CBSSCP

Emancipatiemonitor 2020

2 / 18

En ze leefden nog lang...?

Vrouwen gaan gemiddeld op hun 26e samenwonen, krijgen hun eerste kind als ze 30 zijn en trouwen op hun 32e. Mannen zijn gemiddeld bijna drie jaar ouder als ze vader worden, en tweeëneenhalf jaar ouder als ze gaan trouwen. Van de huwelijken houdt 37% echter geen stand en ongehuwd samenwonenden gaan nog vaker uit elkaar. Van de vrouwen van 35 tot 45 jaar is 12% een alleenstaande moeder met minderjarige kinderen. Vooral vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond en laagopgeleide vrouwen wonen relatief vaak alleen met hun kinderen. Op latere leeftijd neemt het aandeel vrouwen dat geen partner heeft snel toe. Dat komt vooral doordat zij gemiddeld langer leven dan mannen.

Vrouwen gaan jonger uit huis dan mannen

Vrouwen gaan doorgaans op jongere leeftijd uit huis dan mannen. Ze waren in 2019 gemiddeld 23,4 jaar bij het verlaten van het ouderlijk huis en mannen 24,9 jaar. Deze gemiddelden zijn in tien jaar tijd met ruim één jaar gestegen. Flexibilisering van de arbeidsmarkt en een stagnerende woningmarkt spelen daarbij waarschijnlijk een rol (Van Duin et al. 2016), maar ook de afschaffing van de basisbeurs en de invoering van het sociaal leenstelsel (Van den Berg en Van Gaalen 2018). Vrouwen stappen wat vaker direct vanuit het ouderlijk huis in een relatie dan mannen. Zij zijn jonger als ze voor het eerst gaan samenwonen: gemiddeld 26,3 jaar tegenover 28,3 jaar bij de mannen.

Trouwleeftijd schuift op

Samenwonen gaat allang niet meer automatisch gepaard met een huwelijk. De leeftijd bij het eerste huwelijk – als dat er al komt – is mede daardoor steeds verder opgeschoven. In 2009 waren vrouwen gemiddeld iets ouder dan 30 en mannen waren gemiddeld 33 jaar bij het eerste huwelijk. In 2019 was de gemiddelde leeftijd bij vrouwen 31,9 jaar en bij mannen 34,4 jaar. Aan het begin van de jaren zeventig waren vrouwen nog geen 23 jaar op hun trouwdag. De mannen waren zo’n twee jaar ouder.

Levensloop

Vrouwen
Mannen
Levensloopgebeurtenis Vrouwen 2009 Mannen 2009 Vrouwen 2019 Mannen 2019
Uit huis gaan (a) 22,2 23,8 23,4 24,9
Geboorte eerste kind (b) 29,4 32,4 30,0 32,8
Eerste huwelijk (c) 30,3 33,0 31,9 34,4
Pensioen (d) 60,8 62,1 64,5 61 (d)
Levensverwachting (e) 82,7 78,5 83,6 80,5
Leeftijd

aLeeftijd bij uit huis gaan op 31 december in 2008 en 2018, personen van 15 tot 40 jaar.

bLeeftijd op 31 december van het jaar waarin het kind is geboren.

cLeeftijd op 31 december van het jaar waarin het huwelijk is gesloten. Geregistreerd partnerschappen zijn niet meegeteld.

dPensioenleeftijd werknemers voor 2008 en 2018.

eLevensverwachting bij geboorte (zie ook Kaart 15).

Bron:CBS (Bevolkingsstatistieken ’08, ’09, ’18, ’19; Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden ’07-’08 en ’17-’18)

Steeds later moeder

Sinds de jaren zeventig is de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen voor het eerst moeder worden steeds hoger geworden. Na de eeuwwisseling leek aan deze stijging een eind te zijn gekomen. Toen lag de leeftijd bij het eerste moederschap een tijdlang op 29,4 jaar (CBS 2019a). Vanaf 2014 worden vrouwen echter weer steeds later moeder, in 2019 gemiddeld op hun dertigste. Mannen zijn bij de komst van het eerste kind van hun partner bijna drie jaar ouder dan vrouwen. Ook bij hen is de leeftijd waarop ze voor het eerst vader worden de afgelopen jaren gestegen (CBS 2019b).

