Arbeidsmarkt in kaartWerkgevers - editie 2

10 / 14

Faciliteren werkgevers de balans tussen arbeid en privé?

Auteur: Patricia van Echtelt

Werkgevers zien de balans tussen arbeid en zorg als hun verantwoordelijkheid

Deeltijdwerk en flexibiliteit in waar en wanneer mensen werken, kunnen bijdragen aan een betere balans tussen arbeid en privé (De Boer et al. 2019; Josten et al. 2019). Het kan combinatiedruk voorkomen en maakt dat ook mensen met zorgtaken kunnen participeren op de arbeidsmarkt.

In 2017/’18 gaf de helft van de werkgevers (50%) de combinatie werk en zorg een hoge prioriteit in hun personeelsbeleid (zie de kaart Heeft doelgroepenbeleid prioriteit?). Het aandeel nam licht toe in de periode 2007/’08-2017/’18, van 45% naar 50%. In 2013/’14 was er echter een daling, mogelijk door de voortdurende economische crisis.

De meeste werkgevers zien het als hun verantwoordelijkheid om de combinatie arbeid en zorg te ondersteunen. Het aandeel werkgevers dat deze mening is toegedaan, nam in de periode 2011/’12-2017/’18 licht toe van 77% naar 81%. In de sectoren onderwijs, overige dienstverlening, overheid en zorg en welzijn zien werkgevers het vaker dan gemiddeld als hun verantwoordelijkheid. Dit zijn ook de sectoren waar veel vrouwen werkzaam zijn (zie de kaart Hoe verandert de samenstelling van het personeelsbestand?). Uit de cijfers is niet op te maken of vrouwen vaker in deze sectoren gaan werken omdat er aandacht voor de combinatie arbeid en privé is of dat werkgevers vanwege het grote aandeel vrouwen hier meer aandacht aan besteden.

Deeltijdwerk, flexibele werktijden en thuiswerken niet altijd mogelijk

Deeltijdwerk, flexibele werktijden en thuiswerken kunnen bijdragen aan een betere balans tussen arbeid en privé. Toch zijn niet alle werkgevers voorstander van deze regelingen, ondanks de verantwoordelijkheid die ze voelen voor de balans tussen werk en privé. Download bronbestand (spreadsheet). In 2017/’18 vond 60% van de werkgevers dat medewerkers op alle functieniveaus in deeltijd moeten kunnen werken. Werkgevers zijn dit vaker van mening in de sectoren zorg en welzijn (92%) en onderwijs (89%), en minder vaak in de bouw (26%) en industrie (34%). Ook de mogelijkheid om begin- en eindtijden zelf te bepalen verschilt sterk tussen sectoren. In de meeste sectoren heeft maar 10% tot 15% van de organisaties flexibele werktijden. In de sectoren overheid (61%), zakelijke dienstverlening (44%) en overige dienstverlening (22%) komt dit veel vaker voor.

De aard van het werk maakt thuiswerken niet altijd mogelijk. In slechts 14% van de organisaties heeft het merendeel van de werknemers werk dat ze thuis kunnen doen. In 2017/’18 had 45% van de organisaties 1 of meer thuiswerkers (figuur 1). Vooral over een langere periode is duidelijk een stijging te zien. Het aandeel steeg sterk in de periode 2003/’04-2011/’12, van 19% naar 45%. Daarna bleef het constant. In de sectoren overheid (84%), zakelijke dienstverlening (74%) en onderwijs (56%) is het aandeel organisaties met thuiswerkers het grootst. De vaakst genoemde reden om thuiswerken in de organisatie mogelijk te maken, is het vergemakkelijken van de afstemming tussen werk en privé (figuur 2). 66% van de werkgevers noemt dit als reden. Ook het verhogen van de productiviteit (60%) en het verminderen van de reistijd (50%) zijn vaak genoemde motieven. De motieven verschillen per sector. Zo wordt het besparen van kantoorruimte in de sectoren overheid en onderwijs vaker dan gemiddeld genoemd. Het besparen van reistijd is voor werkgevers in de zakelijke dienstverlening en overheid een relatief vaak genoemd motief.

