CBSSCP

Emancipatiemonitor 2018

18 / 18

Hoe doet Nederland het ten opzichte van andere EU-landen?

Auteurs: Marion van den Brakel (CBS) en Ans Merens (SCP)

In alle EU-lidstaten werken vrouwen minder vaak dan mannen, verdienen ze een lager uurloon, vervullen minder vaak managementfuncties en doen vaker het onbetaalde werk (zorg en huishouden). Wat betreft genderverschillen in arbeidsparticipatie, opleidingsniveau en de verdeling van zorgtaken staat Nederland er goed voor vergeleken met andere Europese landen. Maar nergens werken vrouwen zo vaak in deeltijd als in Nederland. Ook het loonverschil tussen vrouwen en mannen is in ons land relatief groot. Bovendien telt Nederland in verhouding weinig vrouwelijke managers en doen weinig vrouwen een bètastudie. Nederland staat op de vierde plek volgens een EU-index die sekseverschillen op deze en andere gebieden (zoals gezondheid) samen neemt.

Wat geeft de Gender Equality Index aan?

De Gender Equality Index van het Europees Instituut voor Gendergelijkheid (EIGE) geeft voor de domeinen werk, geld (loon en inkomen), kennis, tijdsbesteding, macht en gezondheid de gelijkheid weer tussen vrouwen en mannen in de EU-lidstaten. Voor het thema geweld zijn ook scores berekend (op basis van een onderzoek van het European Union Agency for Fundamental Rights (FRA 2014)); vanwege het andersoortige karakter zijn deze scores niet in de index zelf ondergebracht en gepresenteerd, maar afzonderlijk in een zogenoemd ‘satellietdomein’.

De index van EIGE is gebaseerd op verschillen (gaps) tussen vrouwen en mannen in participatie (of een andere uitkomstvariabele) en op het niveau van die participatie. De scores zijn zo berekend dat een waarde van 100 volledige gelijkheid tussen vrouwen en mannen aanduidt en een waarde van 0 volledige ongelijkheid. Eerst zijn voor de verschillende domeinen – die op hun beurt weer uit subdomeinen bestaan – de scores berekend. Daarna is op basis van de domeinscores de score op de totale index berekend voor de verschillende lidstaten (zie voor details over de berekening van de index EIGE 2017).

Zweden heeft de hoogste score (83) op de Gender Equality Index, gevolgd door Denemarken en Finland. Nederland komt direct daarna op de vierde plaats (73). Deze score is vooral toe te schrijven aan relatief hoge scores (ten opzichte van andere EU-landen) op tijdsbesteding (aan zorgtaken en sociale activiteiten), arbeid (vooral subdomein kwaliteit van werk), geld (vooral subdomein armoede en inkomensongelijkheid) en gezondheid (vooral subdomein gezondheid). Andere West-Europese landen volgen dicht na Nederland. De laagste scores hebben Hongarije en Griekenland (rond de 50) (zie verder voor scores van de landen de Gender Equality Index).

Naast de Gender Equality Index van EIGE bestaan er nog andere indices die gender(on)gelijkheid weergeven. De Gender Inequality Index (GII) en de Gender Development Index (GDI) van de Verenigde Naties (UN 2016) richten zich op ongelijkheid op het gebied van onderwijs (kennis), arbeid, levensstandaard en gezondheid. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD 2014) heeft de Social Institutions and Gender Index (SIGI) ontwikkeld, die discriminatie van vrouwen op maatschappelijk terrein meet. Een andere bekende index is de Global Gender Gap Index van het World Economic Forum (2017). Deze meet ongelijkheden in economische participatie, opleidingsniveau, gezondheid en politieke participatie. Tot slot noemen we de Glass Ceiling Index van het vooraanstaande tijdschrift The Economist (The Economist 2018). Voor de 29 OECD-landen geeft deze index de positie van werkende vrouwen weer en de voorzieningen om arbeid en zorg te combineren.

