CBSSCP

Emancipatiemonitor 2018

10 / 18

Wie zorgt er voor de kinderen?

Auteurs: Wil Portegijs (SCP), Sebastian Alejandro Perez (CBS) en Marion van den Brakel (CBS)

De meeste vaders en moeders zouden de zorg voor hun kinderen het liefst gelijk willen verdelen met hun partner. Slechts een op de tien vindt dat dat ook is gelukt. Vrouwen besteden meer tijd aan zorg en huishouden, mannen aan betaald werk. Deze verschillen in tijdsbesteding worden wel langzaam kleiner. Ook nemen moeders twee keer zo vaak ouderschapsverlof op als vaders. Het gebruik van formele kinderopvang is toegenomen, hoewel een meerderheid van de Nederlanders er niet van overtuigd is dat dat goed is voor vooral baby’s.

Voorkeur voor gelijke verdeling van zorg

Ruim de helft van de ouders met een kind jonger dan 18 jaar zou de zorg voor hun kind(eren) het liefst gelijk verdelen. De meesten van hen vinden dat dat ook zou moeten gelden voor het betaalde werk. Een aandeel van 17% vindt het beter als de man meer uur betaald werkt en de vrouw meer zorgt. En vrijwel niemand heeft een voorkeur voor een taakverdeling waarbij de vrouw meer werkt en de man meer zorgt. Vaders en moeders zijn het hierover volledig met elkaar eens. Jonge vrouwen en mannen die (nog) geen kinderen hebben, zijn nog wat vaker voor een gelijke verdeling van zorg en werk, en ook bij deze 20-41-jarigen komen de idealen van vrouwen en mannen overeen (zie bijlage B10.1).

Gewenste en feitelijke verdeling betaald werk en zorg voor kinderen

Ideale en feitelijke verdeling van betaald werk (a) en zorg voor kinderen tussen partners, mannen en vrouwen met kinderen onder de 18 jaar, 2018 (in procenten)

# ideaal feitelijk
werk / zorg gelijk 40 12
man meer werk / zorg gelijk 18 26
man meer werk / vrouw meer zorg 17 43
werk gelijk / vrouw meer zorg 5 12
nooit over nagedacht 16 0.0
anders 3 7

aEen verschil in feitelijke arbeidsduur van maximaal zeven uur per week is opgevat als een gelijke verdeling van betaald werk.

Bron:SCP (EMOP’18)

In de praktijk valt de taakverdeling vaak ‘traditioneler’ uit. Een op de acht ouders met minderjarige kinderen heeft naar eigen zeggen werk en zorg gelijk verdeeld. Veel vaker dan gewenst werkt de vader het meest buitenshuis en neemt de moeder het grootste deel van de zorg voor haar rekening. Ook van de ouders die een gelijke verdeling van werk en zorg voorstaan, heeft maar een op de vijf dat ook verwezenlijkt.

Aandeel mannen in huishouden en zorg neemt langzaam toe

Ook uit cijfers van het Tijdsbestedingsonderzoek (TBO) blijkt dat van een gelijke verdeling van betaald en onbetaald werk geen sprake is. Mannen nemen een op de drie uren zorg voor kinderen voor hun rekening, en 40% van de uren huishoudelijk werk. Het aandeel van mannen in het onbetaalde werk is gelijk aan het aandeel van vrouwen in de uren betaald werk: beiden zo’n 40%.

Het Tijdsbestedingsonderzoek (TBO)

Deelnemers aan het Tijdsbestedingsonderzoek houden gedurende een week in een dagboek hun dagelijkse activiteiten bij. Per tien minuten schrijven ze op wat ze doen, en of ze daarnaast eventueel nog wat anders doen, met wie en waar.

