CBSSCP

Emancipatiemonitor 2020

5 / 18

Gaan vrouwen steeds meer werken?

Sinds de economische crisis neemt het aandeel vrouwen met werk weer toe en het verschil met mannen neemt af. Ook de gemiddelde arbeidsduur van vrouwen is iets gestegen. Vrouwen in de leeftijd waarop velen van hen kinderen krijgen, werken gemiddeld meer uren dan voorheen. Wel is het verschil in arbeidsduur tussen vrouwen en mannen nog steeds aanzienlijk. Jonge mannen werken al meer uren dan jonge vrouwen en gaan niet korter werken als er kinderen komen. Vrouwen vinden betaald werk net zo vaak belangrijk als mannen, maar zijn minder bereid of in staat om dat voltijds te doen.

Beroepsbevolking en niet-beroepsbevolking

Dashboard beroepsbevolkinga, niet-onderwijsvolgende personen van 15-64 jaar, 2019 (in absolute aantallen x 1000)

aCijfers over de beroepsbevolking worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15-74 jaar. Daardoor verschillen de cijfers in deze bijdrage met die in het reguliere dashboard beroepsbevolking van het CBS.

b De werkzame beroepsbevolking bestaat uit personen die in Nederland wonen en betaald werk hebben.

c Iemand werkt voltijds met een normale of gemiddelde werkweek van minimaal 35 uur per week en deeltijds bij een werkweek van minder dan 35 uur.

d De werkloze beroepsbevolking bestaat uit personen die in Nederland wonen en geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn.

Bron:CBS (EBB’19)

Arbeidsparticipatie vrouwen tot 2020 harder gestegen dan die van mannen

In 2019 had 75,8% van de niet-onderwijsvolgende vrouwen van 15 tot 65 jaar betaald werk, van de mannen was dit 86,3%. Bij zowel vrouwen als mannen is de nettoarbeidsparticipatie tussen 2014 en 2019 flink toegenomen. Bij vrouwen was de stijging iets sterker dan bij mannen, waardoor het verschil in arbeidsdeelname verder slonk. In het tweede en derde kwartaal van 2020, tijdens de coronacrisis, bleef de arbeidsparticipatie van niet-onderwijsvolgende mannen en vrouwen van 15 tot 65 jaar vrijwel gelijk aan die in dezelfde kwartalen van 2019 (zie bijlage B5.1). Onder onderwijsvolgende jongeren – die in de Emancipatiemonitor buiten beschouwing blijven – liep de arbeidsdeelname in die periode wel sterk terug (zie Statline; CBS 2020).

Vrouwen nagenoeg net zo vaak werkloos als mannen

Het aandeel werklozen onder de niet-onderwijsvolgende beroepsbevolking van 15 tot 65 jaar is bij de vrouwen vrijwel net zo groot als bij de mannen. In 2019 was 2,9% van de vrouwen werkloos, tegenover 2,8% van de mannen. Het verschil tussen vrouwen en mannen krimpt al sinds 2017. In de eerste drie kwartalen van 2020 liep de werkloosheid bij vrouwen vergeleken met 2019 iets sterker op dan bij mannen (zie bijlage B5.1), waardoor het verschil tussen mannen en vrouwen wat groter werd.

Reguliere CBS-cijfers arbeidsparticipatie en werkloosheid

De nettoarbeidsparticipatie van niet-onderwijsvolgende vrouwen van 15 tot 65 jaar (75,8% in 2019) is een stuk hoger dan het reguliere cijfer (64,4%) waarmee het CBS normaliter naar buiten treedt. Dit komt door het verschil in populatie. Bij de cijfers over de beroepsbevolking in deze Emancipatiemonitor blijven 65- tot 75-jarigen en onderwijsvolgenden buiten beschouwing. Van deze groepen is bekend dat hun arbeidsdeelname lager is. Ook is het reguliere werkloosheidspercentage iets hoger doordat de werkloosheid bij deze groepen relatief hoog is.

