Arbeidsmarkt in kaartWerkgevers - editie 2

6 / 14

Hoe verandert de samenstelling van het personeelsbestand?

Auteur: Patricia van Echtelt

In 2017/’18 was de samenstelling van het personeelsbestand van organisaties anders dan in het begin van deze eeuw (figuur 1). Door onder andere demografische en maatschappelijke ontwikkelingen en wijzigingen in het arbeidsmarktbeleid veranderde ook het arbeidsaanbod. Deze trends zijn vooral goed te zien over een wat langere periode. Het aandeel vrouwen in het personeelsbestand nam in de periode 2003/’04-2017/’18 gemiddeld licht toe. Maar het personeel met een lage opleiding (lager onderwijs, lbo, mavo of vmbo) nam in omvang af. In 2003/’04 was gemiddeld nog ruim 40% laagopgeleid, in 2017/‘18 was dit gedaald naar ruim een kwart (28%). Het aandeel 55-plussers onder de werknemers in organisaties verdubbelde in de periode 2003/’14-2017/‘18 (van 8% naar 17%). Het aandeel werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond bleef aanvankelijk stabiel, maar nam de laatste jaren toe. In 2017/’18 had gemiddeld 13% van het personeelsbestand een niet-westerse achtergrond. Deze cijfers moeten voorzichtig geïnterpreteerd worden, omdat niet alle werkgevers deze vraag beantwoordden. Het aandeel werknemers met een arbeidsbeperking in organisaties is laag en niet opgenomen in de figuur. In organisaties die mensen met een arbeidsbeperking in dienst hadden, was dit aandeel in de periode 2013/‘14-2017/’18 ongeveer 3% van het personeelsbestand (zie de kaart Nemen werkgevers mensen met arbeidsbeperkingen in dienst?).

Figuur 1Ontwikkelingen in het personeelsbestand

2003/'04 2005/'06 2007/'08 2009/'10 2011/'12 2013/'14 2015/’16 2017/’18
vrouwen 43,7 43,2 47,9 44,6 48,5 42,5 48,9 46,6
laagopgeleiden 43 41 38,8 35,3 33,1 32 28 28,3
55-plussers 8,3 9,6 10,1 12 12,5 13,8 14,9 16,8
niet-westerse migratieachtergrond 5,3 7 5,3 6,5 6,2 6,1 5,8 12,6

Data:Download bronbestand (spreadsheet)

Wat zegt ander onderzoek hier over?

Ook ander onderzoek laat zien dat het arbeidsaanbod verandert. Volgens cijfers van het CBS steeg de netto-arbeidsparticipatie van vrouwen in de periode 2003-2017 van 56,1% naar 61,9%. Gedurende deze periode fluctueerde de arbeidsdeelname onder invloed van de conjunctuur. Voor mannen deed zich in deze periode een lichte daling voor van 72,4 naar 71,5%. Door de toegenomen arbeidsdeelname van vrouwen steeg de totale netto-arbeidsparticipatie in de periode 2003-2017 van 64,2 naar 66,7% (CBS Statline 2019).

De bevolking van Nederland is steeds hoger opgeleid. Het aandeel hoogopgeleiden (hbo of wo) nam in de periode 2008-2017 toe van 31% naar 38%. Het aandeel laagopgeleiden (alleen basisniveau of vmbo/mavo/mbo1) nam af van 28% naar 21% (Maslowski 2018).

De werkende beroepsbevolking bestaat voor een steeds groter deel uit oudere werknemers. Dit komt door demografische ontwikkelingen: de bevolking vergrijst, er zijn verhoudingsgewijs dus meer ouderen. Maar ook de arbeidsdeelname van deze groep neemt toe. Zo werkte in 2007 29% van de 60- tot 65-jarigen, terwijl dat 10 jaar later gestegen was naar 56% (CBS 2018). Dit komt mede door beleidswijzigingen, zoals afschaffing van regelingen voor vervroegd pensioen en het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd.

Het aandeel mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in de werkzame beroepsbevolking nam in de periode 2007-2017 toe van 8,7% naar 10,3% (CBS statline 2019b).

Uitdagingen voor personeelsbeleid

Het personeelsbestand kent dus meer vrouwen, hoger opgeleiden, ouderen en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Deze ontwikkelingen stellen werkgevers voor nieuwe uitdagingen, ook als het gaat om de inclusieve arbeidsmarkt en duurzame inzetbaarheid. De OECD (2018) laat zien dat Nederland in vergelijking met andere landen hoog scoort op arbeidsdeelname en de kwaliteit van werk. Op het terrein van de inclusieve arbeidsmarkt kan Nederland echter nog terrein winnen. De arbeidsdeelname van vrouwen in Nederland is hoog, maar vrouwen werken vaak in deeltijd en het verschil in uurloon tussen vrouwen en mannen is relatief groot (zie ook Portegijs en Van den Brakel 2018). Dit vraagt om meer aandacht voor de balans tussen werk en privé en kansen voor vrouwen om door te stromen naar hogere functies (zie de kaart Faciliteren werkgevers de balans tussen arbeid en privé?). Ook werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond hebben een kleinere kans om door te stromen naar hogere functies dan autochtone werknemers. Dit vraagt om meer aandacht voor culturele diversiteit aan de top (zie 'Vrouwen en migranten in leidinggevende posities'). Om werknemers tot aan de pensioengerechtigde leeftijd inzetbaar te houden zijn scholing en beleid gericht op oudere werknemers van belang (zie de kaart Investeren werkgevers in scholing van werknemers?). Aandacht voor het aantrekken van werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond en mensen met een arbeidsbeperking is van belang voor een inclusieve arbeidsmarkt (zie de kaart Heeft doelgroepenbeleid prioriteit?).

