CBSSCP

Emancipatiemonitor 2020

11 / 18

Komen er meer vrouwen in topfuncties?

Geactualiseerde gegevens

In de top van de grote bedrijven, de sociaal-economische non-profitorganisaties en de rijksoverheid is het aandeel vrouwen in de afgelopen jaren toegenomen. Vooral in de top van de non-profitsector en bij de rijksoverheid zijn al jaren relatief veel vrouwen werkzaam. De participatie van vrouwen in politieke topfuncties is het hoogst in het Europees parlement en op landelijk niveau. De helft van de Nederlandse bevolking vindt dat er meer vrouwen in de top moeten komen en een derde steunt de quotumregeling voor beursgenoteerde bedrijven. Meer vrouwen dan mannen staan achter zulke initiatieven. Van de grote bedrijven zelf staat de helft achter de quotumregeling.

Top en subtop: belangrijkste begrippen

De raad van bestuur (rvb) of de directie is het hoogste orgaan van een bedrijf of instelling: het orgaan dat de dagelijkse leiding in handen heeft. De raad van commissarissen (rvc) is het orgaan dat toezicht houdt op het functioneren van een bedrijf of instelling. Het lidmaatschap van de raad van bestuur verschilt van dat van de raad van commissarissen, omdat men in het eerste geval in dienst is van het bedrijf of de instelling, terwijl het in het tweede geval om een nevenfunctie gaat. In het bedrijfsleven heet het toezichthoudende orgaan vrijwel altijd rvc, in de non-profitsector worden uiteenlopende benamingen gehanteerd, zoals raad van toezicht, raad van advies of bestuur. De rvb en rvc vormen samen de top van een bedrijf of instelling. Wel heeft de rvb meer macht dan de rvc.

Onder subtop wordt verstaan: de hiërarchische lagen onder de raad van bestuur of de directie. Deze lagen kennen in de verschillende sectoren diverse benamingen, zodat gekozen is voor de algemene termen eerste, tweede en derde echelon onder de raad van bestuur of directie.

Beleid over streefcijfers en quotumregeling voor grote bedrijven

In het emancipatiebeleid wordt al langere tijd gestreefd naar meer vrouwen in de top van grote bedrijven. Daartoe bepaalde van 2013 tot 2020 de Wet bestuur en toezicht (Wbt) dat (bijna 5000) grote vennootschappen een aandeel van 30% vrouwen in de rvb en rvc moesten hebben. Bedrijven die dit streefcijfer niet haalden, moesten in hun jaarverslag uitleg daarover geven. Omdat deze wet tot te weinig groei van het aandeel topvrouwen heeft geleid, heeft het kabinet in navolging van het SER-advies Diversiteit in de top (SER 2019) een wetsvoorstel ingediend met verdergaande maatregelen (TK 2019/2020). Beursgenoteerde bedrijven moeten, waarschijnlijk vanaf 2021, voldoen aan het zogenoemde ingroeiquotum: minstens een derde (33%) van de zetels in de rvc dient uit vrouwen te bestaan. Slaagt een bedrijf er niet in voor een vacature in de rvc een vrouw te benoemen, dan wordt er niemand benoemd. De kabinetsmaatregelen houden voor andere grote vennootschappen (dan de beursgenoteerde bedrijven) in dat ze passende streefcijfers voor vrouwen in de (sub)top moeten formuleren en diversiteitsplannen moeten opstellen (TK 2019/2020).

Aandeel topvrouwen vooral in grote bedrijven laag

De vertegenwoordiging van vrouwen in de rvb van beursgenoteerde bedrijven en bedrijven die tot 2020 onder de Wet bestuur en toezicht (Wbt) vielen, is relatief laag (12 resp. 14%). Meer vrouwen hebben zitting in de rvc van deze bedrijven (30% resp. 22%). Het gemiddelde aandeel vrouwen in de rvc van beursgenoteerde bedrijven is daarmee niet ver verwijderd van het quotum van 33% dat waarschijnlijk in 2021 zal worden ingevoerd.

In de afgelopen jaren is het aandeel topvrouwen in beursgenoteerde en Wbt-bedrijven toegenomen (Lückerath-Rovers 2020; Pouwels en Van den Brink 2021). Dit geldt vooral voor de rvb van de beursgenoteerde bedrijven, daar steeg dit aandeel namelijk van 8% in 2019 naar 12% in 2020 (Lückerath-Rovers 2020).