Arbeidsparticipatie en werkloosheid

nettoarbeidsparticipatie (in procenten)

# 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
vrouw 69.8 70 70.5 70.8 70.3 69.8 70.7 71.8 72.9 74.5 75.8
man 84.6 83.6 83.5 83.5 82 82.2 83.3 84.1 84.8 86.1 86.3

wekelijkse arbeidsduur (in uren)

# 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
vrouw 26.8 26.9 26.9 26.9 26.8 27.1 27.2 27.5 27.8 28.1 28.5
man 39.5 39.4 39.3 39 38.7 38.9 38.9 39 38.9 38.9 38.9

werkloosheid (in procenten)

# 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
vrouw 4.3 4.7 4.7 5.3 6.6 7.1 6.8 5.9 4.6 3.5 2.9
man 3.2 3.8 4 4.8 6.6 6.6 6 4.9 3.9 3.1 2.8

Bron:CBS (EBB’09-’19)

Gemiddelde werkweek van vrouwen toegenomen

Bedroeg de gemiddelde arbeidsduur van vrouwen in 2009 nog bijna 27 uur per week, in 2019 was dat opgelopen tot 28,5 uur. De toename vond in de afgelopen vijf jaar plaats. Hoogopgeleide vrouwen werken, met 31 uur per week, bijna één dag meer dan laagopgeleide vrouwen (zie Kaart 9). Bij mannen was de gemiddelde arbeidsduur met 39 uur in 2019 gelijk aan voorgaande jaren, maar iets lager dan tien jaar eerder. Toen werkten mannen gemiddeld 40 uur per week. Werkende vrouwen en mannen in Nederland blijven echter ‘Europees kampioen’ deeltijdwerken (zie Kaart 18).

Minder uren gewerkt in tweede kwartaal van 2020

Naast de uren die iemand in een normale of gemiddelde week werkt, vraagt het CBS in de Enquête Beroepsbevolking ook naar de daadwerkelijk gewerkte uren in de week voor de enquête. In het tweede kwartaal van 2020, tijdens de intelligente lockdown, waren die feitelijk gewerkte uren van vrouwen en mannen gemiddeld minder dan in het tweede kwartaal een jaar eerder (zie bijlage B5.1). In het derde kwartaal was er, net als in het eerste kwartaal, geen verschil met 2019.

Meer vrouwen met grote deeltijdbaan

Tussen 2009 en 2019 is vooral het aandeel vrouwen met een grote deeltijdbaan (28 tot 35 uur per week) voortdurend gegroeid: van 21,4% naar 27,2%. Het aandeel vrouwen dat voltijds (minstens 35 uur) werkt is sinds 2014 toegenomen (zie m/v-stat). Ook tussen 2017 en 2019 nam het aandeel vrouwen met een grote deeltijdbaan of voltijdsbaan toe. Bij de mannen steeg sinds 2009 vrijwel ieder jaar het aandeel met een grote deeltijdbaan, tot 10,6% in 2019. Bij hen ging dit ten koste van het aandeel mannen met een voltijdbaan. Bijna twee op de tien werkende mannen hadden in 2019 een deeltijdwerkweek, tegen zeven van de tien werkende vrouwen.

Arbeidsduur

wekelijkse arbeidsduur, niet-onderwijsvolgende werkenden van 15-64 jaar, 2017 (in procenten)

vrouwman
# 2009 2019 2009 2019
≥ 35 uur 27.6 29.6 85.6 82.5
28-34 uur 21.4 27.2 7.8 10.6
20-27 uur 27.2 26.9 3.3 3.9
12-19 uur 15.3 10.6 1.4 1.4
< 12 uur 8.5 5.7 1.9 1.6

Bron:CBS (EBB’19)

Jongere generaties vrouwen werken meer uren dan oudere

In elke geboortegeneratie werken vrouwen op hun 35e minder uren dan op hun 25e, vaak vanwege de geboorte van kinderen (zie Kaart 13). Maar de jongste generatie vrouwen schroeft hun werkweek in die levensfase minder terug dan oudere generaties. Ook later in hun loopbaan hebben vrouwen uit jongere geboortecohorten gemiddeld een langere werkweek vergeleken met oudere cohorten. De enige uitzondering vormen jonge vrouwen tot 28 jaar die geboren zijn tussen 1980 en 1990. Hun wekelijkse arbeidsduur is korter dan die van vergelijkbare jonge vrouwen uit eerdere cohorten. Vanaf het 28e levensjaar werken ook deze vrouwen echter weer iets langer dan vrouwen in oudere cohorten.