Het gemiddeld kindertal per vrouw is gedaald, van 1,79 in 2009 naar 1,57 in 2019. Aangenomen wordt dat dit in de toekomst nog weer wat zal stijgen tot 1,70, omdat een deel van de huidige kinderloze vrouwen waarschijnlijk alsnog moeder wordt (Stoeldraijer et al. 2019). Het vaakst hebben moeders twee kinderen (zie ook CBS 2017a).

Een van de redenen voor het verdere uitstel van het ouderschap wordt gezocht in de toegenomen onzekerheid waar jongvolwassenen mee te maken hebben. Het duurt langer voordat ze een vaste baan, voldoende inkomen, een stabiele relatie en een geschikte woning hebben. Voor velen zijn dat voorwaarden voor de start van een gezin (Loozen en Kloosterman 2019; Van Wijk en Chkalova 2020). Daarnaast speelt bij vrouwen ook een rol dat ze steeds vaker hoger onderwijs volgen (zie Kaart 3). Jonge vrouwen combineren hun opleiding meestal niet met het moederschap en na hun opleiding willen ze vaak eerst gaan werken (Te Riele en Loozen 2017). Hoogopgeleide vrouwen beginnen dan ook later aan kinderen dan vrouwen met een lager opleidingsniveau. Van de generatie geboren in 1980 was 69% van de laagopgeleide vrouwen op 30-jarige leeftijd moeder, van de middelbaaropgeleiden was dat 55% en van de hoogopgeleide vrouwen 32% (CBS 2017b).

Leeftijd bij geboorte eerste kind en kindertal

leeftijd bij geboorte eerste kind

kindertal

vrouw

man

 

2000

29,1

32,0

1,72

2005

29,4

32,5

1,71

2010

29,4

32,4

1,80

2011

29,4

32,4

1,76

2012

29,4

32,4

1,72

2013

29,4

32,4

1,68

2014

29,5

32,5

1,71

2015

29,6

32,5

1,66

2016

29,7

32,6

1,66

2017

29,8

32,7

1,62

2018

29,9

32,7

1,59

2019

30,0

32,8

1,57

Bron:CBS (Bevolkingsstatistieken ’00-’19)

Aantal tienermoeders gehalveerd

Het aantal tienermoeders is de afgelopen tien jaar verder afgenomen. In 2009 kregen 2640 vrouwen onder de 20 jaar een kind, in 2019 waren dat er nog 1260. Dat komt neer op 2,5 moeders per duizend 15- tot 20-jarige meisjes. Veruit de meeste tienermoeders zijn 18 of 19 jaar, 5% van de tienermoeders is 16 jaar of jonger.

Meisjes met een migratieachtergrond krijgen relatief vaak als tiener een kind. Hoewel onder Antilliaanse en Surinaamse meisjes het aandeel tienermoeders ten opzichte van 2009 sterk is gedaald, is dit nog steeds betrekkelijk hoog: respectievelijk 11,2 en 7,6 per duizend 15- tot 20-jarige meisjes. Maar ook meisjes met een Syrische, Eritrese of Somalische achtergrond krijgen naar verhouding vaak al een kind voor hun twintigste. Binnen de westerse groep komen relatief veel tienermoeders voor bij Bulgaarse meisjes (zie ook CBS 2017c).

Hoogopgeleide vrouwen het vaakst kinderloos

Niet alle vrouwen krijgen kinderen. Van de generaties vrouwen geboren tussen 1955 en 1975 is rond de 18% kinderloos. Bij de vrouwen die geboren werden tussen 1935 en 1945 was dat nog 11% (CBS StatLine 2020a). Onder hoogopgeleide vrouwen is het aandeel dat uit eigen keuze of ongewenst geen kinderen krijgt groter dan onder lager opgeleide vrouwen. Van de hoogopgeleide vrouwen geboren in 1970 had 21% geen kinderen op 45-jarige leeftijd, van de middelbaaropgeleiden was dat 18% en van de laagopgeleiden 15%. Bij de mannen zijn het juist de laagopgeleiden die het vaakst kinderloos blijven (CBS 2017b).

