Een (on)gezonde leefstijlOpleiding als scheidslijn

4 / 13

Nederland in Europa

Auteurs: Stéfanie André, Roza Meuleman en Gerbert Kraaykamp

Hoe verhoudt Nederland zich wat betreft de opleidingskloof in gezondheidsgedrag tot andere landen? In de European Social Survey (2014-2015) is voor 19 Europese landen nagegaan hoe laag- en hoogopgeleide personen tussen de 25 en 70 jaar verschillen in hun gezondheidsgedrag. Voor de overzichtelijkheid zijn hierbij de tertiair opgeleiden (hbo en wo) samengenomen en wordt de opleidingskloof concreet afgemeten aan het verschil tussen de laagst en hoogst opgeleiden. We bestuderen wederom scheidslijnen in roken, regelmatig alcohol drinken, overgewicht, groente en fruit eten, en bewegen.

Opleidingsverschillen in gezondheidsgedrag in Europa

Figuur 4.1 toont opleidingsverschillen in de zes gezondheidsgedragingen in Europa. Door te klikken op de landkaart kunt u de verschillende indicatoren selecteren.

Figuur 4.1De opleidingskloof in gezondheidsgedrag in Europa

Roken
laag opgeleid middelbaar opgeleid hoog opgeleid
België 35,9 28,4 12,1
Denemarken 31,6 21,8 14,9
Duitsland 39,5 31,9 16,9
Estland 50,4 36,7 12,4
Finland 34,4 25,6 13,3
Frankrijk 33,7 28,4 20,1
Ierland 32 23,8 14,7
Litouwen 38,7 33,5 20,7
Nederland 31,6 24,1 15,8
Noorwegen 30,9 24,5 8,3
Oostenrijk 38,1 23,4 20,2
Polen 38,8 28,5 18,3
Portugal 23,7 32,3 30,6
Slovenië 32 30,9 16,5
Spanje 35,9 31,1 24
Tsjechië 37,3 27,6 25
Verenigd Koninkrijk 29 21,4 14,5
Zweden 21,3 14,7 7,4
Zwitserland 32,5 24,9 18,8
Drinken
laag opgeleid middelbaar opgeleid hoog opgeleid
België 31,9 36,3 43,9
Denemarken 31,6 28 37,5
Duitsland 27,1 29,7 38,2
Estland 15,3 10,4 11,9
Finland 10,6 13,5 16,9
Frankrijk 29,5 26,8 40,6
Ierland 13,7 19,3 21,7
Litouwen 21,1 8 7,6
Nederland 36,2 48,5 43,3
Noorwegen 14 18,1 22,2
Oostenrijk 26,1 28,7 27,8
Polen 11,8 10,9 11,3
Portugal 38,1 33,5 18,1
Slovenië 23,8 17,5 19,3
Spanje 29,2 26,4 33,4
Tsjechië 19,3 12,5 22,2
Verenigd Koninkrijk 28,2 38,3 37
Zweden 19,6 17,3 20,6
Zwitserland 27,9 30,8 40,6
Overgewicht