Jonge mannen werken tegenwoordig minder uren dan hun leeftijdsgenoten uit eerdere geboortecohorten. Bij mannen neemt de gemiddelde arbeidsduur echter niet af in de fase dat velen van hen vader worden. Bovendien werken zij al vanaf jonge leeftijd meer uren dan vrouwen. Deels komt dat doordat werken in deeltijd gebruikelijk is in sectoren waar veel vrouwen werken (Merens en Bucx 2018).

Arbeidsduur naar leeftijd en geboortecohort

vrouw

vrouw

1930-'39 leeftijd aantal uur
#1 48 22.8
#2 49 22.9
#3 50 23.5
#4 51 23.0
#5 52 22.6
#6 53 22.5
#7 54 23.2
#8 55 22.8
#9 56 22.5
#10 57 21.8
#11 58 21.8
#12 59 21.4
#13 60 21.0
#14 61 20.1
#15 62 18.9
#16 63 18.9
#17 64 16.2
1940-'49 leeftijd aantal uur
#1 37 23.8
#2 38 23.8
#3 39 22.9
#4 40 23.5
#5 41 23.9
#6 42 23.6
#7 43 24.2
#8 44 24.0
#9 45 24.0
#10 46 24.3
#11 47 24.2
#12 48 24.5
#13 49 24.2
#14 50 24.0
#15 51 24.1
#16 52 24.1
#17 53 23.9
#18 54 23.6
#19 55 23.7
#20 56 23.1
#21 57 22.6
#22 58 22.4
#23 59 22.1
#24 60 21.2
#25 61 20.6
#26 62 20.2
#27 63 19.5
#28 64 18.9
1950-'59 leeftijd aantal uur
#1 27 31.1
#2 28 29.7
#3 29 28.7
#4 30 27.6
#5 31 26.6
#6 32 25.9
#7 33 24.7
#8 34 24.6
#9 35 24.1
#10 36 24.2
#11 37 24.0
#12 38 24.1
#13 39 24.1
#14 40 24.3
#15 41 24.3
#16 42 24.6
#17 43 24.5
#18 44 24.9
#19 45 24.7
#20 46 25.1
#21 47 25.1
#22 48 24.8
#23 49 25.0
#24 50 24.9
#25 51 25.2
#26 52 25.2
#27 53 25.0
#28 54 25.1
#29 55 25.0
#30 56 25.1
#31 57 24.8
#32 58 24.8
#33 59 24.4
1960-'69 leeftijd aantal uur
#1 25 32.6
#2 26 32.6
#3 27 31.9
#4 28 31.0
#5 29 29.8
#6 30 28.6
#7 31 27.8
#8 32 26.6
#9 33 26.0
#10 34 25.0
#11 35 24.8
#12 36 24.6
#13 37 24.4
#14 38 24.7
#15 39 24.6
#16 40 24.7
#17 41 25.1
#18 42 25.3
#19 43 25.5
#20 44 25.8
#21 45 25.9
#22 46 26.1
#23 47 26.4
#24 48 26.4
#25 49 26.8
1970-'79 leeftijd aantal uur
#1 25 32.3
#2 26 32.3
#3 27 31.6
#4 28 30.7
#5 29 30.0
#6 30 29.2
#7 31 28.5
#8 32 27.8
#9 33 27.5
#10 34 27.2
#11 35 27.0
#12 36 26.8
#13 37 27.0
#14 38 27.1
#15 39 27.1
1980-'89 leeftijd aantal uur
#1 25 30.3
#2 26 30.9
#3 27 31.3
#4 28 31.3
#5 29 30.9