Vrouwen in Nederland vaak en doorgaans in deeltijd aan het werk

Vrouwen in Nederland staan met hun relatief hoge arbeidsdeelname op de zevende plek op de EU-ranglijst. Door de gegroeide arbeidsdeelname van vrouwen in Nederland (zie Gaan vrouwen steeds meer werken?) klommen zij vergeleken met twee jaar eerder een plek omhoog op de ranglijst. Al jarenlang is Zweden de EU-lidstaat met de hoogste arbeidsdeelname van vrouwen. Bij de mannen is Tsjechië koploper, gevolgd door Malta. Nederlandse mannen nemen, net als in 2015, de vijfde plek in (Van den Brakel en Merens 2016).

Vrouwen en mannen in Nederland zijn ‘kampioen’ deeltijdwerken in de EU. Ruim een vijfde deel van de mannen en bijna driekwart van de vrouwen werkt in deeltijd (zie Gaan vrouwen steeds meer werken?). In alle andere lidstaten heeft juist de meerderheid van de werkende vrouwen een voltijdbaan. In Oostenrijk en Duitsland, waar de arbeidsdeelname van vrouwen ook relatief hoog is, werkt net iets minder dan de helft in deeltijd. Onder Bulgaarse vrouwen komt een deeltijdbaan het minst voor.

Arbeidsparticipatie in EU

vrouw

vrouw

# vrouw in EU-land vrouw in Nederland
EU-28 66.5 0
0 0
Zweden 79.8 0
Litouwen 75.5 0
Duitsland 75.2 0
Estland 75.1 0
Denemarken 73.7 0
Verenigd Koninkrijk 73.1 0
Nederland 0 72.8
Letland 72.7 0
Finland 72.4 0
Oostenrijk 71.4 0
Tsjechië 70.5 0
Portugal 69.8 0
Slovenië 69.7 0
Luxemburg 67.5 0
Bulgarije 67.3 0
Ierland 67 0
Frankrijk 66.7 0
Cyprus 66.2 0
Hongarije 65.7 0
Slowakije 64.7 0
België 63.6 0
Polen 63.6 0
Roemenië 60.2 0
Spanje 59.6 0
Kroatië 58.3 0
Malta 58 0
Italië 52.5 0
Griekenland 48 0

man

# man in EU-land man in Nederland
EU-28 78 0
0 0
Zweden 83.8 0
Litouwen 76.5 0
Duitsland 83.1 0
Estland 82.4 0
Denemarken 80.2 0
Verenigd Koninkrijk 83.4 0
Nederland 0 83.3
Letland 77 0
Finland 75.9 0
Oostenrijk 79.4 0
Tsjechië 86.3 0
Portugal 77.3 0
Slovenië 76.9 0
Luxemburg 75.4 0
Bulgarije 75.3 0
Ierland 79.1 0
Frankrijk 74.6 0
Cyprus 75.6 0
Hongarije 81 0
Slowakije 77.5 0
België 73.4 0
Polen 78.2 0
Roemenië 77.3 0
Spanje 71.5 0
Kroatië 68.9 0
Malta 84.1 0
Italië 72.3 0
Griekenland 67.7 0

Bron:Eurostat (2017a; 2017b)

(Deeltijd)werken in EU

vrouw

vrouw

# vrouw in EU-land vrouw in Nederland
EU-28 31.1 0
0 0
Bulgarije 2.3 0
Kroatië 6 0
Hongarije 6.2 0
Roemenië 6.6 0
Slowakije 8 0
Litouwen 9.2 0
Polen 9.8 0
Letland 10.4 0
Tsjechië 10.8 0
Portugal 11.4 0
Estland 12.9 0
Slovenië 13.7 0
Griekenland 14 0
Cyprus 15.6 0
Finland 18.6 0
Malta 23.9 0
Spanje 23.9 0
Frankrijk 29.4 0
Ierland 29.7 0
Denemarken 31.4 0
Italië 32.5 0
Zweden 32.9 0
Luxemburg 35.3 0
Verenigd Koninkrijk 39.1 0
België 40.9 0
Duitsland 46.8 0
Oostenrijk 47.9 0
Nederland 0 74.1