laag opgeleid middelbaar opgeleid hoog opgeleid
België 26,2 25,4 24,7
Denemarken 26,1 26,1 24,6
Duitsland 26,6 26,2 25,1
Estland 26,8 26,3 25,3
Finland 27,1 26,6 25,4
Frankrijk 26,6 24,9 23,8
Ierland 26,8 25,6 24,9
Litouwen 27,8 26,9 24,8
Nederland 26,4 25,4 24,8
Noorwegen 26,9 26 24,8
Oostenrijk 26,1 25,4 23,8
Polen 27,2 25,9 24,7
Portugal 26,7 25,6 24,8
Slovenië 27,8 26,2 25
Spanje 26,7 25,2 24,7
Tsjechie 27,3 25,9 25,7
Verenigd Koninkrijk 27,3 26,8 26,2
Zweden 26,7 26,3 24,7
Zwitserland 25,5 24,6 23,8
Groente
laag opgeleid middelbaar opgeleid hoog opgeleid
België 84,7 85,1 91,1
Denemarken 61,2 68,4 85,6
Duitsland 63,3 66,4 73,5
Estland 57,4 68,8 78,2
Finland 64,3 78,6 86,7
Frankrijk 71,2 77,9 87,5
Ierland 80,9 84,2 83,5
Litouwen 40,1 70,4 81,2
Nederland 73,6 81,2 85
Noorwegen 74 77 85,1
Oostenrijk 50,4 66,5 60,6
Polen 69,5 77,8 77
Portugal 74,8 77,1 83
Slovenië 79,9 79 87,8
Spanje 54,5 55,8 65,8
Tsjechie 38,6 50,6 60,2
Verenigd Koninkrijk 70,3 82,4 85,5
Zweden 70,3 76,3 89,3
Zwitserland 80 83,6 89
Fruit
laag opgeleid middelbaar opgeleid hoog opgeleid
België 61,4 65,6 71,5
Denemarken 66 69,7 79,3
Duitsland 67,9 66,4 69,7
Estland 54,7 65 74,8
Finland 63,9 68,6 75,1
Frankrijk 66,3 69,7 71,9
Ierland 68,7 75,8 78,6
Litouwen 26,6 55,6 73,7
Nederland 67,6 74,9 73,4
Noorwegen 66,7 73 77,5
Polen 63,8 77 74,5
Portugal 87,5 72,9 86,8
Oostenrijk 56,9 66,7 64,9
Slovenië 79,1 76,2 84,7
Spanje 73,7 73,6 81,2
Tsjechie 47,3 55,7 60,4
Verenigd Koninkrijk 64,6 72,5 80,6
Zweden 55,3 57,1 68,1
Zwitserland 71 76,8 73,8
Bewegen
laag opgeleid middelbaar opgeleid hoog opgeleid
België 67,7 72,3 80
Denemarken 81 85,7 88,3
Duitsland 84,7 87,1 88,7
Estland 72,6 85,8 88,5
Finland 79,6 90,2 94,8
Frankrijk 62,6 69,7 78,3
Ierland 72,4 87,1 88,8
Litouwen 78,3 77 85,1
Nederland 78,2 85,9 86,3
Noorwegen 72,7 82,3 85,2
Oostenrijk 78,3 85,3 94,5
Polen 60,4 75,6 81,2
Portugal 41,3 68,6 63,3
Slovenië 66,2 78,6 84,9
Spanje 66,1 74,4 82,6
Verenigd Koninkrijk 71 78,1 83,7
Tsjechie 72,4 80,3 84,8
Zweden 80,9 83,7 87,9
Zwitserland 84 93,5 90,8