Buiten het bedrijfsleven werken meer vrouwen in de top. Het hoogste aandeel vrouwen vinden we in de top van grote non-profitorganisaties (gezondheidszorg, welzijn, sociaal-economische organisaties), namelijk ruim 40%. Dit is van 2018 tot 2020 aanzienlijk toegenomen, vooral door de stijging bij de sociaal-economische organisaties (zie hiervoor de figuur Vrouwen in (sub)top, 2010-2020). Bij de rijksoverheid is het aandeel vrouwen onder de topambtenaren gegroeid van 36% in 2018 naar 37% in 2019. Al jaren neemt dit aandeel gestaag toe. Het streefcijfer van 30% topvrouwen dat de rijksoverheid zichzelf eerder had gesteld, is al in 2015 gerealiseerd (BZK 2020).

Aan de universiteiten is het aandeel vrouwelijke hoogleraren gestegen van 21% eind 2017 tot 23% eind 2018. Dit is een grotere stijging dan in de jaren daarvoor (stijging van circa 1 procentpunt per jaar). De sterkere groei is waarschijnlijk deels toe te schrijven aan de zogenoemde Westerdijk Talentimpuls, waarbij er met subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 100 ‘extra’ vrouwelijke hoogleraren werden benoemd tussen februari 2017 en februari 2018 (LNVH 2019). Daarnaast zetten universiteiten zich sinds 2015 in om meer vrouwelijke hoogleraren te benoemen. Zij hebben daartoe elk afzonderlijk met de Verenigde Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) streefcijfers (variërend van 15% tot 35%) voor 2020 afgesproken.

Politieke participatie van vrouwen het hoogst op Europees en landelijk niveau, wel toename op alle niveaus

De vertegenwoordiging van vrouwen in politieke functies (en de ontwikkeling in de tijd) verschilt per niveau. De meeste vrouwen vinden we in (de Nederlandse vertegenwoordiging in) het Europese parlement (42%), gevolgd door de landelijke politiek. In de Tweede Kamer is het aandeel vrouwen gestegen van 36% in 2017 naar 39% in 2020 en gelijk gebleven bij de verkiezingen van maart 2021. In de Eerste Kamer is het iets gedaald van 35% in 2017 naar 33% in 2020. In het kabinet bleef dit aandeel sinds 2012 stabiel op ongeveer 40% (Atria 2015; Çelik 2020).

Op provinciaal niveau is de vertegenwoordiging van vrouwen in de Provinciale Staten gelijk gebleven. Het aandeel vrouwen onder de commissarissen van de Koning steeg van 8% naar 17% door de benoeming van een tweede commissaris eind 2020 – lange tijd was er slechts één vrouwelijke commissaris. Ook het aandeel vrouwen onder de gedeputeerden nam toe van 24% in 2017 naar 28% in 2020.

In de lokale politiek is er in alle opzichten sprake van een toename van vrouwen. Zo is het aandeel vrouwelijke burgemeesters toegenomen van 21% in 2017 naar 29% in 2020.

Vrouwen in top grote organisaties en politieke functies

top naar sector

top naar sector

# beursgenoteerde bedrijven Wbt-bedrijven non-profit rijksoverheid universiteiten
rvb 12.4 13.8 42.7 0 0
rvc 29.5 21.9 41.5 0 0
ABD-topmanagers 0 0 0 37 0
hoogleraren 0 0 0 0 23.1

in politiek

# Europees Parlement Tweede Kamer Eerste Kamer kabinet Provinciale Staten Commissarissen van de Koning gedeputeerden gemeenteraad burgemeesters wethouders
42 39 33 39 35 17 28 32 29 27

a2019.

bEind 2018.

cAandeel vrouwen in de Tweede Kamer na de verkiezingen op 17 maart 2021.

Bron:Lückerath-Rovers (2020); Pouwels en Van den Brink (2021); SCP (VIB’20); BZK (2020); LNVH (2019); www.rijksoverheid.nl; www.parlement.com; Çelik (2020). Gegevens over Wbt-bedrijven (Pouwels en Van den Brink (2021)), non-profitsector (VIB’20) en commissarissen van de Koning zijn geactualiseerd.