man

# man in EU-land man in Nederland
EU-28 8.2 0
0 0
Bulgarije 2 0
Kroatië 3.8 0
Hongarije 2.6 0
Roemenië 6.4 0
Slowakije 3.9 0
Litouwen 5.5 0
Polen 3.5 0
Letland 4.6 0
Tsjechië 2.3 0
Portugal 5.8 0
Estland 5.8 0
Slovenië 6 0
Griekenland 6.5 0
Cyprus 8.9 0
Finland 8.7 0
Malta 4.7 0
Spanje 6.9 0
Frankrijk 7.5 0
Ierland 9.6 0
Denemarken 12.4 0
Italië 8.2 0
Zweden 11.9 0
Luxemburg 5.7 0
Verenigd Koninkrijk 9.6 0
België 9.8 0
Duitsland 9.3 0
Oostenrijk 10.5 0
Nederland 0 22.6

Bron:Eurostat (2017a; 2017b)

Loonverschil tussen voltijds werkende mannen en vrouwen in Nederland relatief groot

Het bruto-uurloon van mannen is in bijna alle EU-lidstaten hoger dan van vrouwen. Het loonverschil is bij voltijdswerkers meestal groter dan bij deeltijdswerkers. In Oostenrijk is het verschil tussen voltijds werkende mannen en vrouwen met 22% het grootst, in Italië het kleinst (1%). Nederland kent met 14% een relatief groot sekseverschil bij voltijdswerkers. Onder Nederlandse deeltijdwerkers is het loonverschil maar 3%, wat naar Europese maatstaven klein is. In Luxemburg, Malta en Duitsland zijn deeltijds werkende vrouwen zelfs beter af dan mannen die deeltijds werken.

Loonverschillen in EU

bij voltijds dienstverband

# EU-land Nederland
Italië 0.1 0
België 1.1 0
Polen 6.8 0
Luxemburg (b) 7.1 0
Kroatië (b) 8.2 0
Griekenland (b) 10.3 0
Zweden 10.5 0
Ierland (b) 10.8 0
Spanje 10.8 0
Malta (b) 11.5 0
Cyprus (b) 13.2 0
Nederland 0 13.4
Frankrijk (b) 13.5 0
Bulgarije 14.6 0
Hongarije 15.1 0
Verenigd Koninkrijk (b) 15.5 0
Portugal 15.8 0
Litouwen 16.4 0
Denemarken 16.6 0
Finland 16.9 0
Duitsland 18.1 0
Slowakije 18.4 0
Letland 18.7 0
Oostenrijk (b) 20.6 0

bij deeltijds dienstverband

# EU-land Nederland
Luxemburg (b) 6.6 0
Malta (b) 2.1 0
Duitsland 0.5 0
Nederland 0 0.1
Litouwen 1.7 0
België 3.1 0
Griekenland (b) 3.5 0
Denemarken 3.8 0
Zweden 4.7 0
Bulgarije 6.9 0
Finland 8 0
Verenigd Koninkrijk (b) 8 0
Cyprus (b) 9.1 0
Polen 10.5 0
Hongarije 10.8 0
Italië 11.1 0
Ierland (b) 12.3 0
Oostenrijk (b) 12.9 0
Spanje 14.5 0
Frankrijk (b) 16.4 0
Slowakije 16.9 0
Kroatië (b) 22.3 0
Letland 22.7 0
Portugal 26.7 0

aCijfers van Tsjechië, Estland, Roemenië en Slovenië niet beschikbaar.

bCijfer over 2014.

