CBSSCP

Emancipatiemonitor 2018

4 / 18

Meer vrouwen in de techniek en meer mannen in de zorg?

Auteurs: Laura Wielenga-van der Pijl (CBS), Marijke Hartgers (CBS) en Henk Jan Dirven (CBS)

Weinig vrouwen zijn werkzaam in technische beroepen, terwijl mannen zijn ondervertegenwoordigd in de zorg. Dat komt vooral door de studiekeuze: meisjes kiezen minder vaak voor een technische opleiding en jongens minder vaak voor de zorg. Daar komt bij dat vrouwen die een technische opleiding hebben gevolgd daarna veel minder vaak in een technisch beroep aan de slag zijn dan mannen. Andersom werken mannen met een opleiding in de richting zorg en welzijn iets minder vaak in een zorgberoep dan vrouwen. Sinds 2007 is de studiekeuze wel minder seksespecifiek geworden. Dat geldt ook voor de verdeling van mannen en vrouwen over beroepsklassen. Het aandeel vrouwen in zorg, dienstverlening en administratie is iets gedaald, en hun aandeel in technische beroepen en ICT iets toegenomen.

Studiekeuze minder seksespecifiek, behalve in het wo

Van oudsher kiezen meisjes en jongens in het onderwijs vaak voor verschillende richtingen. Terwijl meisjes vooral kiezen voor opleidingen in de zorg, het onderwijs en sociaal-culturele beroepen, hebben jongens vaker een voorkeur voor natuur en techniek. Verschillen in richtingkeuze kunnen worden weergegeven met een zogenoemde segregatie-index. In 2017/’18 bedroeg de segregatie-index voor onderwijsrichting in het vmbo 18% en in het mbo 20%. Dat wil zeggen dat ongeveer een op de vijf leerlingen van sector zou moeten veranderen om een gelijke verdeling tussen vrouwen en mannen te krijgen. Op het vwo zijn de verschillen met 10% het kleinst.

Tussen 2007/’08 en 2015/’16 is het verschil in richtingkeuze in bijna alle onderscheiden onderwijssoorten en -niveaus kleiner geworden, behalve in het wo, waar sprake was van een toename. Na 2015/’16 bleef de segregatie vrijwel gelijk; alleen bij het vmbo nam deze nog verder af.

Segregatie-index

Een segregatie-index geeft de mate aan waarin verdelingen verschillen. Hier staat het verschil in de verdeling over onderwijsrichtingen en beroepsklassen van vrouwen en mannen centraal. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de marginal matching measure. Deze index geeft aan welk aandeel van alle personen van richting of klasse zou moeten veranderen om een gelijke verdeling van mannen en vrouwen te krijgen. Daarbij geldt als voorwaarde dat de omvang van de richtingen en klassen ongewijzigd blijft. Als de waarde 0 is, dan is er sprake van een volstrekt identieke verdeling van vrouwen en mannen over de richtingen (of klassen).

Segregatie studierichting

segregatie-index voor keuze van studierichting, 2007/'08-2017/'18 (in procenten)

# 2007/'08 2008/'09 2009/'10 2010/'11 2011/'12 2012/'13 2013/'14 2014/'15 2015/'16 (a) 2016/'17 (b) 2017/'18 (b)
vmbo 3/4 (sector) 24.7 24.4 23.7 22.6 22.1 21.3 20.8 19.7 18.9 18.3 18.0
havo 4/5 (profiel) 17.5 15.1 14.3 13.6 13.0 12.2 12.1 11.8 11.3 11.4 11.3
vwo 5/6 (profiel) 16.3 14.5 12.1 11.7 11.2 11.1 10.9 10.6 10.2 10.3 10.2
mbo (sector) 22.4 22.2 21.7 21.5 21.5 21.4 21.1 20.6 20.1 20.0 20.2
1e jaars hbo 17.7 17.4 16.7 16.6 16.1 16.1 15.9 16.3 17.2 17.0 17.2
1e jaars wo 8.8 9.1 8.5 8.5 8.8 8.9 9.3 9.7 12.6 12.4 12.4

aDe cijfers voor hbo en wo vanaf 2015/’16 zijn niet vergelijkbaar met de eerdere cijfers, omdat toen een nieuwe indeling in de internationale onderwijsclassificatie (ISCED) werd ingevoerd.

bVoorlopige cijfers.

Bron:Bron: CBS (Onderwijsstatistieken 2007/’09-2017/’18)

Meer vrouwen kiezen voor bèta

Binnen alle onderwijssoorten zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in de bètarichtingen (techniek, ICT en wis-/natuurkunde). In 2017/’18 varieerde hun aandeel van nog geen 10% binnen de sector techniek in het vmbo tot ruim 40% van de vwo-leerlingen met een NT-profiel (natuur en techniek). Wel is het aandeel meisjes dat voor bèta kiest toegenomen. Na de invoering van de vernieuwde tweede fase in havo en vwo (2007/’08) steeg daar het percentage meisjes met een NT-profiel in één keer aanzienlijk, maar ook daarna groeide dit aandeel (CBS 2018b). In het hbo nam het aandeel vrouwen in de bètarichtingen wiskunde, natuurwetenschappen, informatica, techniek, industrie en bouwkunde tot 2014/’15 gestaag toe. Na 2015/’16 stagneerde de groei enigszins. In het wo steeg vanaf 2015/’16 het aandeel vrouwen in deze studies.