Bron:European Social Survey Nederland, ronde 7, 2014-2015 (n = 25.538)

Roken
We zien dat alleen in Portugal hoogopgeleiden meer roken dan laagopgeleiden; in alle andere landen is deze ongezonde gewoonte meer in trek bij de laagst opgeleiden. Nederland neemt een middenpositie in als het gaat om de kloof tussen laag- en hoogopgeleid, met een verschil van 15,8 procentpunten. In het oog springen de relatief grote opleidingsverschillen in roken in België en Estland, waar de kloof zelfs 23 procentpunt of meer bedraagt. Voor roken stellen we vast dat een opleidingskloof in vrijwel geheel Europa wordt aangetroffen, en dat roken Europa-breed behoort tot een ongezonde leefstijluiting van met name laagopgeleiden.

Alcoholgebruik
Bij de alcoholconsumptie in Europa constateren we dat Nederland een middenpositie inneemt qua ongelijkheid tussen hoog- en laagopgeleiden in regelmatig alcohol drinken. In de meeste landen zijn het hoger opgeleiden die het vaakst drinken, maar in zes landen (met name Portugal en Litouwen) zijn het lager opgeleiden die frequenter alcohol nuttigen.

De kloof is met name groot in Midden-Europese landen, zoals België, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Daar kennen de hoogst opgeleiden een relatief hoge alcoholconsumptie en loopt de opleidingskloof op tot boven de 10 procentpunt. Opmerkelijk is dat van alle Europese landen, in Nederland en België de regelmatige alcoholconsumptie onder de hoogopgeleiden het hoogst is.

Overgewicht
Een vergelijking van opleidingsverschillen in relatief lichaamsgewicht (BMI) laat zien dat de laagst opgeleiden in Nederland gemiddeld 1,6 BMI-punten zwaarder zijn dan hoogopgeleiden. Een dergelijk substantieel verschil treffen we in vrijwel alle Europese landen aan, variërend tussen de 1,1 tot 3,0 BMI-punten. De BMI-verschillen naar opleiding zijn met name groot in Midden- en Oost-Europese landen (Slovenië, Frankrijk en Litouwen).

Groente en fruit eten
Opleidingsverschillen in het eten van groente en fruit blijken internationaal sterk te verschillen. Waar in Litouwen het dagelijks eten van fruit extreem ongelijk verdeeld is over opleidingsgroepen, is er in Duitsland en Portugal vrijwel geen onderscheid tussen hoog- en laagopgeleiden. Ook in Nederland zijn er geen noemenswaardige verschillen tussen opleidingsgroepen; 68% van de laagst opgeleiden eet dagelijks fruit, tegenover 74% van de hoogopgeleiden.

Bij het dagelijks eten van groente vinden we een meer eenduidig beeld: Europa-breed zijn het de hoger opgeleiden die vaker dagelijks groente eten. Wederom zijn de opleidingsverschillen het grootst in Litouwen. Nederland neemt een middenpositie in Europa in bij de opleidingsverschillen. Opvallend is wel dat in Nederland het verschil tussen hoog- en laagopgeleiden in groenteconsumptie duidelijk groter is (11,4 procentpunten) dan in fruitconsumptie (5,8 procentpunten) zie ook Gezondheidgerelateerd gedrag en de opleidingskloof.
Het overkoepelende beeld is dat in heel Europa dagelijks gezond eten onder hoger opgeleiden gebruikelijker is dan onder lager opgeleiden. De landverschillen zijn echter groot. In hoeverre hierbij prijs, beschikbaarheid, of culturele en kennisverschillen een rol spelen, moet nader worden onderzocht.

Bewegen
Vooral in Noord-Europese landen is voldoende bewegen relatief gelijk verdeeld over opleidingsgroepen. Nederland vormt hierbij geen uitzondering, met een klein, doch niet te verwaarlozen verschil van 8,1 procentpunten tussen de hoog- en laagopgeleiden in stevig bewegen.
Met name in Oost-Europese landen (behalve in Litouwen) zijn de verschillen duidelijk groter. Dit is vooral toe te schrijven aan het vaker niet-bewegen van de laagst opgeleiden aldaar. Hoger opgeleiden in Europa bewegen namelijk overal ongeveer even vaak (tussen de 80% en 90%). Een uitzondering hierbij is Portugal; daar is de gerapporteerde lichaamsbeweging over het algemeen relatief laag.

Zijn er verschillen tussen landen waardoor we de opleidingskloof beter kunnen begrijpen?

Een logische vervolgvraag is of de opleidingskloof in gezondheidsgedrag in de diverse Europese landen ook samenhangt met centrale kenmerken van deze landen. In figuur 4.2 kunt u de relatie bekijken tussen de economische ontwikkeling van een land (uitgedrukt in bbp) en de zes uitingen van gezondheidgerelateerd gedrag die hier centraal staan.