Aandeel mannen in betaald werk, huishouden en zorg voor kinderen

aandeel mannen van 20-64 jaar in aantal uren betaald werk, huishouden en zorg voor kinderen (a) t.o.v. vrouwen, 1975-2016 (in procenten)

# 1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005 2006 2011 2016
betaald werk 82.7 79.1 76.5 74.1 72.5 68.9 66.0 63.2 64.0 61.4
huishouden (incl. boodschappen) 24.6 27.3 30.7 31.4 34.6 34.5 34.5 37.6 37.7 39.7
zorg voor en begeleiding van kinderen 25.7 27.8 25.0 24.0 26.9 30.4 30.7 35.4 35.4 34.1

aDeze cijfers zijn inclusief vrouwen en mannen zonder betaald werk en zonder kinderen. Andere methodiek vanaf 2006.

Bron:SCP (TBO ’75-’05 en ’06); SCP/CBS (TBO ’11-’16)

Overtuiging dat vrouwen beter voor kinderen kunnen zorgen neemt weer af

Vier op de tien mannen denken dat een vrouw beter geschikt is om kleine kinderen op te voeden. Het aandeel mannen dat daarvan overtuigd is, is de afgelopen jaren afgenomen, na een opleving rondom de eeuwwisseling. Daarmee is het geloof in de superieure zorgkwaliteiten van vrouwen weer terug op het niveau van 1996. Vrouwen vinden minder vaak dat zij beter toegerust zijn voor deze zorgtaken dan mannen.

Vrouw beter geschikt voor zorg kind?

aandeel ‘(sterk) eens’ met de stelling: ‘Een vrouw is geschikter om kleine kinderen op te voeden dan een man’, bevolking van 16 jaar en ouder, 1981-2018 (in procenten)

vrouw zonder kind ≤ 12 jaar percentage jaar
#1 1981 56
#2 1985 43
#3 1986 43
#4 1987 39
#5 1991 36
#6 1992 40
#7 1993 36
#8 1996 27
#9 1997 29
#10 2002 33
#11 2004 38
#12 2006 38
#13 2008 32
#14 2010 32
#15 2012 27
#16 2014 25
#17 2016 24
#18 2018 24
vrouw met kind ≤ 12 jaar percentage jaar
#1 1981 40
#2 1985 29
#3 1986 34
#4 1987 28
#5 1991 23
#6 1992 29
#7 1993 23
#8 1996 21
#9 1997 21
#10 2002 27
#11 2004 30
#12 2006 31
#13 2008 25
#14 2010 31
#15 2012 21
#16 2014 32
#17 2016 30
#18 2018 26
man zonder kind ≤ 12 jaar percentage jaar
#1 1981 67
#2 1985 56
#3 1986 55
#4 1987 55
#5 1991 48
#6 1992 56
#7 1993 55
#8 1996 47
#9 1997 52
#10 2002 51
#11 2004 57
#12 2006 58
#13 2008 60
#14 2010 58
#15 2012 46
#16 2014 48
#17 2016 41
#18 2018 40
man met kind ≤ 12 jaar percentage jaar
#1 1981 58
#2 1985 45
#3 1986 52
#4 1987 52
#5 1991 39
#6 1992 46
#7 1993 39
#8 1996 33
#9 1997 42
#10 2002 48
#11 2004 52
#12 2006 48
#13 2008 45
#14 2010 48
#15 2012 42
#16 2014 42
#17 2016 41
#18 2018 37

Bron:SCP (CV ’81-’18)

Steeds meer kinderen in de formele opvang

Het aantal kinderen in de formele opvang is sinds 2015 fors gestegen. Het gaat dan om opvang van kinderen door kindercentra (dagopvang en buitenschoolse opvang) en geregistreerde gastouders. In 2017 betrof het 882.000 kinderen voor wie de Belastingdienst kinderopvangtoeslag uitkeerde. Dit is het hoogste aantal ooit (CBS 2018). De stijging komt onder meer door de verruiming van het recht op een kinderopvangtoeslag vanaf 2016 en de omvorming van peuterspeelzalen tot kinderopvanglocaties. Er worden vooral meer kinderen in kindercentra opgevangen; het aantal kinderen bij gastouders groeide maar weinig.