Figuur 1Organisaties met thuiswerkersa

2003/'04 2005/'06 2007/'08 2009/'10 2011/'12 2013/'14 2015/’16 2017/’18
totaal 19,3 21,5 32,4 42,9 45,7 38,2 44,8 44,7
industrie en landbouw 16,7 19,1 28,9 35,3 32,3 30,5 35,3 36,2
bouwnijverheid 19,6 12,5 17,8 28,7 31,1 34,1 41 29
handel, horeca, reparatie 9,1 13,9 19,1 26 29,9 26,4 25,2 27,3
transport 11,6 14,8 27,4 31,5 34,4 27,8 41,5 40,1
zakelijke dienstverlening 34,6 39,7 61,1 70 69,5 54,9 73,2 73,8
zorg en welzijn 20 20 17,6 33,3 50,7 55,1 48,7 42,1 47,8
overige dienstverlening 19,9 23,6 32,1 48 50,8 38 43,3 43,5
overheid 30,4 44,3 57 65,4 74,9 88,2 92,4 84,2
onderwijs 39,6 34,3 48,8 69,8 65,6 50,8 70,1 55,9

aThuiswerk is werk dat werknemers thuis kunnen doen. Via telefoon en computer houdt de werknemer contact met de werkgever. In de vragenlijst staat de volgende vraag: maakt het personeel in de organisatie of vestiging gebruik van telewerken? Telewerken is opgevat in brede zin: werkzaamheden die normaliter op het werk plaatsvinden thuis uitvoeren met ondersteuning van ICT. Bij een klant werken of onderweg naar kantoor werken met ondersteuning van ICT tellen niet mee.

Bron:SCP (AVP ‘03/‘04-‘17/‘18)

Data:Download bronbestand (spreadsheet)

Figuur 2Motieven werkgevers om gebruik te maken van thuiswerken

betere afstemming werk-privé 66,3
verhogen productiviteit 59,6
verminderen reistijd 49,6
aantrekkingskracht op de arbeidsmarkt vergroten 24,1
kantoorruimte besparen 7,8

Bron:SCP (AVP ‘17/’18)

Data:Download bronbestand (spreadsheet)

Verzoek aanpassing arbeidsduur niet altijd gehonoreerd

Werknemers hebben het recht om onder bepaalde voorwaarden hun arbeidsduur aan te passen. In 2017/’18 had bijna de helft van de organisaties (49%) te maken met verzoeken tot vermindering van de arbeidsduur. Download bronbestand (spreadsheet). Slechts een klein deel van deze werkgevers weigerde dit (6%) of honoreerde het verzoek gedeeltelijk (10%). Naast vermindering van de arbeidsduur kunnen werknemers ook een aanvraag indienen voor uitbreiding van de arbeidsduur. In 2017/’18 kwam dit in 40% van de organisaties voor. Niet alle verzoeken tot uitbreiding werden gehonoreerd. Een op de 10 organisaties (10%) weigerde de verzoeken en bijna een derde (29%) deed dit gedeeltelijk. In de sectoren overheid, onderwijs en zorg en welzijn komen verzoeken tot uitbreiding van de arbeidsduur het vaakst voor, in het onderwijs werden de verzoeken het vaakst geweigerd. Ander onderzoek laat zien dat vrouwen vaak in sectoren gaan werken waar ze alleen in deeltijd kunnen werken. Terwijl ze vaak wel meer uren willen werken. Dit kan bijdragen aan de grote verschillen in arbeidsduur tussen mannen en vrouwen (Merens en Bucx 2018).

Meer informatie wettelijke regelingen

Op 1 januari 2016 ging de Wet flexibel werken (Wfw) in. Deze wet moet flexibel werk bevorderen. Werknemers kunnen een verzoek indienen om thuis te werken of hun arbeidstijden aan te passen aan hun privéomstandigheden. De werkgever is niet verplicht dit verzoek te honoreren. Wel moet de werkgever het verzoek serieus in overweging nemen en bespreken met de werknemer. De wet is een uitbreiding van de Wet aanpassing arbeidsduur. Minder gaan werken is wettelijk vaker mogelijk dan meer gaan werken. Een cao (collectieve arbeidsovereenkomst) kan het recht om meer uren te werken uitsluiten.

