CBSSCP

Emancipatiemonitor 2020

1 / 18

Economische positie vrouw tot 2020 verder verbeterd

Uit de vorige Emancipatiemonitor (2018) bleek dat de vrouwenemancipatie weer in de lift zat. Op veel vlakken liepen vrouwen sinds 2015, na de economische crisis, in op mannen. Deze trend heeft zich in 2018 en 2019 stevig doorgezet. Nog meer vrouwen hebben betaald werk, ze werken meer uren per week en verdienen daarmee ook vaker genoeg om economisch op eigen benen te staan. In de coronacrisis van 2020 stopte de groei van arbeidsparticipatie, ook bij mannen. In het derde kwartaal waren vrijwel evenveel vrouwen als mannen aan het werk als in dezelfde periode een jaar eerder.

Emancipatiebeleid en de Emancipatiemonitor

De Emancipatiemonitor komt sinds 2000 eens per twee jaar uit en bevat de meest recente gegevens over thema’s die in het landelijk emancipatiebeleid centraal staan (TK 2017/2018). De belangrijkste zijn:

  • het verhogen van de arbeidsparticipatie van vrouwen en vooral ook het aantal uren dat ze werken, zodat ze genoeg verdienen om economisch zelfstandig te zijn;
  • verhogen van de doorstroom van vrouwen naar de top;
  • vergroten van de veiligheid van vrouwen.

De monitor is een samenwerkingsverband tussen het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). In 2018 is de gedrukte Emancipatiemonitor vervangen door een digitale publicatie. Ook deze wordt elke twee jaar geactualiseerd, en soms ook tussentijds. In aanvulling op de monitor bevat de CBS-databank m/v-stat een breed scala aan sociaal-economische statistieken over vrouwen en mannen.

Vrouwen werken vaker en meer uren

Vanaf 2014 is het aandeel vrouwen dat werkt jaarlijks toegenomen, en is het verschil met mannen kleiner geworden. Dat geldt ook voor de gemiddelde arbeidsduur. Zoals bekend, zijn Nederlandse vrouwen (en mannen) kampioenen deeltijdwerken (zie Kaart 18), maar sinds een aantal jaren zit er wel beweging in de gemiddelde arbeidsduur. Tussen 2015 en 2017 is deze met ruim een half uur toegenomen, en de twee jaar erna kwam er opnieuw ruim een half uur bij (zie Kaart 5). De meeste in deeltijd werkende vrouwen zouden onder bepaalde voorwaarden of omstandigheden meer uur willen werken (zie Kaart 6). Bijvoorbeeld als hun werktijden afgestemd kunnen worden op hun privéleven of wanneer ze een ontoereikend gezinsinkomen hebben. Vrouwen vinden betaald werk net zo belangrijk als mannen, maar zijn minder gericht op carrière maken. En ze hebben vaker een voorkeur voor een deeltijdbaan, vooral om tijd over te houden voor het huishouden, de zorg voor kinderen en voor zichzelf.

Meeste ouders willen zorg gelijk verdelen

Bijna de helft van de mannen zegt ook liever niet voltijds te werken, om zo tijd over te houden voor andere dingen (zie Kaart 5). Zeker als ze jonge kinderen hebben, zien de meeste Nederlanders (vrouwen en mannen) de vader liever niet voltijds werken. Voor moeders vinden de meeste Nederlanders maximaal drie dagen werken ideaal (zie Kaart 13). In werkelijkheid werken moeders vaak meer dan dat. Vaders ook; zij werken doorgaans voltijds. Het anderhalfverdienersmodel blijft dominant. Daarbij werkt de man voltijds en de vrouw in een – weliswaar steeds grotere – deeltijdbaan. Dit ondanks het feit dat bijna de helft van de stellen met kinderen werk en zorg het liefst gelijk zou willen verdelen en de vrouw in steeds meer relaties het hoogst is opgeleid (zie Kaart 3), en daarmee dus ook vaker per uur meer kan verdienen.

