CBSSCP

Emancipatiemonitor 2020

4 / 18

Meer vrouwen in de techniek en meer mannen in de zorg?

Weinig vrouwen zijn werkzaam in technische beroepen, terwijl mannen ondervertegenwoordigd zijn in de zorg. Dat komt vooral door de studiekeuze: meisjes kiezen minder vaak voor een technische opleiding, terwijl relatief weinig jongens een zorgopleiding doen. Daar komt bij dat vrouwen die een technische opleiding hebben gevolgd daarna veel minder vaak in een technisch beroep aan de slag gaan dan mannen. Andersom is bij mannen met een opleiding in de richting zorg en welzijn het aandeel dat in een zorgberoep werkt wat kleiner dan bij vrouwen. Sinds 2009 is de studiekeuze in de meeste onderwijssoorten wel minder seksespecifiek geworden. Dat geldt ook voor de verdeling van mannen en vrouwen over beroepsklassen.

Studiekeuze minder seksespecifiek, behalve in hbo en wo

Van oudsher kiezen meisjes en jongens in het onderwijs vaak voor verschillende richtingen. Terwijl bij meisjes opleidingen in de zorg, het onderwijs en sociaal-culturele beroepen favoriet zijn, hebben jongens vaker een voorkeur voor natuur en techniek. Verschillen in richtingkeuze kunnen worden weergegeven met een zogenoemde segregatie-index. In 2019/’20 bedroeg de segregatie-index voor onderwijsrichting in het vmbo 18% en in het mbo 21%. Dat wil zeggen dat ongeveer een op de vijf leerlingen van sector zou moeten veranderen om een gelijke verdeling tussen vrouwen en mannen te krijgen. Op het vwo zijn de verschillen met 10% het kleinst.

Het verschil in richtingkeuze is tussen 2009/’10 en 2019/’20 op het vmbo, de havo, het vwo en het mbo kleiner geworden en op het hbo en wo toegenomen. Na 2015/’16 verminderde de segregatie in het vmbo, vwo en wo, terwijl deze in het mbo en hbo groeide.

Segregatie-index

Een segregatie-index geeft de mate aan waarin verdelingen verschillen. Hier staat het verschil in de verdeling over onderwijsrichtingen en beroepsklassen van vrouwen en mannen centraal. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de marginal matching measure. Deze index geeft aan welk aandeel van alle personen van richting of klasse zou moeten veranderen om een gelijke verdeling van mannen en vrouwen te krijgen. Daarbij geldt als voorwaarde dat de omvang van de richtingen en klassen ongewijzigd blijft. Als de waarde 0 is, dan is er sprake van een volstrekt identieke verdeling van vrouwen en mannen over de richtingen (of klassen).

Slechts een deel van de scholieren en studenten volgt een zorg- of bèta-opleiding. De segregatie-index studierichting wordt dus mede bepaald door de man/vrouw-verdeling in de overige studierichtingen binnen de onderwijssoort.

Segregatie studierichting

Segregatie-index voor keuze van studierichting, 2009/’10-2019/’20 (in procenten)

# 2009/'10 2010/'11 2011/'12 2012/'13 2013/'14 2014/'15 2015/'16ᵃ 2016/'17 2017/'18 2018/'19 2019/'20ᵇ
vmbo 3/4 (sector) 23.7 22.6 22.1 21.3 20.8 19.7 18.9 18.4 17.9 17.9 17.5
havo 4/5 (profiel) 14.3 13.6 13.0 12.2 12.1 11.8 11.3 11.4 11.3 11.3 11.2
vwo 5/6 (profiel) 12.1 11.7 11.2 11.1 10.9 10.6 10.2 10.3 10.2 10.2 9.7
mbo (sector) 21.7 21.5 21.5 21.4 21.1 20.6 20.1 20.0 20.2 20.5 20.6
1e jaars hbo 16.7 16.6 16.1 16.1 15.9 16.3 17.4 17.2 17.4 17.7 17.8
1e jaars wo 8.5 8.5 8.8 8.9 9.3 9.7 12.7 12.4 12.4 12.4 12.0

aDe cijfers voor hbo en wo vanaf 2015/’16 zijn niet vergelijkbaar met de eerdere cijfers, omdat toen een nieuwe indeling in de internationale onderwijsclassificatie (ISCED) werd ingevoerd.

bVoorlopige cijfers.