Kinderloos naar opleidingsniveau

Kinderloos naar opleidingsniveau

# totaal laag opgeleid middelbaar opgeleid hoog opgeleid
vrouw 18 15 18 21
man 28 33 28 22

Bron:CBS (2017b)

Kinderen na scheiding vooral naar moeder

Van alle kinderen worden er bijna negen op de tien geboren binnen een huwelijk of bij een niet-gehuwd paar (zie ook CBS 2018a). Van de huwelijken eindigt echter naar verwachting 37% in een echtscheiding (CBS StatLine 2020b). Samenwoonrelaties zijn nog minder stabiel. Kinderen van stellen die ongehuwd samenwonen hebben daardoor een grotere kans om een scheiding van de ouders mee te maken (CBS 2018b). Na een scheiding gaan de kinderen in 70% van de gevallen (voornamelijk) bij hun moeder wonen. Van de gescheiden paren kiest ruim een kwart voor co-ouderschap. Hierbij heeft het kind twee ouderlijke huizen. Bij gescheiden paren waarbij de moeder hoogopgeleid is, komt co-ouderschap twee keer zo vaak voor als bij paren met een laagopgeleide moeder (CBS 2017d).

Bijna een op de tien kinderen wordt geboren in een eenoudergezin. Dit aandeel is de laatste vijf jaar niet veranderd. Jonge vrouwen van 15 tot 25 jaar en vrouwen van boven de 40 hebben het vaakst geen partner bij de geboorte van hun kind. Het aandeel is het hoogst onder vrouwen met een Antilliaanse en Surinaamse migratieachtergrond, respectievelijk 37% en 31%.

Niet-westerse vrouwen het vaakst alleenstaande moeder

Van de vrouwen van 15 tot 55 jaar was 7% op 1 januari 2020 een alleenstaande ouder met minderjarige kinderen. Bij mannen was dat minder dan 1%. Vooral onder 35- tot 45-jarige vrouwen is dit aandeel met 12% hoog. Vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn twee keer zo vaak alleenstaand moeder als vrouwen met een Nederlandse achtergrond. Het vaakst komt het alleenstaand moederschap voor bij Antilliaanse vrouwen (20%), gevolgd door Surinaamse vrouwen (17%). Maar ook bij de Marokkaanse, Turkse en overige niet-westerse vrouwen is dit percentage relatief hoog. Bij vrouwen met een westerse migratieachtergrond is het aandeel alleenstaande moeders maar iets groter dan bij vrouwen met een Nederlandse achtergrond. Ook het onderwijsniveau speelt een rol. Laagopgeleide vrouwen wonen vaker alleen met hun kinderen dan hoger opgeleide vrouwen. Van de laagopgeleide vrouwen die geboren zijn in 1980 was 20% op 35-jarige leeftijd een alleenstaande moeder, tegenover 4% van de hoogopgeleide vrouwen (CBS 2017e).

Alleenstaande moeders naar migratieachtergrond

Alleenstaande moeders naar migratie-achtergrond

# totaal waarvan: Nederlandse achtergrond westerse migratieachtergrond niet-westerse migratieachtergrond waarvan: Turks Marokkaans Surinaams Antilliaansᵃ overig niet-westers
6.8 5.7 6.6 11.2 7.4 10.4 17.4 20.3 9.6

aVerkorte aanduiding voor Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten of Aruba als migratieachtergrond.

Bron:CBS (Bevolkingsstatistieken ’20)

Oudere vrouwen vaker alleenstaand dan oudere mannen

Een deel van de vrouwen en mannen woont alleen. Op latere leeftijd is verweduwing daar vaak de oorzaak van. Oudere vrouwen wonen veel vaker alleen dan oudere mannen. Dat komt doordat ze gemiddeld ouder worden en ook vaker een oudere partner hebben. In 2019 was hun gemiddelde levensverwachting 83,6 jaar, voor mannen was dat 80,5 jaar. Wel is de levensverwachting van mannen wat sneller gestegen dan die van vrouwen (zie Kaart 15), waardoor het aandeel alleenstaande vrouwen van 65 jaar of ouder tussen 2010 en 2020 is gedaald van 51% naar 46%. Daarmee zijn ze echter nog steeds twee keer zo vaak alleenstaand als mannelijke 65-plussers (CBS StatLine 2020c).

Literatuur

Berg, L. van den en R. van Gaalen (2018). Studeren en uit huis gaan nog haalbaar? Samenhang met sociaal leenstelsel en ouderlijke welvaart, 2007-2016. In: Statistische Trends, januari 2018. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2018/04/studeren-en-uit-huis-gaan-nog-haalbaar-.