Meer vrouwen economisch zelfstandig

Bijna vier op de tien huwelijken lopen uit op een scheiding en ongehuwd samenwonenden gaan nog vaker uit elkaar. Vooral vrouwen die niet economisch zelfstandig zijn, lopen dan (met hun kinderen) een grote kans op armoede. Een belangrijk doel in het emancipatiebeleid is dan ook om het aandeel economisch zelfstandige vrouwen te verhogen. De laatste jaren neemt dit aandeel inderdaad jaarlijks toe. In 2019 verdiende bijna 64% van de vrouwen (m.u.v. scholieren, studenten en gepensioneerden) evenveel of meer dan het bijstandsniveau van een alleenstaande, en was daarmee economisch zelfstandig. Een flinke stijging ten opzichte van twee jaar eerder (bijna 61%) (zie Kaart 8). Mannen zijn vaker economisch zelfstandig (81%). Dat komt doordat ze vaker werk hebben, meestal voltijd, en ze per uur meer verdienen (zie Kaart 7). Deze loonkloof is in ons land groter dan in de meeste andere EU-landen (zie Kaart 18) en is de laatste twee jaar niet kleiner geworden.

Economische positie tweede generatie in de buurt van vrouwen zonder migratieachtergrond

Vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn lager opgeleid, hebben minder vaak werk, en zijn daarmee dus ook minder vaak economisch zelfstandig dan hun landgenotes zonder of met een westerse migratieachtergrond. Dat geldt vooral voor degenen die in een niet-westers land geboren zijn. Vergeleken met deze eerste generatie hebben hun dochters (tweede generatie) een grote sprong gemaakt op de emancipatieladder (zie Kaart 10). Vrouwen met Marokkaanse of Turkse wortels die hier geboren zijn, zijn iets lager opgeleid dan van origine Nederlandse vrouwen. Ook liggen hun arbeidsparticipatie en economische zelfstandigheid veel dichter in de buurt van vrouwen zonder migratieachtergrond dan die van hun moeders (eerste generatie). De tweede generatie vrouwen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond verschilt in arbeidsdeelname en economische zelfstandigheid vrijwel niet van vrouwen zonder migratiegeschiedenis.

Tegelijkertijd zijn vrouwen met een migratieachtergrond relatief vaak werkloos, vooral niet-westerse vrouwen en vrouwen uit de jongste EU-lidstaten. Vrouwen afkomstig uit vluchtelinglanden moeten meestal van een uitkering rondkomen, en een minderheid van hen is economisch zelfstandig.

Iets meer vrouwen in technische beroepen en in topfuncties

Vrouwen werken vaker dan mannen in de zorg en het onderwijs en minder vaak in de techniek. Deze verschillen nemen langzaam wel iets af. Het aandeel vrouwen dat werkt in dienstverlenende, bedrijfseconomische en administratieve beroepen is iets gedaald, en hun aandeel in technische beroepen en ICT is iets toegenomen (zie Kaart 4). Ook het aandeel vrouwen met een topfunctie in de wetenschap, het bedrijfsleven, de rijksoverheid en de gemeentelijke en provinciale politiek neemt langzaam iets toe. In de landelijke politiek (Tweede Kamer) is het aandeel vrouwen echter iets lager dan tien jaar geleden.

Vrouwen voelen zich vaker onveilig dan mannen

Minder dan mannen geven vrouwen aan slachtoffer van geweld te zijn geweest, maar ze voelen zich desondanks onveiliger. Ook in de eigen omgeving, zoals de woonplaats, de buurt en het eigen huis als ze ’s avonds alleen zijn (zie Kaart 17). Vrouwen zijn relatief vaak thuis slachtoffer van geweld. De meeste vrouwelijke slachtoffers kennen de dader. In 2018 kwamen 43 vrouwen door geweld om het leven. In ruim driekwart van de gevallen was de vermoedelijke dader de partner of ex-partner. Geweld tegen mannen vindt vooral plaats op straat en de dader is meestal een onbekende (zie Kaart 16).