Ouderschapsverlof geeft ouders van een kind jonger dan 8 jaar de mogelijkheid tijdelijk minder te gaan werken. De werknemer kan het verlof gebruiken om voor het kind te zorgen, maar dit is – anders dan bij zorgverlof – niet verplicht. De ouder mag de vrijgekomen tijd dus ook voor iets anders gebruiken. Het maximale aantal dagen per jaar is 26 maal de wekelijkse arbeidsduur. De werkgever is niet verplicht het loon door te betalen. In de cao (collectieve arbeidsovereenkomst) kunnen afwijkende afspraken worden vastgelegd.

Een werkgever geeft kortdurend verlof als een werknemer zorg verleent aan naasten. Per 1 januari 2015 is deze regeling verruimd. Het verlof geldt nu niet meer alleen voor zorg aan een ouder, partner of kind, maar ook voor zorg aan bijvoorbeeld een zieke zus of broer (tweedegraads bloedverwanten), buren en vrienden. Het maximale aantal dagen per jaar is 2 maal de wekelijkse arbeidsduur. De werkgever is verplicht ten minste 70% van het loon door te betalen. In de cao (collectieve arbeidsovereenkomst) kunnen afwijkende afspraken worden vastgelegd

Meer kortdurend zorgverlof en ouderschapsverlof

Het aandeel organisaties waar medewerkers gebruikmaken van ouderschapsverlof nam in de periode 2007/’08-2017/’18 toe van 25% naar 36%. In deze periode steeg ook het aandeel organisaties waar medewerkers gebruikmaken van kortdurend zorgverlof. Wel lag het aandeel in 2017/’18 wat lager dan in 2015/’16. Het aandeel organisaties waar werknemers langdurend zorgverlof aanvroegen fluctueert en was 6% in 2017/’18. De werkgever mag verzoeken om kortdurend zorgverlof of ouderschapsverlof in principe niet weigeren. Behalve als de organisatie hierdoor ernstig in de problemen komt. Op de vraag of ze de verzoeken hadden gehonoreerd, antwoordden vrijwel alle werkgevers dan ook bevestigend.

Figuur 3Aanvragen verlof

2007/'08 2009/'10 2011/'12 2013/'14 2015/’16 2017/’18
ouderschapsverlof 25,4 26,9 30,1 31,2 35,1 36,1 29,7
kortdurend zorgverlof 19,6 21,3 24 24,6 28,7 25,4 22,1
langdurend zorgverlof 6,5 7,5 3,4 3,1 4,9 6 5,6

Bron:SCP (AVP ‘03/‘04 - ‘17/‘18)

Data:Download bronbestand (spreadsheet)

Literatuur

Boer, A. de, I. Plaisier en M. de Klerk (2019). Werk en mantelzorg. Kwaliteit van leven en het gebruik van ondersteuning op het werk. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Echtelt, P. van, S. Croezen, J.D. Vlasblom en M. de Voogd-Hamelink (2016). Aanbod van arbeid 2016. Werken, zorgen en leren op een flexibele arbeidsmarkt. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Josten, E., W. Portegijs, A. Merens en M. de Voogd-Hamelink (2019). Arbeidsmarkt in kaart: wel- en niet-werkenden - editie 1. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) Den Haag

Merens, A. en F. Bucx (2018). Werken aan de start. Jonge vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Roeters, A. (red.) (2018). Alle ballen in de lucht Tijdsbesteding in Nederland en de samenhang met kwaliteit van leven. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Deze kaart citeren

Echtelt, P. van (2019). Faciliteren werkgevers de balans tussen arbeid en privé?. In: Arbeidsmarkt in kaart: Werkgevers - editie 2. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/arbeidsmarkt-in-kaart-werkgevers-editie-2/faciliteren-werkgevers-de-balans-tussen-arbeid-en-prive.

Informatie noten