Arbeidsmarkt in kaart Wel‍-‍ ‍en niet‍-‍werkenden –‍ editie 1

2 / 9

Zoeken meer werknemers een andere baan?

Auteur: Ans Merens

Sinds 2004 is het aandeel werknemers in loondienst dat op zoek is naar een andere baan ongeveer gelijk gebleven (12%-14%). Het belang van motieven om van baan te willen veranderen, is van 2004-2016 wel iets verschoven: het aandeel werknemers dat zich gedwongen voelde om een andere baan te zoeken (vanwege verlies van de huidige baan), was van 2010-2016 hoger dan daarvoor, door de economische crisis en misschien ook de toenemende flexibilisering. Inhoudelijke motieven blijven veruit de belangrijkste drijfveer om ander werk te zoeken. Werkzoekenden ondernemen diverse activiteiten om aan ander werk te komen. Solliciteren naar aanleiding van advertenties is en blijft de belangrijkste zoekactiviteit. Daarnaast is het belang van sociale media (zoals LinkedIn) als aanvullende activiteit sterk toegenomen van 2014 tot 2016.

Aandeel werknemers dat van baan wil veranderen gelijk gebleven

Het aandeel werknemers in loondienst dat op het moment van afname van de enquête naar een andere baan zocht, is vrij constant over de tijd. In 2016 was dat bijna 12% van de werknemers. In de periode 2004-2014 lag het min of meer op hetzelfde niveau: 12%-14% (zie figuur 1). Het aandeel werknemers dat niet op het moment van de enquête naar ander werk zocht, maar alleen in de voorafgaande 12 maanden, lag iets lager, namelijk 8%-12% (niet in figuur). Dit bleef ook ongeveer gelijk van 2004-2016.

Vrouwen zochten iets vaker naar ander werk dan mannen. Van de verschillende leeftijdsgroepen gaven jongeren van 25-34 jaar het vaakst aan dat zij ander werk zochten en 55-plussers het minst vaak (niet in figuur). Daarnaast zijn er substantiële verschillen naar opleidingsniveau (zie figuur 1). Hogeropgeleiden (hbo/wo) zochten vaker naar ander werk (14%-19%) dan mbo’ers (9%-13%) en lageropgeleiden (vmbo/basisonderwijs) (8%-10%). Het kleinere aandeel werkzoekenden onder lageropgeleiden kan niet worden toegeschreven aan een grotere baantevredenheid; die is min of meer gelijk voor alle opleidingsgroepen. Bij eenzelfde mate van ontevredenheid bleken minder mensen met vmbo/basisonderwijs naar ander werk te zoeken dan mbo’ers en hogeropgeleiden. Ook uit ander onderzoek is dit naar voren gekomen (Dorenbosch et al. 2011; Gesthuizen en Dagevos 2005).

Figuur 1Aandeel werknemers dat naar andere baan zoekt

aWerknemers van 16-64 jaar. Scholieren en studenten met een bijbaan zijn niet meegerekend in de cijfers.

Bron:SCP (AAP’04-’16)

Data:Download bronbestand (spreadsheet)

Zoeken naar andere baan vooral vanwege inhoud, maar gedwongen vertrek toegenomen

Werknemers kunnen om verschillende redenen op zoek gaan naar een andere baan. Die redenen kunnen onderscheiden worden in dwingende factoren (push-factoren), aantrekkelijke aspecten van een andere baan (pull-factoren, zoals interessanter werk, meer ontwikkelmogelijkheden of salaris) of privéredenen (gezondheid, meer zorgtaken thuis, reistijd). Het gros van degenen die ander werk zocht, deed dat om inhoudelijke redenen. In de periode 2004-2016 zijn enkele verschuivingen in deze motieven zichtbaar, maar het zijn geen grote veranderingen. Zo is het aandeel werknemers dat een andere baan zocht waarbij men beter vooruit kan komen afgenomen ten gunste van de groep die zich verder wilde ontwikkelen. Dit laatste motief wordt pas sinds 2014 voorgelegd aan respondenten en overlapt deels met het motief van beter vooruit kunnen komen, dus waarschijnlijk heeft de verschuiving ook daarmee te maken. Gedwongen verandering van werk omdat men de huidige baan kwijtraakt, was in de periode 2010-2016 voor 14%-17% van de werknemers de belangrijkste reden om ander werk te zoeken. Daarmee lag gedwongen baanverandering op een hoger niveau van 2010-2016 dan van 2004-2008 (zie ook Vlasblom et al. 2015). De stijging kan in elk geval aan de economische crisis worden toegeschreven. Dat het aandeel werknemers dat gedwongen op zoek gaat hoog blijft, heeft misschien te maken met de doorgaande trend van flexibilisering. Relatief veel werknemers met flexibele contracten noemden in 2016 als redenen dat ze hun werk kwijtraakten of werk met meer zekerheid wilden. Privéredenen om van baan te veranderen, zoals gezondheid en reistijd, worden relatief weinig genoemd vergeleken met de andere motieven.

Figuur 2Belangrijkste reden om naar ander werk te zoeken

aWerknemers van 16-64 jaar. Scholieren en studenten met een bijbaan zijn niet meegerekend in de cijfers.