man

1930-'39 leeftijd aantal uur
#1 47 40.9
#2 48 41.0
#3 49 40.7
#4 50 41.1
#5 51 40.9
#6 52 40.9
#7 53 40.8
#8 54 40.6
#9 55 40.1
#10 56 39.7
#11 57 39.6
#12 58 38.9
#13 59 38.6
#14 60 37.6
#15 61 37.3
#16 62 35.9
#17 63 34.7
#18 64 30.9
1940-'49 leeftijd aantal uur
#1 37 39.7
#2 38 41.0
#3 39 40.7
#4 40 40.7
#5 41 40.3
#6 42 40.3
#7 43 40.7
#8 44 40.9
#9 45 41.0
#10 46 41.2
#11 47 41.1
#12 48 41.1
#13 49 41.2
#14 50 41.2
#15 51 41.1
#16 52 40.8
#17 53 40.3
#18 54 40.1
#19 55 39.5
#20 56 39.0
#21 57 38.5
#22 58 37.8
#23 59 36.7
#24 60 35.8
#25 61 34.3
#26 62 32.0
#27 63 30.2
#28 64 29.4
1950-'59 leeftijd aantal uur
#1 27 38.5
#2 28 39.2
#3 29 39.8
#4 30 39.4
#5 31 39.7
#6 32 39.8
#7 33 40.0
#8 34 40.1
#9 35 40.2
#10 36 40.3
#11 37 40.5
#12 38 40.6
#13 39 40.5
#14 40 40.6
#15 41 40.8
#16 42 40.7
#17 43 40.5
#18 44 40.5
#19 45 40.3
#20 46 40.6
#21 47 40.4
#22 48 40.2
#23 49 40.3
#24 50 40.2
#25 51 40.1
#26 52 39.8
#27 53 39.4
#28 54 39.4
#29 55 39.3
#30 56 39.0
#31 57 38.6
#32 58 38.1
#33 59 37.7
1960-'69 leeftijd aantal uur
#1 25 38.1
#2 26 39.3
#3 27 39.5
#4 28 39.8
#5 29 40.1
#6 30 40.3
#7 31 40.5
#8 32 40.6
#9 33 40.6
#10 34 40.8
#11 35 40.6
#12 36 40.6
#13 37 40.6
#14 38 40.7
#15 39 40.6
#16 40 40.6
#17 41 40.5
#18 42 40.5
#19 43 40.4
#20 44 40.4
#21 45 40.2
#22 46 40.2
#23 47 40.4
#24 48 40.0
#25 49 40.0
1970-'79 leeftijd aantal uur
#1 25 37.0
#2 26 38.3
#3 27 38.9
#4 28 39.6
#5 29 39.8
#6 30 39.8
#7 31 40.0
#8 32 40.0
#9 33 40.1
#10 34 40.2
#11 35 40.2
#12 36 40.1
#13 37 40.3
#14 38 40.1
#15 39 39.9
1980-'89 leeftijd aantal uur
#1 25 34.8
#2 26 36.4
#3 27 37.4
#4 28 38.2
#5 29 38.6

a De informatie of iemand onderwijsvolgend is, is pas sinds 2002 beschikbaar. Daarom worden hier alleen de cijfers voor 25-plussers getoond, aangezien zij doorgaans geen regulier onderwijs meer volgen.

Bron:CBS (EBB’77-’19)

Vrouwen vaker flexwerknemer, mannen vaker zelfstandige

Werkende vrouwen hebben vaker dan mannen een baan als werknemer. In 2019 had 70,3% van de niet-onderwijsvolgende vrouwen van 15 tot 65 jaar met betaald werk een vaste arbeidsrelatie, tegenover 66,8% van de mannen. Hierbij gaat het om een dienstverband voor onbepaalde tijd én een vast aantal uren per week. Ook het aandeel met een flexibele arbeidsrelatie ligt bij vrouwen hoger dan bij mannen: 15,9% versus 12,4%. Sinds 2017 stijgt het aandeel vrouwen met een vast dienstverband langzaam, terwijl het aandeel flexkrachten krimpt. Bij mannen vindt dezelfde ontwikkeling plaats. Het overige deel van de werkende vrouwen (13,8%) was in 2019 actief als zelfstandige. Bij de mannen was dit aandeel met 20,7% een stuk hoger.