Bron:Eurostat 2017c

Relatief weinig vrouwelijke managers in Nederland

Het aandeel vrouwelijke managers in Nederland (27%) is een van de laagste van de EU. Alleen in Luxemburg, Cyprus en Malta is dat aandeel nog lager. Het EU-gemiddelde bedraagt 34%. Letland steekt erbovenuit, met 46% vrouwen als managers. Ook enkele andere Oost-Europese landen (Polen, Slovenië) kennen relatief veel vrouwelijke managers (rond de 40%) (Eurostat 2018a). De vertegenwoordiging van vrouwen onder managers is van belang omdat zij de kweekvijver vormen van toekomstige topbestuurders.

Vrouwelijke managers in EU

aandeel vrouwelijke managers in de EU, alle managers van 15-64 jaar, 2017 (in procenten)

# EU-land Nederland
EU-28 33.8 0
0 0
Letland 46.3 0
Polen 41.8 0
Slovenië 41.7 0
Hongarije 39.4 0
Zweden 39.4 0
Bulgarije 39.3 0
Litouwen 39.1 0
Estland 38.4 0
Ierland 36.5 0
Verenigd Koninkrijk 36.5 0
Portugal 34.7 0
België 33.5 0
Frankrijk 33.5 0
Slowakije 33.2 0
Oostenrijk 31.9 0
Finland 31.5 0
Spanje 30.8 0
Roemenië 30.5 0
Griekenland 30.4 0
Malta 29.8 0
Duitsland 29.4 0
Kroatië 29.1 0
Italië 28.2 0
Denemarken 27.5 0
Nederland 0 27
Tsjechië 24.6 0
Cyprus 21.8 0
Luxemburg 18.6 0

Bron:Eurostat 2018a

Vrouwen doen (veel) vaker huishoudelijke en zorgtaken dan mannen; verschil in Nederland is relatief klein

In alle EU-landen besteden vrouwen veel vaker tijd aan het huishouden dan mannen: 72% van de werkende vrouwen en 24% van de mannen spendeert er dagelijks minstens één uur aan. In Nederland is dat voor vrouwen iets meer en mannen veel meer dan gemiddeld (resp. 75% en 38%), maar er is nog steeds een sekseverschil. In Griekenland is dat verschil tussen mannen en vrouwen het grootst (65 procentpunten), en ook andere Zuid- en Oost-Europese landen kennen grote verschillen (50 tot 60 procentpunten). Daar is het aandeel mannen dat dagelijks huishoudelijk werk doet erg klein: 5% tot 10%. In Zweden is het verschil het kleinst (20 procentpunten) (EIGE 2018a).

Ook aan de zorg voor kinderen besteden vrouwen in alle EU-lidstaten meer tijd dan mannen, maar het verschil tussen vrouwen en mannen is minder groot dan bij het huishoudelijke werk. In Nederland is dat verschil betrekkelijk klein (43% van de vrouwen versus 32% van de mannen). Zweden valt op met vrijwel geen man/vrouw-verschil (1 procentpunt). De sekseverschillen in kinderzorg zijn het grootst in Griekenland en Cyprus: bijna 30 procentpunten (EIGE 2018b).

In meeste EU-landen voldoen jonge vrouwen aan de EU-2020 onderwijsdoelstelling

In alle lidstaten zijn vrouwen van 30 tot 35 jaar vaker hoogopgeleid dan mannen in die leeftijd. Gemiddeld is 45% van de vrouwelijke EU-inwoners van 30 tot 35 jaar hoogopgeleid, van de mannen is dat 35%. Voor Nederland liggen die aandelen nog wat hoger: bijna 52% van de jonge vrouwen en 44% van de jonge mannen is hoogopgeleid. Daarmee hebben Nederlandse vrouwen de Europa 2020-doelstelling van minstens 40% hoogopgeleiden onder 30-35-jarigen ruimschoots gehaald, en ook Nederlandse mannen voldoen daaraan (EC 2015). Litouwen had met 68% de meeste hoogopgeleide jonge vrouwen, Roemenië de minste (29%) (Eurostat 2017d).