CBS (2017a). Een op de honderd moeders heeft meer dan vijf kinderen. CBS nieuwsbericht, 12 mei 2017. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/19/een-op-de-honderd-moeders-heeft-meer-dan-vijf-kinderen.

CBS (2017b). Laagopgeleide mannen vaker kinderloos. CBS nieuwsbericht, 30 maart 2017. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/13/laagopgeleide-mannen-vaker-kinderloos.

CBS (2017c). Relatief weinig tienermoeders in Nederland. CBS nieuwsbericht, 11 december 2017. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/50/relatief-weinig-tienermoeders-in-nederland.

CBS (2017d). Ruim kwart gescheiden ouders kiest voor co-ouderschap. CBS nieuwsbericht, 18 december 2017. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/51/ruim-kwart-gescheiden-ouders-kiest-voor-co-ouderschap.

CBS (2017e). Hoger opgeleide moeders minder vaak alleenstaand. CBS nieuwsbericht, 30 maart 2017. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/13/hoger-opgeleide-moeders-minder-vaak-alleenstaand.

CBS (2018a). Bijna 1 op de 10 baby’s wordt geboren in eenoudergezin. CBS nieuwsbericht, 24 december 2018. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/52/bijna-1-op-de-10-baby-s-wordt-geboren-in-eenoudergezin.

CBS (2018b). 3 op 10 vijftienjarigen wonen niet met beide ouders. CBS nieuwsbericht, 1 mei 2018. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/18/3-op-10-vijftienjarigen-wonen-niet-met-beide-ouders.

CBS (2019a). Leeftijd moeder bij eerste kind stijgt naar 29,9 jaar. CBS nieuwsbericht, 11 mei 2019. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/19/leeftijd-moeder-bij-eerste-kind-stijgt-naar-29-9-jaar.

CBS (2019b). Leeftijd vader bij geboorte kind stijgt. CBS nieuwsbericht, 15 juni 2019. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/24/leeftijd-vader-bij-geboorte-kind-stijgt.

CBS StatLine (2020a). Kerncijfers geboorte; waarneming en prognose, geboortegeneratie. Geraadpleegd op 27 juni 2020 via http://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83790NED/table?dl=3DE95.

CBS StatLine (2020b). Huwelijksontbindingen; door echtscheiding en door overlijden. Geraadpleegd op 27 juni 2020 via https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/37425ned/table?dl=3D126.

CBS StatLine (2020c). Personen in huishoudens naar leeftijd en geslacht, 1 januari. Geraadpleegd op 27 juli 2020 via http://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/37620/table?dl=3DE7B.

Duin, C. van, L. Stoeldraijer, D. van Roon en C. Harmssen (2016). Huishoudensprognose 2015-2060: jongeren en ouderen langer thuis. In: Bevolkingstrends, juni 2016. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2016/24/huishoudensprognose-jongeren-en-ouderen-langer-thuis.

Loozen, S. en R. Kloosterman (2019). Opvattingen over de timing van het ouderschap. In: Statistische Trends, oktober 2019. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2019/42/opvattingen-over-de-timing-van-het-ouderschap.

Riele, S. te en S. Loozen (2017). Vruchtbaarheid aan het begin van de 21e eeuw. In: Statistische Trends, december 2017. Geraadpleegd op 17 september 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/51/vruchtbaarheid-aan-het-begin-van-de-21e-eeuw.

Stoeldraijer, L., C. van Duin en C. Huisman (2019). Kernprognose 2019-2060: 19 miljoen inwoners

in 2039. In: Statistische Trends, december 2019. Geraadpleegd op 10 november 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2019/51/kernprognose-2019-2060-19-miljoen-inwoners-in-2039.

Wijk, D. van en K. Chkalova (2020). Minder geboorten door studie en flexwerk? In: Statistische Trends, juli 2020. Geraadpleegd op 10 november 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2020/minder-geboorten-door-studie-en-flexwerk-.

Deze kaart citeren

Brakel, M. van den et al. (2020). Emancipatiemonitor 2020: En ze leefden nog lang...?. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2020/en-ze-leefden-nog-lang.

Informatie noten

Antilliaans is in de Emancipatiemonitor een verkorte aanduiding voor Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten of Aruba als migratieachtergrond.