Figuur 4.2De relatie tussen welvaart en de opleidingskloof in gezondheidsgedrag in Europa

Roken Drinken Overgewicht Groente Fruit Bewegen Bruto nationaal product
België 23,8 12,1 1,49 6,4 10,1 11,6 48,62
Denemarken 16,8 6 1,53 24,4 13,4 14,9 47,81
Duitsland 22,7 11,2 1,52 10,2 1,8 3,4 47,06
Estland 38 -3,3 1,48 20,8 20,1 21,6 28,54
Finland 21,2 6,3 1,70 22,4 11,1 12,8 41,51
Frankrijk 13,6 11,1 2,76 16,3 5,6 8,4 40,22
Ierland 17,3 8 1,89 2,6 9,9 11,8 51,27
Litouwen 18 -13,5 3,03 41,1 47,1 50,2 28,18
Nederland 15,8 7,1 1,55 11,4 5,8 7,4 49,01
Noorwegen 22,6 8,3 2,12 11 10,8 12,9 65,66
Oostenrijk 17,9 1,7 2,31 10,2 8 10,3 48,62
Polen 20,4 -0,5 2,49 7,5 10,7 13,2 25,71
Portugal -6,9 -20 1,89 8,1 -0,8 1,1 28,81
Slovenië 15,5 -4,5 2,76 7,9 5,6 8,4 30,99
Spanje 11,9 4,2 1,93 11,3 7,5 9,4 33,66
Tsjechie 12,3 2,9 1,63 21,6 13,1 14,7 32,36
Verenigd Koninkrijk 14,5 8,7 1,09 15,2 16 17,1 40,71
Zweden 13,9 1 1,95 19 12,9 14,8 46,4
Zwitserland 13,7 12,8 1,72 9 2,9 4,6 61,23

Bron:European Social Survey Nederland, ronde 7, 2014-2015 (n = 25.538)

Roken en alcoholgebruik
Aan de hand van de figuur stellen we vast dat de opleidingskloof in roken in een land nauwelijks groter is naarmate de welvaart er hoger is. Dit in tegenstelling tot de relatie bij alcoholconsumptie. Daar zien we dat naarmate de economische ontwikkeling van een land (bnp) hoger is, ook de opleidingsverschillen in alcoholconsumptie groter zijn. Let wel, het zijn vooral de hoger opgeleiden die dan vaker alcohol consumeren, wat doet vermoeden dat een hogere algehele welvaart in een land vooral samengaat met meer alcoholconsumptie onder de hoogopgeleide groep.
Wellicht is alcoholgebruik, hoewel een ongezonde leefstijluiting, ook meer geaccepteerd in rijkere landen zie ook Opleiding als scheidslijn. Daarnaast is het mogelijk dat hoogopgeleiden zich in landen met meer economische ontwikkeling vaker middels hun culturele leefstijl trachten te onderscheiden van laagopgeleiden, bijvoorbeeld door het drinken van goede wijnen of exclusieve gedistilleerde dranken.

BMI, groente en fruit eten, en bewegen
Bij de bestudering van landverschillen in BMI zien we daarentegen een negatief verband tussen de welvaart in een land en de opleidingskloof. Hoe groter de welvaart in een land, des te kleiner de verschillen in BMI tussen laag- en hoogopgeleiden.
Voor de als gezond te boek staande leefstijluitingen, groente en fruit eten en bewegen, zien we ook dat grotere welvaart van een land (bbp) samengaat met een afname van de opleidingskloof. Gezonde voeding en bewegen zijn blijkbaar voor meer mensen acceptabel, toegankelijk en bereikbaar wanneer de welvaart toeneemt.
Evenals bij roken merken we hier wel op dat de samenhang tussen het landelijke welvaartsniveau en de opleidingskloof in BMI, groente en fruit eten, en voldoende bewegen niet noemenswaardig is, in tegenstelling tot het gevonden verband bij alcoholconsumptie.

Deze kaart citeren

André, S., R. Meuleman en G. Kraaykamp (2018). Nederland in Europa. In: Een (on)gezonde leefstijl: Opleiding als scheidslijn. Geraadpleegd op [datum vandaag] via https://digitaal.scp.nl/leefstijl/nederland-in-europa.

Informatie noten

Selecteer alcoholconsumptie in figuur 4.1.