Bètastudie weinig in trek bij vrouwen in Nederland

Bètastudies kunnen in Nederland traditioneel rekenen op een minderheid aan vrouwen, al is hun deelname stijgende (zie ook Meer vrouwen in de techniek en meer mannen in de zorg?). Europees gezien is de deelname van Nederlandse vrouwen aan hoger onderwijs (bachelor of master) in bètastudies met 24% in 2016 laag (Eurostat 2017e). Dat geldt eveneens voor België (22%) en Finland (23%). In het Verenigd Koninkrijk, Polen en Italië volgen vrouwen met 38% het vaakst een bètastudie. In alle EU-landen zijn vrouwen oververtegenwoordigd in opleidingen in de sector zorg en welzijn, met koploper Estland (85%). In Nederland is het aandeel 74%.

Verschil in levensverwachting tussen vrouwen en mannen in Nederland relatief klein, maar verschil in gezonde levensverwachting relatief groot

In alle EU-lidstaten hebben vrouwen een hogere levensverwachting dan mannen; zij leven gemiddeld vijfenhalf jaar langer dan mannen. De levensverwachting loopt sterk uiteen tussen de Europese landen. In Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk is het verschil in levensverwachting tussen vrouwen en mannen relatief gering (drie tot drieënhalf jaar) (Eurostat 2018b).

Hoewel in Nederland het verschil in levensverwachting de laatste jaren afneemt, stijgt het verschil in gezonde levensverwachting (zie Vrouwen leven langer, maar zijn ze ook gezonder?). In de meeste EU-lidstaten hebben vrouwen een iets hogere gezonde levensverwachting dan mannen: gemiddeld in de EU 64,2 jaar tegenover 63,5 jaar. In Denemarken, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk en België is er (vrijwel) geen verschil te zien. In Nederland, Portugal, Finland, Slovenië, Luxemburg en Roemenië hebben mannen juist een hogere gezonde levensverwachting. Opvallend is dat dit verschil in Nederland vijf jaar bedraagt, terwijl dat in andere landen één à twee jaar is (Eurostat 2018c). Daarentegen hebben vrouwen een duidelijk hogere gezonde levensverwachting dan mannen in Estland, Litouwen en Polen. Een verklaring hiervoor is de grote alcoholconsumptie van mannen in deze landen (Shield et al. 2012).

Literatuur

Brakel, M. van den, en A. Merens (2016.) Emancipatie in Europees perspectief. In: W. Portegijs en M. van den Brakel (red.), Emancipatiemonitor 2016 (p. 245-267). Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau / Centraal Bureau voor de Statistiek.

EC (2015). Strategic Engagement for Gender Equality 2016-2019. Brussel: Commissie van de Europese Gemeenschappen.

EIGE (2017). Gender Equality Index 2017: Measuring gender equality in the European Union 2005-2015. Report. Vilnius: European Institute for Gender Equality.

EIGE (2018a). Housework and cooking. Geraadpleegd op 13 juli 2018 via http://eige.europa.eu/gender-statistics/dgs/indicator/ta_time_care_house__ewcs_unpaidwork_house.

EIGE (2018b). Child care. Geraadpleegd op 13 juli 2018 via http://eige.europa.eu/gender-statistics/dgs/indicator/ta_time_care_child_prov__ewcs_unpaidwork_child.

Eurostat (2017a). Employment and activity by sex and age - annual data. Geraadpleegd op 12 juni 2018 via https://ec.europa.eu/eurostat/data/database.

Eurostat (2017b). Part-time employment as percentage of the total employment, by sex and age. Geraadpleegd op 12 juni 2018 via https://ec.europa.eu/eurostat/data/database.

Eurostat (2017c). Gender pay gap in unadjusted form by working time. Geraadpleegd op 13 juni 2018 via https://ec.europa.eu/eurostat/data/database.