Bron:CBS (Onderwijsstatistieken 2009/’10-2019/’20

Meer vrouwen kiezen voor bèta

Binnen alle onderwijssoorten zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in de bètarichtingen (techniek, ICT en wis-/natuurkunde). In 2019/’20 varieerde hun aandeel van 10% binnen de sector techniek in het vmbo tot 44% van de vwo-leerlingen met een NT-profiel (natuur en techniek). Wel is het aandeel vrouwen dat voor bèta kiest bij alle onderwijssoorten een stuk hoger dan tien jaar geleden. Vooral op de havo en het vmbo was de toename relatief sterk.

Het aandeel meisjes in de sector techniek is in het mbo na 2015/’16 iets teruggelopen, terwijl dit aandeel onder de studenten wis-/natuurkunde, ICT en techniek in het hbo nog maar nauwelijks toenam. In het wo daarentegen steeg het percentage vrouwen in deze studies voornamelijk na 2015/’16.

Aandeel vrouwen in bètarichtingen

aandeel vrouwen in bètarichtingen, 2009/’10-2019/’20 (in procenten)

# 2009/'10 2010/'11 2011/'12 2012/'13 2013/'14 2014/'15 2015/'16ᵃ 2016/'17 2017/'18 2018/'19 2019/'20ᵇ
havo 4/5 NT-profiel (incl. combinaties) 21.6 22.0 23.7 25.3 26 27.2 28.7 29.1 30.2 31 31.4
vwo 5/6 NT-profiel (incl. combinaties) 37.9 38.0 38.2 37.8 37.6 39.2 40.1 40.7 42.3 43.2 44.1
vmbo 3/4 techniek (sector) 7.1 7.4 6.9 7.0 7.9 7.9 8.3 9.1 9.6 9.7 10.1
mbo-techniek (sector) 16.0 16.9 15.7 16.8 17.9 19.7 20.7 19.8 19.4 19.0 19.5
1e jaars hbo wis-/natuurkunde, ict en techniek 15.7 17.0 15.7 18.4 19.6 20.3 18.7 19.5 18.7 19.4 19.9
1e jaars wo wis-/natuurkunde, ict en techniek 27.6 29.0 28.2 28.2 28.8 28.6 33.7 36.0 36.2 37.1 37.7

aDe cijfers voor hbo en wo vanaf 2015/’16 zijn niet vergelijkbaar met de eerdere cijfers, omdat toen een nieuwe indeling in de ISCED (de internationale onderwijsclassificatie) werd ingevoerd.

bVoorlopige cijfers.

Alleen in (v)mbo toename aandeel mannen in zorgopleidingen

Mannen zijn flink ondervertegenwoordigd in de zorgopleidingen (zie ook CBS 2018a): het laagst is hun aandeel in het vmbo (17%) en het hoogst in het wo (29%). In het mbo is het aandeel jongens in de sector zorg en welzijn sinds 2009/’10 gestaag toegenomen en ook in het vmbo is dit aandeel sinds 2014/’15 weer gegroeid. Anders is dat in het hbo en wo: daar kozen mannen van 2012/’13 tot en met 2014/’15 steeds minder vaak voor een opleiding in de gezondheidszorg. Na 2015/’16 nam het aandeel mannen in de zorgopleidingen in het wo verder af, om in 2019/’20 weer toe te nemen. In het hbo bleef dit aandeel stabiel.

Aandeel mannen in zorgrichtingen

aandeel mannen in zorgrichtingen

# 2009/'10 2010/'11 2011/'12 2012/'13 2013/'14 2014/'15 2015/'16ᵃ 2016/'17 2017/'18 2018/'19 2019/'20ᵇ
vmbo 3/4 zorg en welzijn (sector) 11.7 11.9 11.3 11.7 11.5 11.9 12.2 13.3 15.1 16.0 17.3
mbo zorg en welzijn (sector) 18.0 18.8 19.0 19.3 19.7 20.0 20.3 20.8 21.2 21.3 21.7
1e jaars hbo gezondheidszorg en welzijn (ISCED) 21.0 21.5 22.3 22.0 21.4 21.1 20.3 20.5 19.9 20.4 20.2
1e jaars wo gezondheidszorg en welzijn (ISCED) 35.8 35.0 35.6 35.0 34.7 33.8 30.1 28.9 28.6 27.3 29.3

aDe cijfers voor hbo en wo vanaf 2015/’16 zijn niet vergelijkbaar met de eerdere cijfers, omdat toen een nieuwe indeling in de ISCED (de internationale onderwijsclassificatie) werd ingevoerd.

bVoorlopige cijfers.