Personeelssamenstelling verschilt per sector

De samenstelling van het personeelsbestand verschilt sterk per sector (figuur 2). Meestal bestaat het personeelsbestand uit meer mannen dan vrouwen, behalve in de sector zorg en welzijn (79% van het personeel vrouw) en in het onderwijs (63% vrouw). In sommige sectoren is (bijna) de helft van het personeel laagopgeleid , namelijk in de industrie en landbouw en de bouwnijverheid (45%). Sectoren met relatief veel 55-plussers zijn de overheid en het onderwijs (24% en 21%). Mensen met een niet-westerse achtergrond maken een relatief groot deel uit van het personeelsbestand in de zakelijke dienstverlening (19%) en transport (15%).

Figuur 2Samenstelling personeelsbestand naar sector

vrouwen laagopgeleiden 55-plussers niet-westerse migratieachtergrond
totaal 46,6 28,3 16,8 12,6
industrie en landbouw 20 50,3 20,6 12
bouwnijverheid 12 45,4 15,4 6,4
handel, horeca, reparatie 39,6 40 12,6 13,2
transport 32,2 42,8 18,4 15,3
zakelijke dienstverlening 41,2 20,7 12,9 19,1
zorg en welzijn 79,4 20,5 17,7 8,2
overige dienstverlening 50,4 33,8 18,7 7,3
overheid 44,2 17,8 23,8 4,4
onderwijs 62,5 4,3 20,8 9,9

Data:Download bronbestand (spreadsheet)

Vrouwen en migranten in leidinggevende posities

Niet alleen de personeelssamenstelling, ook de doorstroom naar hogere posities is belangrijk voor een inclusieve arbeidsmarkt. Beleidsmatig is er vooral aandacht voor de genderdiversiteit en culturele diversiteit aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven (SER 2019). Uit het werkgeverspanel blijkt dat het aandeel vrouwen en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in leidinggevende posities achterblijft. Van alle organisaties met leidinggevenden is het aandeel vrouwelijke leidinggevenden 31% (figuur 3). Vergeleken met het gemiddeld aandeel vrouwen in het personeelsbestand (47%, zie figuur 2) is dat laag. Het aandeel vrouwelijke leidinggevenden lag in de periode 2011/’12-2017/’18 steeds rond 31%. Ander onderzoek laat zien dat niet alleen het verschil in instroom in leidinggevende functies tussen mannen en vrouwen meespeelt, maar ook de grotere uitstroom van vrouwelijke leidinggevenden naar een niet-leidinggevende functie (Merens 2019). Ook het aandeel leidinggevenden met een niet-westerse migratieachtergrond is relatief laag. Van alle organisaties met leidinggevenden, heeft 4% leidinggevenden met een niet-westerse migratieachtergrond. Het gemiddeld aandeel mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in het personeelsbestand ligt hoger (13%, zie figuur 2).

Figuur 3Vrouwelijke leidinggevenden en leidinggevenden met een niet-westerse migratieachtergrond

aandeel leidinggevenden met niet-westerse migratieachtergrond aandeel vrouwelijke leidinggevenden
totaal 3,6 30,7
industrie en landbouw 4,3 14,8
bouwnijverheid 1,2 5,6
handel, horeca, reparatie 3,5 26,1
transport 4,3 20,6
zakelijke dienstverlening 5,8 26,1
zorg en welzijn 3,1 61,9
overige dienstverlening 1,5 41,1
overheid 1,5 29,2
onderwijs 2,3 46,8

Data:Download bronbestand (spreadsheet)

Literatuur

CBS (2019). De arbeidsmarkt in cijfers 2017. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.

CBS Statline (2019a). Arbeidsdeelname en werkloosheid per maand. Verkregen juli 2019 via https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80590ned/table?ts=1562398083090.

CBS Statline (2019b). Arbeidsdeelname; migratieachtergrond. Verkregen juli 2019 via https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82809NED/table?fromstatweb.

Maslowski, R. (2018). Onderwijs. In: Wennekers, A., J. Boelhouwer, C. van Campen en R. Bijl (2018). De sociale staat van Nederland 2018, Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Merens, A. (2019). Opgestaan, plaats vergaan. Uitstroom van vrouwen en mannen in leidinggevende functies. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

OECD (2018). Good jobs for all in a changing world of work. The OECD jobs strategy. Parijs: OECD Publishing.

Portegijs, W. en M. van den Brakel (2018). Emancipatiemonitor. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

SER (2019). Diversiteit aan de top: tijd voor versnelling. Den Haag: Sociaal Economische Raad.

Deze kaart citeren

Echtelt, P. van (2019). Hoe verandert de samenstelling van het personeelsbestand?. In: Arbeidsmarkt in kaart: Werkgevers - editie 2. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/arbeidsmarkt-in-kaart-werkgevers-editie-2/hoe-verandert-de-samenstelling-van-het-personeelsbestand.

Informatie noten

We vroegen werkgevers hoeveel leidinggevenden er in de vestiging zijn, zonder het begrip leidinggevend nader te specificeren. Niet alle bedrijven hebben leidinggevenden, dus kunnen niet in alle bedrijven vrouwelijke of leidinggevenden met een niet-westerse migratieachtergrond voorkomen. Ongeveer een kwart van de organisaties heeft überhaupt geen leidinggevenden.