Aandeel vrouwen in bètarichtingen

aandeel vrouwen in bètarichtingen, 2007/'08-2017/'18 (in procenten)

# 2007/'08 2008/'09 2009/'10 2010/'11 2011/'12 2012/'13 2013/'14 2014/'15 2015/'16 (a) 2016/'17 (b) 2017/'18 (b)
havo 4/5 NT-profiel (incl. combinaties) 15.3 20.7 21.6 22.0 23.7 25.3 26.0 27.2 28.7 29.1 30.1
vwo 5/6 NT-profiel (incl. combinaties) 20.1 30.9 37.9 38.0 38.2 37.8 37.6 39.2 40.1 40.6 42.2
vmbo 3/4 techniek (sector) 5.9 6.5 7.1 7.4 6.9 7.0 7.9 7.9 8.3 9.0 9.6
mbo-techniek (sector) 14.5 15.0 16.0 16.9 15.7 16.8 17.9 19.7 20.7 19.8 19.3
1e jaars hbo wis-/natuurkunde, ict en techniek 13.9 15.1 15.7 17.0 17.5 18.4 19.6 20.3 18.7 19.5 18.7
1e jaars wo wis-/natuurkunde, ict en techniek 26.5 26.2 27.6 29.0 28.2 28.2 28.8 28.6 33.7 35.9 36.2

aDe cijfers voor hbo en wo vanaf 2015/’16 zijn niet vergelijkbaar met de eerdere cijfers, omdat toen een nieuwe indeling in de internationale onderwijsclassificatie  (ISCED) werd ingevoerd.

bVoorlopige cijfers.

Aandeel mannen in zorgrichtingen

Aandeel mannen in zorgrichtingenen, 2007/'08-2017/'18 (in procenten)

# 2007/'08 2008/'09 2009/'10 2010/'11 2011/'12 2012/'13 2013/'14 2014/'15 2015/'16 (a) 2016/'17 (b) 2017/'18 (b)
vmbo 3/4 zorg en welzijn (sector) 14.4 12.6 11.7 11.9 11.3 11.7 11.5 11.9 12.2 13.5 15.1
mbo zorg en welzijn (sector) 17.8 17.6 18.0 18.8 19.0 19.3 19.7 20.0 20.3 20.8 21.2
1e jaars hbo gezondheidszorg en welzijn (ISCED) 20.7 19.8 21.0 21.5 22.3 22.0 21.4 21.1 20.3 20.5 19.9
1e jaars wo gezondheidszorg en welzijn (ISCED) 35.5 35.7 35.8 35.0 35.6 35.0 34.7 33.8 30.1 28.9 28.6

aDe cijfers voor hbo en wo vanaf 2015/’16 zijn niet vergelijkbaar met de eerdere cijfers, omdat toen een nieuwe indeling in de ISCED (de internationale onderwijsclassificatie) werd ingevoerd.

bVoorlopige cijfers.

Bron:Bron: CBS (Onderwijsstatistieken 2007/’09-2017/’18)

Alleen in het (v)mbo toename aandeel mannen in zorgopleidingen

Mannen zijn flink ondervertegenwoordigd in de zorgopleidingen. Het laagst is dit aandeel in het vmbo en het hoogst in het wo (CBS 2018a). In het mbo is het aandeel jongens in zorgopleidingen sinds 2009/’10 gestaag toegenomen en ook in het vmbo is hun aandeel sinds 2014/’15 weer gegroeid. Anders is dat in het hbo en wo: daar kozen mannen van 2012/’13 tot en met 2014/’15 steeds minder vaak voor een opleiding in de sector zorg en welzijn. Ook na 2015/’16 was er in het wo sprake van een daling, terwijl het aandeel mannen met een zorgopleiding in het hbo stabiel bleef.

Weinig vrouwen met een technische opleiding werken in een technisch beroep

Vrouwen met een opleiding in de richting techniek, industrie en bouwkunde komen relatief weinig – en ook minder vaak dan mannen – terecht in een technisch beroep. Een kwart van de werkende vrouwen die zijn opgeleid in de richting techniek, industrie en bouwkunde had in 2017 een technisch beroep, terwijl dat bij mannen ruim de helft was (zie bijlage). Onder hoogopgeleiden is dit verschil kleiner. Het aandeel technisch opgeleide vrouwen dat in een technisch beroep werkzaam is, is na 2014 jaar wel iets toegenomen. Ook vrouwen met een informatica-opleiding zijn minder vaak dan mannen in een ICT-beroep werkzaam. Hetzelfde geldt voor het aandeel vrouwen met een opleiding in landbouw, diergeneeskunde en -verzorging die daarna werkzaam zijn in de landbouw. Daarentegen werken na een opleiding in zorg en welzijn zowel vrouwen als mannen relatief vaak in die beroepsklasse (zie ook CBS 2018c).