Bron:CBS (Onderwijsstatistieken 2009/’10-2019/’20)

Weinig technisch opgeleide vrouwen werken in techniek

Vrouwen met een opleiding in de richting techniek, industrie en bouwkunde komen relatief weinig –‍ en ook minder vaak dan mannen – terecht in een technisch beroep. Ruim een vijfde van de werkende vrouwen met zo’n technische opleiding had in 2019 een beroep in deze richting, terwijl dat bij mannen iets meer dan de helft was (zie bijlage B4.1). Onder hoogopgeleiden is dit verschil kleiner dan gemiddeld.
Ook vrouwen met een opleiding informatica zijn minder vaak dan mannen met een dergelijke opleiding in een ICT-beroep werkzaam. Hetzelfde geldt voor vrouwen met een opleiding in landbouw, diergeneeskunde en -verzorging die werkzaam zijn in de landbouw. Daarentegen werken zowel vrouwen als mannen na een opleiding in zorg en welzijn relatief vaak in die beroepsklasse. Wel doen vrouwen dat iets vaker dan mannen (zie ook CBS 2018b).

Zorg en welzijn beroepen gedomineerd door vrouwen

Tussen beroepsklassen zijn er aanzienlijke verschillen in het aandeel vrouwen. Naar verhouding zijn de meeste vrouwen te vinden in de klasse zorg en welzijn (81%), gevolgd door de pedagogische (73%) en dienstverlenende beroepen (66%). Het laagst zijn de percentages vrouwen in de technische en logistieke beroepen en de ICT (16% of minder). Van de managers is 26% een vrouw.

Het totale aandeel vrouwen in de werkzame beroepsbevolking was in 2019 met 46% iets hoger dan tien jaar eerder. Hun aandeel nam vooral toe in de beroepsklasse openbaar bestuur, veiligheid en juridische beroepen. Ook werkten er meer vrouwen in de ICT en in technische beroepen. De sterkste afname van het aandeel vrouwen deed zich voor in agrarische en dienstverlenende beroepen. Bij de zorg en welzijn-beroepen bleef hun aandeel vrijwel gelijk.

Beroepen vrouwen

beroepen vrouwen

# zorg en welzijn pedagogisch dienstverlenend bedrijfseconomisch en administratief commercieel creatief en taalkundig openbaar bestuur, veiligheid en juridisch overig managers agrarisch ict transport en logistiek technisch
2019 80.9 72.5 65.7 54.9 52.2 47.3 38.8 34.5 25.8 22.3 16.0 13.5 13.3
2009 81.3 70.4 69.9 58.6 55.2 45.1 30.7 39.7 26.9 26.6 11.7 11.8 10.3

aDe Beroepenindeling ROA CBS 2014 wordt vanaf 2013 niet meer ingedeeld volgens de Standaard Beroepenclassificatie 1992 (SBC 1992), maar alleen nog volgens de ISCO 2008.

Bron:CBS (EBB’09, ’19)

Segregatie in beroepsklassen afgenomen

Ook de ongelijke verdeling van vrouwen en mannen over beroepsklassen kan worden uitgedrukt in een segregatie-index. In 2019 had deze een waarde van 21%, iets minder dan in voorgaande jaren. Zo bedroeg deze in 2013 nog bijna 23%. De verdeling van werkende vrouwen over beroepsklassen is dus meer op die van mannen gaan lijken.

Literatuur

CBS (2018a). Een op vijf leerlingen gezondheid of welzijn is man. CBS nieuwsbericht, 12 maart 2018. Geraadpleegd op 11 november 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/11/een-op-vijf-leerlingen-gezondheid-of-welzijn-is-man.

CBS (2018b). Meer verpleegkundigen afgestudeerd. CBS nieuwsbericht, 12 mei 2018. Geraadpleegd op 11 november 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/19/meer-verpleegkundigen-afgestudeerd.

Deze kaart citeren

Brakel, M. van den et al. (2020). Emancipatiemonitor 2020: Meer vrouwen in de techniek en meer mannen in de zorg?. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2020/meer-vrouwen-in-de-techniek-en-meer-mannen-in-de-zorg.

Informatie noten

De cijfers voor hbo en wo vanaf 2015/’16 zijn niet vergelijkbaar met de eerdere cijfers, omdat toen een nieuwe indeling in de ISCED (de internationale onderwijsclassificatie) werd ingevoerd.

Deze beroepsklasse omvat de ingenieurs en onderzoekers wiskunde, natuur- en technische wetenschappen, technici en toezichthouders bouw en industrie, procesoperators, bouw- en metaalarbeiders en voedselverwerkende beroepen