29.3

voltijds werken naar migratieachtergrond

westersniet-westers
# Nederlands nieuwste lidstatenᵃ overig westers Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans overig niet-westers
% voltijders 27.6 0 44.9 36.8 31.4 29.8 41.1 39.3 36.5

arbeidsparticipatie naar generatie

TurksMarokkaansSurinaamsAntilliaans
# 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie
nettoarbeidsparticipatie 44 70.5 37.4 61.3 66.5 78.9 63.3 77.1

arbeidsduur naar generatie

TurksMarokkaansSurinaamsAntilliaans
# 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie
aantal uur 26.3 28.8 25.4 29.3 30.9 32.2 29.8 31.7

voltijds werken naar generatie

TurksMarokkaansSurinaamsAntilliaans
# 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie
% voltijders 28 34.5 21.5 38.9 37.5 46.3 39.6 38.9

aCyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Bulgarije, Roemenië en Kroatië.

Bron:CBS (EBB’19)

Vrouwen met Surinaamse achtergrond langste arbeidsduur

Gemiddeld werken vrouwen met een migratieachtergrond iets meer uren en ook werken ze vaker voltijds dan vrouwen met een Nederlandse achtergrond. Tussen de migrantengroepen zijn er verschillen: vrouwen met een Surinaamse achtergrond werken de meeste uren op weekbasis, gevolgd door vrouwen afkomstig uit een van de nieuwste EU-landen en Antilliaanse vrouwen. Van de vrouwen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond werkt de tweede generatie meer uren dan de eerste generatie. Op Antilliaanse vrouwen na, werkt de tweede generatie ook vaker voltijds. Onder vrouwen afkomstig uit de nieuwste EU-landen en uit Suriname komt voltijds werken het meest voor.

Vrouwen zonder migratieachtergrond minst vaak werkloos

Gemiddeld is 2,9% van de vrouwen in de beroepsbevolking werkloos (zie Kaart 5). Onder vrouwen met een Nederlandse achtergrond is dit met 2,1% minder. De werkloosheid is het hoogst onder vrouwen die afkomstig zijn uit een van de nieuwste EU-landen (7,6%), op de voet gevolgd door vrouwen met een Turkse achtergrond (7,5%). Onder vrouwen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond is de werkloosheid groter binnen de tweede generatie dan binnen de eerste generatie. Onder vrouwen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond is dit juist andersom.

Vrouwen met een niet-westerse achtergrond zijn het vaakst ontmoedigd. Dat betekent dat zij wel beschikbaar zijn voor werk, maar recentelijk niet naar werk hebben gezocht, omdat zij daar weinig resultaat van verwachten (zie Kaart 5). Vrouwen uit de nieuwste EU-landen en ook Marokkaanse en Surinaamse vrouwen zijn relatief vaak ontmoedigd. Antilliaanse vrouwen zijn dat het minst vaak.

Werkloos en ontmoedigd naar migratieachtergrond

naar migratieachtergrond

naar migratieachtergrond

westersniet-westers
# Nederlands nieuwste lidstatenᵃ overig westers Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans overig niet-westers
werkloosᵇ 2.1 0 7.6 3.3 7.5 5.9 5.8 6.9 7.8
ontmoedigdᵇ 2 0 4.2 2.4 2.1 3.5 3.6 1.4 3.1

naar generatie

TurksMarokkaansSurinaamsAntilliaans
# 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie
werkloosᵇ 7.4 7.6 5.3 6.6 6.4 5 7.7 5.6
ontmoedigdᵇ 2.2 1.6 3.8 2.6 3.5 3.9 1.4 1.5

aCyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Bulgarije, Roemenië en Kroatië.

bWerklozen als percentage van de beroepsbevolking; ontmoedigden als percentage van de niet-beroepsbevolking (zie Kaart 5). Ontmoedigden zijn personen die niet tot de beroepsbevolking horen, wel willen werken en hiervoor direct beschikbaar zijn. Zij zijn recent niet actief op zoek geweest naar werk, omdat zij daar weinig resultaat van verwachten.

Bron:CBS (EBB’19)

Vrouwen uit nieuwste lidstaten vaakst werkzaam zonder economische zelfstandig te zijn

Bijna 64% van de vrouwen was in 2019 economische zelfstandig. Onder vrouwen met een Nederlandse achtergrond was het aandeel economisch zelfstandigen bijna 68%. Bij vrouwen met een westerse migratieachtergrond was het aandeel kleiner, vooral doordat zij vaker geen inkomen hadden. Vrouwen uit de nieuwste EU-lidstaten, met name de relatief kleine groep Bulgaarse vrouwen, werkten in verhouding vaak zonder dat ze daarmee economisch zelfstandig waren.

Vrouwen van Surinaamse of Antilliaanse afkomst zijn door hun gemiddeld hoge arbeidsparticipatie en lange werkweek relatief vaak economisch zelfstandig. Dit in tegenstelling tot vrouwen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond: zij hebben in verhouding vaak een uitkering of geen inkomen. Maar het verschil tussen de eerste en tweede generatie is groot: zo is van de Turkse en Marokkaanse vrouwen de tweede generatie ruim twee keer zo vaak economisch zelfstandig als de eerste.

Van de vrouwen uit de vluchtelinglanden Syrië, Somalië en Eritrea heeft de meerderheid een uitkering, meestal een bijstandsuitkering (zie ook Dagevos et al. 2020). Deze vrouwen zijn minder vaak economisch zelfstandig dan vrouwen met een Iraakse, Iraanse of Afghaanse achtergrond. Desalniettemin is ook een minderheid van de vrouwen uit Irak, Iran of Afghanistan economisch zelfstandig en komt ook onder hen een uitkering relatief vaak voor.