Stijging van aandeel vrouwen in rvb grote bedrijven en sociaal-economische organisaties, in andere sectoren gelijk gebleven

Van 2018 tot 2020 is het aandeel vrouwen in de rvb van grote bedrijven en sociaal-economische organisaties (o.a. UWV, pensioenfondsen) aanzienlijk toegenomen, namelijk van 14% naar 22%, respectievelijk van 25% naar 36%. In de rvc van deze organisaties is het aandeel vrouwen niet (significant) gegroeid. Verder is er in de subtop van grote bedrijven sprake van een significante stijging, namelijk van 22% naar 28%. In de top en subtop van de sector zorg en welzijn en van maatschappelijke organisaties is er van 2018 tot 2020 geen (significante) stijging van het aandeel vrouwen te zien.

In de grootste non-profitorganisaties is het aandeel topvrouwen al lange tijd hoger dan in de grootste bedrijven. In de sector zorg en welzijn zijn vrouwen in de rvb en de rvc het best vertegenwoordigd, gevolgd door maatschappelijke organisaties en sociaal-economische organisaties. De vertegenwoordiging van vrouwen in het eerste echelon onder de rvb is in de verschillende hier onderzochte onderdelen van de non-profitsector aanzienlijk hoger dan in het bedrijfsleven.

Vrouwen in (sub)top

grote bedrijven

# 2010 2012 2014 2016 2018 2020
rvc 10.5 13.2 14.3 21.4 25.4 29
rvb 6.9 7.3 9.4 13.5 13.8 22.8
eerste echelon onder rvb 15.3 16.9 20.6 18.9 22.5 27.9
tweede echelon onder rvb* 17.1 27.3 24.7 25.4 29.2 22

grote sociaal-economische organisaties

# 2010 2012 2014 2016 2018 2020
rvc 16.4 16.3 22.7 25.5 29.3 36.8
rvb 26.1 27.3 24.6 25.3 25.2 35.8
eerste echelon onder rvb 34 33 36.4 39.0 38.4 42

grote zorg en welzijnsorganisaties

# 2010 2012 2014 2016 2018 2020
rvc 27 32 34.5 36.2 42.3 42.1
rvb 32 37 40.7 35.4 39.8 45.4
eerste echelon onder rvb 51.6 52.3 52.5 56.7 55.1 56.1
tweede echelon onder rvb 58 61 60 64.9 65.4 62.8

grote maatschappelijke organisaties

# 2010 2012 2014 2016 2018 2020
rvc 27 29.9 28.1 30.9 34.7 36.6
rvb 38 32.3 31.3 29.6 36.9 34.3
eerste echelon onder rvb 40.4 45.7 48.5 45.6 48.9 55

*Aantal bedrijven in 2e echelon in 2018 klein (n < 40).

Bron:SCP (VIB’10-’20). Gegevens voor 2020 zijn geactualiseerd.

Steun voor meer vrouwen in top, minderheid voor quotumregeling en vrouwelijke premier

De meerderheid van de vrouwen en een kleinere groep mannen (grote minderheid tot de helft) vindt dat het aandeel van vrouwen in topfuncties moet toenemen en heeft veel begrip voor de inspanningen van vrouwenorganisaties om dit te bereiken. Ongeveer de helft van de bevolking schat in dat als vrouwen voltijds werken, zij evenveel kans hebben om de top te bereiken. Aan de geschiktheid van vrouwen voor topfuncties wordt niet getwijfeld: het overgrote deel van de bevolking (rond 90%) vindt vrouwen en mannen even geschikt (niet in tabel). Maar een minderheid schat in dat mannen wat ambitieuzer zijn dan vrouwen.

Verder is bijna 40% van de vrouwen en een derde van de mannen voorstander van een vrouwelijke premier. Deze stelling is voorgelegd als een theoretische mogelijkheid, zonder dat namen van politici werden genoemd.

Over concrete maatregelen om meer vrouwen in de top te krijgen, denken burgers wisselend. Een grote minderheid van de vrouwen (40%) en een kwart van de mannen is het eens met de toekomstige quotumregeling. Voorrang voor vrouwen bij managementtrainingen – veel minder vergaand dan de quotumregeling – krijgt echter slechts steun van een minderheid van de bevolking.