Vrouwen vinden betaald werk net zo belangrijk als mannen

Vrouwen en mannen verschillen niet in de mate waarin ze het belangrijk vinden om betaald werk te hebben. Ze hebben even vaak plezier in hun werk en vinden het even belangrijk voor hun eigen ontwikkeling. Ook waarderen ze het vanwege de sociale contacten en om zo een bijdrage te kunnen leveren aan de maatschappij. Een op de drie vrouwen en mannen hecht ook aan het aanzien dat een betaalde baan geeft. Vergeleken met twee jaar geleden geven vrouwen nu vaker aan dat betaald werk voor hen belangrijk is om zo een bijdrage te leveren aan de maatschappij (59% in 2018). Dat zou te maken kunnen hebben met de coronacrisis: twee derde van de mensen met een cruciaal beroep waren vrouwen (FD 2020).

Belang betaald werk en carrière maken

vrouw

man

betaald werk is belangrijk voor mijn zelfontplooiing

86

87

ik vind het belangrijk om betaald werk te hebben, omdat ik zo een steentje bijdraag aan de maatschappij

71

 

68

ik vind het belangrijk om betaald werk te hebben vanwege de contacten met anderen

78

79

betaald werk is voor mij belangrijk, omdat het mij maatschappelijk aanzien geeft

44

40

ik heb veel plezier in mijn werk

81

79

ik werk liever niet voltijds, zodat ik tijd overhoud voor andere dingen

68

46

ik ben bereid mensen in mijn privéleven wat tekort te doen om carrière te maken

14

18

ik zou graag een toppositie willen bekleden

17

27

ik wil in mijn werk doorgroeien naar een hogere functie

34

45

aExclusief scholieren/studenten.

bSignificante verschillen zijn vetgedrukt (p < 0,05).

Bron:SCP (EMOP’20)

Vrouwen minder gericht op maken van carrière

Vrouwen hechten er minder aan om door te groeien naar een hogere of toppositie dan mannen. Ze zijn minder vaak bereid mensen in hun privéleven wat tekort te doen vanwege hun carrière. Ook werken ze veel vaker bij voorkeur in deeltijd. Die voorkeur is vergeleken met 2018 niet verschoven. Vooral vrouwen die samenwonen met een partner werken liever niet voltijds, zeker als ze kinderen hebben. Hoogopgeleide vrouwen vinden het vaker belangrijk om carrière te maken dan lageropgeleide vrouwen. Maar ook zij doen dit, net als lageropgeleide vrouwen, liever niet voltijds (zie bijlage B5.2 en B5.3).

Literatuur

CBS (2020). Licht herstel arbeidsdeelname onderwijsvolgende jongeren in derde kwartaal. CBS nieuwsbericht, 19 november 2020. Geraadpleegd 7 december 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/47/licht-herstel-arbeidsdeelname-onderwijsvolgende-jongeren-in-derde-kwartaal.

FD (2020). Hoeveel Nederlanders hebben een cruciaal beroep? In: Financieel Dagblad, 17 maart 2020. Geraadpleegd 16 november 2020 via https://fd.nl/economie-politiek/1338324/hoeveel-nederlanders-hebben-een-cruciaal-beroep.

Merens, Ans en Freek Bucx (red.) (2018). Werken aan de start. Jonge vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Deze kaart citeren

Brakel, M. van den et al. (2020). Emancipatiemonitor 2020: Gaan vrouwen steeds meer werken?. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2020/gaan-vrouwen-steeds-meer-werken.

Informatie noten

Het gaat hier om de uren die iemand in een normale of gemiddelde week werkt.

De dataverzameling voor deze enquête viel precies in de eerste maanden van de lockdown.