Bron:SCP (AAP’04-’16)

Data:Download bronbestand (spreadsheet)

Reageren op advertenties belangrijkste manier om ander werk te zoeken

Wat hebben werknemers die op het moment van de enquête of in de voorafgaande 12 maanden naar een andere baan hebben gezocht concreet ondernomen om dit te realiseren? De meeste werkzoekenden hebben verschillende activiteiten ondernomen (gemiddeld 3). De overgrote meerderheid (bijna driekwart) van de werkzoekenden kijkt wel eens naar een advertentie (zie tabel 1). Dit is de eerste en gemakkelijkste stap in het zoekproces, dus het ligt voor de hand dat dit veel wordt gedaan. Ruim de helft van degenen die naar een andere baan zoeken, solliciteert daadwerkelijk naar aanleiding van een advertentie. Minder vaak (een derde deel) hebben werkzoekenden via familie en vrienden gezocht, zelf een werkgever benaderd en/of sociale media gebruikt. Andere zoekkanalen worden (nog) veel minder gebruikt.

Tabel 1Onderneemt genoemde zoekactiviteiten

naar advertenties kijken

72

gesolliciteerd naar aanleiding van advertentie

51

zelf een werkgever benaderd

31

familie, relaties, vrienden ingeschakeld

35

via UWV gezocht

16

bij uitzendbureau ingeschreven

17

bij wervingsbureau, headhunter, vacaturebank ingeschreven

23

bij eigen werkgever gezocht

18

via sociale media gezocht

33

anders

7

geen

2

naar advertenties kijken

22

gesolliciteerd naar aanleiding van advertentie

33

zelf een werkgever benaderd

9

familie, relaties, vrienden ingeschakeld

9

via UWV gezocht

2

bij uitzendbureau ingeschreven

4

bij wervingsbureau, headhunter, vacaturebank ingeschreven

6

bij eigen werkgever gezocht

5

via sociale media gezocht

6

anders

4

geen

0

aWerknemers van 16-64 jaar. Scholieren en studenten met een bijbaan zijn niet meegerekend in de cijfers.

bActiviteiten van werknemers die op het moment van de enquête of in de voorafgaande 12 maanden ander werk zochten.

Bron:SCP (AAP’16)

Sociale media vaker gebruikt om andere baan te zoeken

Vergeleken met 2014 (toen hiernaar voor het eerst werd gevraagd in de enquête) is het gebruik van sociale media toegenomen (van 26% naar 33%), terwijl het gebruik van andere zoekactiviteiten in deze periode niet veranderde. Het kan om allerlei sociale media gaan, bijvoorbeeld LinkedIn, Twitter of Facebook. We weten op basis van dit onderzoek niet precies wélke sociale media worden gebruikt voor sollicitaties. Bij de open antwoorden op de vraag naar andere zoekactiviteiten (dus anders dan de gegeven categorieën in de vragenlijst) vermeldden enkele respondenten LinkedIn te gebruiken of via LinkedIn benaderd te zijn door een recruiter. Andere sociale media worden door niemand spontaan genoemd. Het ligt voor de hand dat bij sollicitaties via sociale media vooral LinkedIn aan de orde is, vanwege het zakelijke karakter ervan en de speciale functies om aan te geven dat men beschikbaar is voor werk en om meldingen van vacatures te ontvangen.

Een kanttekening bij het (toenemende) gebruik van sociale media is dat slechts 6% van de werkzoekenden deze als belangrijkste activiteit opgeeft (niet in tabel). Sociale media worden blijkbaar veel in combinatie met andere activiteiten gebruikt, want een derde deel van de werkzoekenden noemt dit als een van de zoekactiviteiten (zie tabel 1).

Wie zijn degenen die sociale media inzetten op zoek naar ander werk? Gezien het hoge gebruik van sociale media onder jongeren (20-34 jaar) (Wennekers et al. 2016) kan worden verwacht dat vooral deze groep sociale media inzet voor sollicitaties. Dat blijkt niet het geval te zijn. Er zijn geen significante verschillen tussen de leeftijdsgroepen in het gebruik van sociale media om ander werk te zoeken. Ook zijn er geen verschillen naar geslacht, opleidingsniveau en de sector waarin mensen werkzaam zijn. Kortom, het lijkt inmiddels een wijdverbreid verschijnsel om via sociale media naar ander werk te zoeken.

Literatuur

Dorenbosch, L., R. Huiskamp en P. Smulders (2011). De relatie tussen baanontevredenheid en vertrekintenties: maakt opleiding een verschil? In: Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, jg. 27, nr. 1, p. 77-93.

Gesthuizen, M. en J. Dagevos (2005). Arbeidsmobiliteit in goede banen. Oorzaken van baan- en functiewisselingen en gevolgen voor de kenmerken van het werk. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Vandenberg, R.J. en J.B. Nelson (1999). Disaggregating the motives underlying turnover: when do intentions predict turnover behavior? In: Human Relations, jg. 52, nr. 10, p. 1313-1336.

Vlasblom, J.D., P. van Echtelt en M. de Voogd-Hamelink (2015). Aanbod van Arbeid 2014. Arbeidsdeelname, flexibilisering en duurzame inzetbaarheid. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Wennekers, A.M., J. de Haan en F. Huysmans (2016). Communicatie via (sociale) media. In: Media:Tijd in kaart. Geraadpleegd op 22 maart 2019 via https://digitaal.scp.nl/mediatijd/communicatie_via_media.

Deze kaart citeren

Merens, A. (2019). Zoeken meer werknemers een andere baan?. In: Arbeidsmarkt in kaart : Wel‍-‍ ‍en niet‍-‍werkenden –‍ editie 1. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/arbeidsmarkt-in-kaart-wel-en-niet-werkenden-1/zoeken-meer-werknemers-een-andere-baan.

Informatie noten

Het is niet bekend sinds hoe lang mensen op zoek zijn naar ander werk.

Mogelijke verklaringen voor minder zoekgedrag bij lager- dan hogeropgeleiden zijn minder loopbaanvaardigheden en lagere verwachtingen over de kans om daadwerkelijk een andere baan te krijgen (Dorenbosch et al. 2011; Vandenberg en Nelson 1999).