Opinies over vrouwen in topfuncties

vrouwen

mannen

Het aandeel vrouwen in topfuncties zou in de komende vijf jaar flink moeten toenemen

61

41

Vrouwen die voltijds werken hebben evenveel kans als een voltijdwerkende man om een topfunctie te bereiken

50

55

Het is goed dat vrouwenorganisaties zich inspannen om het aandeel vrouwen in topfuncties te vergroten

63

51

Het zou goed zijn wanneer de volgende minister-president een vrouw is

39

31

Bedrijven moeten vrouwen voorrang geven bij het deelnemen aan managementtrainingen

22

14

Ik vind het goed dat grote bedrijven in de toekomst alleen vrouwen in de top mogen aanstellen om aan het quotum van 30% te voldoen

40

27

Mannen zijn gemiddeld genomen wat ambitieuzer dan vrouwen

29

29

aVetgedrukte verschillen tussen vrouwen en mannen zijn significant.

Bron:SCP (EMOP’20)

Meer steun voor de quotumregeling (dan bij de bevolking) is er bij grote bedrijven zelf, zo laat de enquête Vrouwen in besluitvorming (VIB) zien (niet in tabel). De helft van de grote bedrijven vindt de toekomstige quotumregeling een goede zaak, bijna de helft ziet zowel voor- als nadelen en een kleine minderheid vindt het een slechte zaak. Mochten deze bedrijven onder de quotumregeling gaan vallen (wat alleen geldt voor de beursgenoteerde bedrijven), dan denkt 30% dat het zal lukken het quotum in de komende jaren te gaan halen en 35% geeft aan dat al gehaald te hebben. De overige bedrijven (35%) schatten in dat dat lastig zal worden.

Literatuur

Atria (2015). Factsheet Vrouwen in de politiek 2015. Amsterdam: Atria.

BZK (2020). Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2019. Den Haag: ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Çelik, Saniye (2020). Meer vrouwen in het openbaar bestuur: lessen uit de publieke sector. In: Beleid en Maatschappij, jg. 47, nr. 1, p. 63-74.

Jong, Jessica de (2011). Vrouwen zijn gelijk aan mannen (behalve in de directiekamer). Amsterdam: uitgeverij Conserve.

LNVH (2019). Monitor vrouwelijke hoogleraren 2019. Utrecht: Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren. Geraadpleegd 27 juli 2020 via https://www.lnvh.nl/site/Publications/Monitor/Monitor-Vrouwelijke-Hoogleraren-2019.

Lückerath-Rovers, Mijntje (2020). The Dutch Female Board Index 2020. Tilburg: Universiteit van Tilburg/NIAS.

Merens, Ans en Henk-Jan Dirven (2018). Komen er meer vrouwen in de top? In: Wil Portegijs en Marion van den Brakel (red.), Emancipatiemonitor 2018 - Cardstack. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau en Centraal Bureau voor de Statistiek.

Pouwels, Babette en Marieke van den Brink (2021). Bedrijvenmonitor 2020. Zeist: Bureau Pouwels/Commissie Monitoring.

SER (2019). Diversiteit in de top, tijd voor versnelling (advies 19/12). Den Haag: Sociaal-Economische Raad.

TK (2019/2020). Kabinetsreactie op het SER-advies Diversiteit in de top, tijd voor versnelling. Tweede Kamer, vergaderjaar 2019/2020, 30420, nr. 340.

Deze kaart citeren

Brakel, M. van den et al. (2020). Emancipatiemonitor 2020: Komen er meer vrouwen in topfuncties?. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2020/komen-er-meer-vrouwen-in-topfuncties.

Informatie noten

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat minder vrouwen dan mannen managementervaring hebben opgedaan in de echelons onder de rvb. Die ervaring is noodzakelijk voor een benoeming in de rvb, maar niet voor een benoeming in de rvc (De Jong 2011).

Vertegenwoordiging van vrouwen in het eerste echelon is van belang omdat dit het reservoir vormt voor toekomstige topvrouwen in de rvb.

Onderzoek laat zien dat het aandeel managers onder voltijdswerkende vrouwen echter kleiner is dan onder voltijdswerkende mannen (Merens en Dirven 2018). De inschatting van de bevolking is dus wat optimistischer dan de feiten laten zien. (Zie verder voor het aandeel vrouwelijke managers Kaart 4).

Vrouwen geven minder vaak dan mannen aan naar een topfunctie of hogere functie te willen doorstromen (zie Kaart 5).

Ten tijde van het opstellen van de VIB-enquête werd uitgegaan van een quotum van 30% (in navolging van het SER-advies). Naderhand heeft het kabinet het quotum verhoogd naar een aandeel van 33% vrouwen in de rvc.