Ruim 80% van zorg en welzijn-beroepen vervuld door vrouwen

Tussen beroepsklassen zijn er aanzienlijke verschillen in het aandeel vrouwen. Naar verhouding zijn de meeste vrouwen te vinden in de klasse zorg en welzijn: ruim acht op de tien. Daarnaast zijn vrouwen oververtegenwoordigd in pedagogische en dienstverlenende beroepen. Het laagst is het aandeel vrouwen in transport‑ en logistieke beroepen, en ook technische en ICT-beroepen worden relatief weinig door vrouwen uitgeoefend.

Het totale aandeel vrouwen in de werkzame bevolking was in 2017 met 46% iets hoger dan tien jaar eerder (44%). Het aandeel vrouwen nam vooral toe in de beroepsklassen openbaar bestuur, veiligheid en in juridische beroepen. Ook in creatieve en taalkundige beroepen en in pedagogische beroepen was er sprake van een stijging. Hoewel er wat meer vrouwen in ICT, technische en transportberoepen gingen werken, bleef het aandeel vrouwen in deze beroepsklassen het laagst. De sterkste afname van het aandeel vrouwen deed zich voor in agrarische beroepen. In zorg en welzijn-beroepen kromp het aandeel licht.

Beroepen vrouwen

werkende niet-onderwijsvolgende vrouwen van 15-64 jaar naar beroepsklasse, 2017 (in procenten)

# transport en logistiek technisch ICT agrarisch managers overig openbaar bestuur, veiligheid en juridisch creatief en taalkundig commercieel bedrijfseconomisch en administratief dienstverlenend pedagogisch zorg en welzijn
2007 11.2 10.6 11.8 25.7 25.7 31.3 30.1 43.2 54.3 58.8 70.6 68.5 81.4
2017 11.6 12.6 14.2 21.2 25.7 29.7 36.3 46.7 52.7 55.5 66.8 72.1 80.6

Bron:CBS (EBB’07, ’17)

Afgenomen segregatie van vrouwen en mannen in beroepsklassen

Ook de ongelijke verdeling van vrouwen en mannen over beroepsklassen kan worden uitgedrukt in een segregatie-index. In 2017 had deze een waarde van bijna 22%; dat is evenveel als in 2015, maar minder dan in 2007 (24%). De verdeling van werkende vrouwen over beroepsklassen is dus meer op die van mannen gaan lijken. Dat zien we ook als we het aandeel vrouwen in de verschillende beroepsklassen vergelijken: in de meeste klassen waar vrouwen sterk zijn oververtegenwoordigd, is hun aandeel iets teruggelopen en andersom.

Literatuur

CBS 2018a. Een op vijf leerlingen gezondheid of welzijn is man. Geraadpleegd op 5 september 2018 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/11/een-op-vijf-leerlingen-gezondheid-of-welzijn-is-man.

CBS 2018b. Techniekonderwijs wordt populairder bij meisjes. Geraadpleegd op 5 september 2018 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/15/techniekonderwijs-wordt-populairder-bij-meisjes.

CBS 2018c. Meer verpleegkundigen afgestudeerd. Geraadpleegd op 5 september 2018 via https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/19/meer-verpleegkundigen-afgestudeerd.

Deze kaart citeren

Wielenga-Pijl (CBS), L., M. Hartgers (CBS) en H. J. Dirven (CBS) (2018). Meer vrouwen in de techniek en meer mannen in de zorg?. In: Emancipatiemonitor: 2018. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2018/meer-vrouwen-in-de-techniek-en-meer-mannen-in-de-zorg.

Informatie noten

De cijfers voor hbo en wo vanaf 2015/’16 zijn niet vergelijkbaar met de eerdere cijfers, omdat toen een nieuwe indeling in de ISCED (de internationale onderwijsclassificatie) werd ingevoerd.

De cijfers voor hbo en wo vanaf 2015/’16 zijn niet vergelijkbaar met de eerdere cijfers, omdat toen een nieuwe indeling in de ISCED (de internationale onderwijsclassificatie) werd ingevoerd.

De cijfers voor hbo en wo vanaf 2015/’16 zijn niet vergelijkbaar met de eerdere cijfers, omdat toen een nieuwe indeling in de ISCED (de internationale onderwijsclassificatie) werd ingevoerd.

Deze beroepsklasse omvat de ingenieurs en onderzoekers wis-, natuur- en technische wetenschappen, technici en toezichthouders bouw en industrie, procesoperators, bouw- en metaalarbeiders en voedselverwerkende beroepen.