En toen kwam het coronavirus…

Door het coronavirus is Nederland onverwacht in een crisis beland die gevolgen zal hebben voor de positie van vrouwen en mannen, zeker op de arbeidsmarkt (CPB 2020a). Maar hoe groot die gevolgen zijn en hoe lang ze duren is nu nog lastig te voorspellen. Net zoals bij eerdere economische crises worden ook nu in eerste instantie vooral mensen met een flexibele arbeidsrelatie en zelfstandigen getroffen (CBS 2020). Mannen werken vaker als zelfstandige. Vrouwen zijn niet alleen vaker flexwerknemer, ze hebben ook vaker een vast contract (zie Kaart 5). Bovendien werken vrouwen vaker in een cruciaal beroep (FD 2020). In dat licht rijst de vraag of zij vaker dan mannen de coronacrisis ongeschonden door kunnen komen. Dat lijkt niet helemaal het geval: uit cijfers over de eerste drie kwartalen van 2020 blijkt dat de groei van de arbeidsparticipatie bij zowel vrouwen als mannen is gestopt (zie Kaart 5). Ook werkten vrouwen en mannen in het tweede kwartaal van 2020 feitelijk minder uren dan in dezelfde periode een jaar eerder (zie Kaart 5 en CPB 2020b). Bovendien heeft de tijdelijke sluiting van opvang en scholen toen voor een enorme verzwaring van de zorgtaken geleid. Dit zijn taken die doorgaans vooral op het bordje van vrouwen liggen. Dat laatste blijkt in coronatijd niet veranderd (Yerkes et al. 2020). In het derde kwartaal was de feitelijke arbeidsduur van zowel vrouwen als mannen weer vergelijkbaar met die in hetzelfde kwartaal van 2019. Wel blijkt de werkloosheid bij vrouwen in 2020 iets harder gestegen (zie Kaart 5).

Alleenstaande ouders (voor het overgrote deel vrouwen) werken relatief vaak in sectoren waar de hardste klappen zijn gevallen (SCP 2020) én moesten ook een tijdlang alleen de extra zorg voor hun kinderen leveren. Het armoederisico, in deze groep toch al hoog, kan daarmee nog vergroot worden (SCP 2020).

Meer dan mannen voelen vrouwen zich thuis onveilig, en ook zijn ze vaker slachtoffer van geweld door een bekende/(ex-)partner. Of de maandenlange intelligente lockdown op dit vlak gevolgen heeft gehad, is nog niet bekend.

Literatuur

CBS (2020). Vragen en antwoorden coronacrisis. Geraadpleegd op 9 oktober 2020 via https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/cbs-cijfers-coronacrisis.

CPB (2020a). Langdurige effecten van de coronacrisis voor de arbeidsmarkt. Den Haag: Centraal Planbureau.

CPB (2020b). Arbeidsmarkt: sterke daling gewerkte uren. Den Haag: Centraal Planbureau.

FD (2020). Hoeveel Nederlanders hebben een cruciaal beroep? In: Financieel Dagblad, 17 maart 2020. Geraadpleegd 9 oktober 2020 via https://fd.nl/economie-politiek/1338324/hoeveel-nederlanders-hebben-een-cruciaal-beroep.

SCP (2020). Maatschappelijke gevolgen van corona: verwachte gevolgen van corona voor scholing, werk en armoede. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

TK (2017/2018). Emancipatienota 2018-2021: Principes in praktijk. Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Tweede Kamer, vergaderjaar 2017/2018, 30420, nr. 270.

Yerkes, M.A., S.C.H. André, J.W. Besamusca, C. Remery, R. van der Zwan, P.M. Kruyen, D.G.L. Beckers, S.A.E. Geurts en P.T. de Beer (2020). Werkende ouders in tijden van Corona; meer maar ook minder gendergelijkheid. Utrecht, Amsterdam, Nijmegen: Universiteit Utrecht, Universiteit van Amsterdam en Radboud Universiteit.

Deze kaart citeren

Brakel, M. van den et al. (2020). Emancipatiemonitor 2020: Economische positie vrouw tot 2020 verder verbeterd. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2020/economische-positie-vrouw-tot-2020-verder-verbeterd.

Informatie noten