Vooral ouders met kinderen tot 4 jaar maken gebruik van formele opvang

Werkende ouders van wie het jongste kind jonger dan 4 jaar is, maken meer gebruik van formele opvang dan ouders van wie de jongste 4 tot 13 jaar oud is: 70% versus 32% in 2017. Ook combineren ze deze vaker met (on)betaald oppassen door familie, vrienden of buren (informele opvang). Dat doen ze ook vaker dan in 2011. Bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag in 2011 tot en met 2013 waren voor een deel van de gebruikers aanleiding om het aantal opvangdagen te beperken en vaker ook informele opvang in te schakelen (Portegijs et al. 2014).

Het merendeel van de werkende ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd maakt alleen gebruik van informele opvang (33%) of heeft geen opvang (35%). Zowel bij ouders met kinderen tot 4 jaar als ouders met alleen kinderen van 4 tot 13 is het gebruik van formele opvang tussen 2015 en 2017 toegenomen, bij ouders met jonge kinderen steeg dit echter sneller.

Gebruik kinderopvang

kinderen 0-3 jaar

# 2011 2013 2015 2017
alleen formele opvang 31 21 18 19
formele en informele opvang 36 42 46 51
alleen informele opvang 22 27 26 23
geen opvang 11 10 10 8

kinderen 4-12 jaar

# 2011 2013 2015 2017
alleen formele opvang 13 14 13 17
formele en informele opvang 11 15 17 15
alleen informele opvang 33 29 35 33
geen opvang 43 42 34 35

aInclusief alleenstaande ouders die werken.

Bron:CBS (European Survey on Income and Living Conditions ’11-’17)

Meeste vrouwen en mannen niet overtuigd dat kinderopvang goed is voor baby’s

Twee op de drie vrouwen en mannen denken dat het voor een peuter goed is om een paar dagen naar de kinderopvang te gaan. Voor jongere kinderen zijn veel minder mensen daarvan overtuigd. Ook voor schoolgaande kinderen wordt de meerwaarde van een paar dagen buitenschoolse opvang minder vaak ingezien, vooral door vrouwen. Moeders blijken minder vaak overtuigd van het nut van kinderopvang dan vrouwen zonder kinderen. Bij mannen is dit precies andersom (zie bijlage B10.2).

Kinderopvang goed voor kind?

aandeel ‘(helemaal) eens’ met de stelling: ‘Het is goed voor kinderen als ze een aantal (twee of drie) dagen naar de kinderopvang gaan’, bevolking vanaf 16 jaar, 2018 (in procenten)

# baby (0 jaar) baby (1 jaar) peuter schoolgaand kind
vrouw 28 40 70 46
man 24 35 65 54

Bron:SCP (EMOP’18)

Vrouwen nemen twee keer zo vaak ouderschapsverlof als mannen

In 2017 had 22% van de vrouwelijke werknemers met kinderen tot 8 jaar ouderschapsverlof. Bij de mannen was dit 11%. In vergelijking met 2015 is het gebruik van ouderschapsverlof nagenoeg niet veranderd. Het gemiddeld aantal uren dat werknemers per week aan ouderschapsverlof opnemen, verschilt weinig tussen mannen en vrouwen: vrouwen namen in 2017 per week gemiddeld negen uur op, mannen acht uur. Wel nemen mannen het verlof over een langere periode op dan vrouwen: negentien versus veertien maanden. Zowel bij vrouwen als mannen is de spreiding van het ouderschapsverlof vergeleken met 2015 toegenomen.