Eurostat (2017d). Tertiary educational attainment by sex, age group 30-34. Geraadpleegd op 12 juni 2018 via https://ec.europa.eu/eurostat/data/database.

Eurostat (2017e). Students enrolled in tertiary education by education level, programme orientation, sex and field of education. Geraadpleegd op 12 juni 2018 via https://ec.europa.eu/eurostat/data/database.

Eurostat (2018a). Employed women being in managerial positions by age. Geraadpleegd op 1 juni 2018 via https://ec.europa.eu/eurostat/tgm/refreshTableAction.do?tab=table&plugin=1&pcode=tqoe1c2&language=en.

Eurostat (2018b). Life expectancy at birth by gender. Geraadpleegd op 19 juli 2018 via http://ec.europa.eu/eurostat/web/products-datasets/-/tps00150.

Eurostat (2018c). Healthy life years at birth by gender. Geraadpleegd op 19 juli 2018 via

http://ec.europa.eu/eurostat/web/products-datasets/-/tps00150.

FRA (2014). Violence against women: an EU-wide survey. Main results. Wenen: European Union Agency for Fundamental Rights.

OECD (2014). Social Institutions & Gender Index. Synthesis Report. Parijs: Organisation for Economic Cooperation and Development.

Shield, K.D., T. Kehoe, G. Gmel, M.X. Rehm en J. Rehm (2012). Societal burden of alcohol. In: P. Anderson, L. Møller en G. Galea (red.), Alcohol in the European Union. Consumption, harm and policy approaches (p. 10-27). Kopenhagen: WHO, Regional Office for Europe.

The Economist (2018). The Economist’s 2018 glass-ceiling index shows that disparity between countries on workplace gender equality remains wide. In: The Economist, 15 februari 2018. Geraadpleegd op 31 juli via https://press.economist.com/stories/12021-the-economists-2018-glass-ceiling-index-shows-that-disparity-between-countries-on-workplace-gender-equality-remains-wide.

UN (2016). Human development report 2016. New York: United Nations. Geraadpleegd op 31 juli 2018 via http://hdr.undp.org/en/2016-report.

World Economic Forum (2017). The Global Gender Gap Report 2017. Davos: World Economic Forum. Geraadpleegd op 31 juli 2018 via https://www.weforum.org/reports/the-global-gender-gap-report-2017.

Deze kaart citeren

Brakel (CBS), M. van en A. Merens (SCP) (2018). Hoe doet Nederland het ten opzichte van andere EU-landen?. In: Emancipatiemonitor: 2018. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/emancipatiemonitor2018/hoe-doet-nederland-het-ten-opzichte-van-andere-eu-landen.

Informatie noten

Met arbeidsdeelname wordt hier de nettoarbeidsparticipatie bedoeld, oftewel welk deel van de totale bevolking van 20 tot 65 jaar betaald werk heeft. De referentiepopulatie is anders dan in Gaan vrouwen steeds meer werken?, waar het om de bevolking van 15 tot 65 jaar exclusief onderwijsvolgenden gaat.

Er zijn geen goede vergelijkbare gegevens voor de EU beschikbaar over het aandeel vrouwen in topfuncties.

Sinds 2016 publiceert Eurostat over onderwijsrichting conform een aangepaste indeling (ISCEDF13). De cijfers zijn daarom niet vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Gezonde levensverwachting betekent het aantal jaren vanaf de geboorte dat burgers zonder lichamelijke beperkingen doorbrengen. De gegevens zijn ontleend aan de EU-enquête Statistics on Income and Living Conditions (SILC) en zijn dus niet direct vergelijkbaar met gegevens over gezonde levensverwachting uit de Gezondheidsenquête in Vrouwen leven langer, maar zijn ze ook gezonder?.

Dit verschil tussen Nederland en andere Europese landen komt vooral doordat Nederlandse vrouwen vaker beperkingen rapporteren dan andere Europese vrouwen (zie

Health Expectancy in The Netherlands). Het is niet duidelijk hoe dat komt.