Economische zelfstandigheid naar migratieachtergrond

migratieachtergrond (Nederland en westers)

# Nederlands Brits Belgisch Duits nieuwste lidstatenᵃ Pools Roemeens Bulgaars overig westers
economisch zelfstandig 67.5 65.4 62.4 60.2 60.3 62.8 60.8 43.9 61.9
niet economisch zelfstandig - werk 12.2 12.8 11.8 12.9 18 15.8 20.1 27.8 12.9
niet economisch zelfstandig - uitkering 13.4 11.7 15.3 17.4 12.8 14 8.1 13.5 15.2
niet economisch zelfstandig - geen inkomen 6.9 10.1 10.5 9.5 8.9 7.4 11 14.8 10.1

migratieachtergrond (niet-westers)

# Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans Syrisch Eritrees Somalisch Iraaks Afghaans Iraans overig niet-westers
economisch zelfstandig 39.4 37.9 62.8 60.2 7.3 7.8 18.2 28.6 32.7 45.1 47.1
niet economisch zelfstandig - werk 13.8 11.1 9.3 11.1 5.3 6.5 8 10.4 11.9 11.6 17.2
niet economisch zelfstandig - uitkering 31.5 33.2 24.1 25.4 80 82.2 67.9 49.2 40 32.6 20.1
niet economisch zelfstandig - geen inkomen 15.3 17.8 3.8 3.3 7.3 3.5 5.9 11.9 15.4 10.7 15.6

niet-westers naar generatie

TurksMarokkaansSurinaamsAntilliaans
# 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie 1ᵉ generatie 2ᵉ generatie
economisch zelfstandig 27.3 59.2 25.3 58.9 59.5 68 55.8 69.2
niet economisch zelfstandig - werk 13.2 14.8 10.4 12.3 8.1 11.1 10.6 12.1
niet economisch zelfstandig - uitkering 38.8 19.4 39.4 22.8 27.9 18.1 30.1 15.9
niet economisch zelfstandig - geen inkomen 20.7 6.5 24.9 6.1 4.5 2.8 3.6 2.8

aCyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Bulgarije, Roemenië en Kroatië.

bZie Kaart 8 voor een omschrijving van de sociaal-economische positie.

cVoorlopige cijfers.

Bron:CBS (Inkomensstatistiek ’19)

Literatuur

CBS (2020). Jaarrapport Integratie 2020. Den Haag/Heerlen/Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS StatLine (2020). Vo; leerlingen, onderwijssoort, schoolregio en woonregio in detail. Geraadpleegd op 11 mei 2020 via http://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80043ned/table?dl=38ADE.

CBS m/v-stat (2020a). Deelnemers Middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Geraadpleegd op 15 september 2020 via https://mvstat.cbs.nl/#/MVstat/nl/dataset/26023NED/table?dl=467F2.

CBS m/v-stat (2020b). Hoger onderwijs (ho) eerste- en ouderejaars. Geraadpleegd op 15 september 2020 via https://mvstat.cbs.nl/#/MVstat/nl/dataset/26025NED/table?dl=467F3.

Dagevos, J., E. Miltenburg, M. de Mooij, D. Schans, E. Uiters en A. Wijga (2020). Syrische statushouders op weg in Nederland: de ontwikkeling van hun positie en leefsituatie. Card stack. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau/Centraal Bureau voor de Statistiek/Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum/Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne. Geraadpleegd op 15 september 2020 via https://digitaal.scp.nl/syrische-statushouders-op-weg-in-nederland/.

Deze kaart citeren

Brakel, M. van den et al. (2020). Emancipatiemonitor 2020: Opleiding en werk: hoeveel verschillen vrouwen met en zonder migratieachtergrond?. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2020/opleiding-en-werk-hoeveel-verschillen-vrouwen-met-en-zonder-migratieachtergrond.

Informatie noten

De migratieachtergrond geeft weer met welk land een persoon verbonden is op basis van het geboorteland van de ouders of van zichzelf. Iemand heeft een Nederlandse achtergrond als beide ouders in Nederland zijn geboren. Bij een westerse migratie­achtergrond zijn het de landen in Europa (excl. Turkije), Noord-Amerika en Oceanië, Indonesië en Japan. Op grond van hun sociaal-economische en sociaal-culturele positie worden personen met een migratie­achtergrond uit Indonesië en Japan tot de westerse migratie­achtergrond gerekend. Het gaat vooral om mensen die in het voormalig Nederlands-Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin. De nieuwe EU-landen zijn Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Bulgarije, Roemenië en Kroatië. Iemand heeft een niet-westerse migratieachtergrond als de achtergrond een van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije is. Een persoon met een eerstegeneratie­migratie­achtergrond heeft als migratie­achtergrond het land waar hij of zij is geboren. Een persoon met een tweedegeneratie­migratie­achtergrond heeft als migratie­achtergrond het geboorteland van de moeder, tenzij dat ook Nederland is. In dat geval is de migratie­achtergrond bepaald door het geboorteland van de vader.

Cijfers naar generatie en cijfers over eerdere schooljaren zijn te vinden op CBS StatLine (2020). Voor cijfers over het mbo, hbo en wo: zie CBS m/v-stat (2020a, 2020b).

Antilliaans is in de Emancipatiemonitor een verkorte aanduiding voor Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten of Aruba als migratieachtergrond.