Naast het ouderschapsverlof gedurende de eerste acht levensjaren van het kind kunnen mannelijke werknemers direct na de geboorte van het kind twee dagen betaald kraamverlof opnemen. In 2017 deed 86% van de jonge vaders dat, net zo vaak als in 2015. Het is ook gebruikelijk om ADV- of vakantiedagen op te nemen in de periode na de geboorte van het kind. Bijna twee derde deel van de vaders die na de geboorte van het kind enige vorm van verlof opnamen, maakte van deze verlofsoort gebruik (Perez 2018).

Literatuur

CBS (2018). Recordaantal kinderen met kinderopvangtoeslag. Geraadpleegd op 31 juli 2018 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/27/recordaantal-kinderen-met-kinderopvangtoeslag.

Perez, S.A. (2018). Veel vaders nemen extra verlof op na geboorte kind. Geraadpleegd op 31 juli 2018via https://esb.nu/kort/20042498/veel-vaders-nemen-extra-verlof-op-na-geboorte-kind.

Deze kaart citeren

Portegijs (SCP), W., S.A. Perez (CBS) en M. van den Brakel (CBS) (2018). Wie zorgt er voor de kinderen?. In: Emancipatiemonitor: 2018. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2018/wie-zorgt-er-voor-de-kinderen.

Informatie noten

Ideale taakverdeling: vrouwen en mannen hebben aangegeven hoe ze het betaald werk en de zorg voor kinderen het liefst zouden willen verdelen. Dit leverde verschillende combinaties op, waarvan de meest voorkomende in de figuur zijn weergegeven.

Deze groep is zo klein dat deze, samen met andere nauwelijks voorkomende opties, in de categorie ‘anders’ is opgenomen.

Kinderopvangtoeslag wordt uitgekeerd voor het gebruik van formele opvang in een kindercentrum (dagopvang of buitenschoolse opvang) of via een geregistreerd gastouderbureau. De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp) gaat uit van financiering van formele kinderopvang door ouders, werkgevers en de overheid. Zowel de werkgeversbijdrage als de overheidsbijdrage wordt sinds 2007 door de Belastingdienst via de kinderopvangtoeslag uitgekeerd. Voorwaarde is dat de aanvrager en de eventuele toeslagpartner allebei werken, een opleiding volgen of aan een inburgerings- of re-integratietraject meedoen. De toeslag wordt doorgaans aangevraagd door één ouder per gezin.

Ongeacht de leeftijd van het kind kiest steeds een op de drie vrouwen/mannen voor een neutraal standpunt; zij zijn het niet eens en niet oneens met de stelling. De overigen zijn het oneens met de stelling en daarmee zeggen ze dat ze menen dat een paar dagen kinderopvang dus niet goed is voor een kind. Deze groep is vooral groot wat betreft opvang van baby’s (42% oneens dat opvang goed is voor een baby van 0 jaar en 30% oneens als het om een baby van 1 jaar gaat).

Werknemers met kinderen tot 8 jaar hebben recht op ouderschapsverlof. Deze verlofsoort stelt werknemers in staat om meer tijd door te brengen met het eigen kind. Ouderschapsverlof kan bij de werkgever worden aangevraagd. Wettelijk heeft men geen recht op salaris voor de uren waarvoor men ouderschapsverlof opneemt, maar sommige werkgevers betalen het loon toch (gedeeltelijk) door tijdens het verlof. Men heeft recht op 26 keer het aantal uren dat men per week werkt.

Een vergelijking met cijfers op basis van de Enquête beroepsbevolking (EBB) van het CBS over ouderschapsverlof van vóór 2015 is niet mogelijk, omdat deze betrekking hebben op werknemers die twaalf uur of meer per week werkten.

Mannelijke werknemers van wie de vrouw of partner is bevallen, hebben recht op kraamverlof (ook wel vaderschapsverlof, partnerverlof of geboorteverlof genoemd). Het wettelijk minimum is in 2018 vastgesteld op twee dagen betaald verlof, maar afhankelijk van de cao kan dit meer zijn. Rechthebbenden moeten dit verlof binnen vier weken na de bevalling opnemen.